Er is een (overleden) verdachte, maar de moord op Olof Palme is zeker niet opgelost

Onderzoek Na 34 jaar hoopt de Zweedse justitie het nationale trauma van de moord op premier Olof Palme te verzachten. Op basis van getuigenverklaringen is de inmiddels overleden Stig Engström aangewezen als verdachte. Maar forensisch bewijs daarvoor ontbreekt nog altijd.

Olof Palme in 1982, na winst bij de parlementsverkiezingen.
Olof Palme in 1982, na winst bij de parlementsverkiezingen. Foto Bertil Ericson

Is de moord op de Zweedse premier Olof Palme in 1986 na 34 jaar speurwerk eindelijk definitief opgelost? Nee. Hoopt openbaar aanklager Krister Petersson dat hij overtuigend genoeg de meest waarschijnlijke dader heeft aangewezen? Ja.

Na bijna drie jaar van aanvullende onderzoeken en het opnieuw doorvlooien van de zeker 10.000 verklaringen, wees Petersson woensdag tijdens een online persconferentie Stig Engström aan als de enige overgebleven verdachte. Deze voormalige medewerker van verzekeringsbedrijf Skandia – en daarom ‘Skandiaman’ genoemd – beroofde zichzelf in 2000 van het leven, waardoor vervolging niet meer mogelijk is. Het onderzoek wordt dan ook binnenkort afgesloten.

Op 28 februari 1986 werd Palme, na een laat bioscoopbezoek met zijn vrouw, neergeschoten in het centrum van Stockholm. Niet alleen Zweden verkeerde daarna in diepe shock, ook de rest van de wereld. Palme (59) werd in progressieve kringen geprezen als de architect van de Zweedse sociaal-democratische verzorgingsstaat, die door het flink opschroeven van belastingen zaken als gratis kinderopvang mogelijk maakte. Internationaal nam hij het op tegen de apartheid in Zuid-Afrika en pleitte hij al vroeg voor vergroening en een spaarzame omgang met natuurlijke hulpbronnen. Kortom, een politicus die ook nu nog aanzienlijke delen van een electoraat zou kunnen aanspreken.

Het aanvankelijke politieonderzoek verliep ronduit kneuterig. Zo werd de plaats delict slecht afgezet, waardoor veel bewijsmateriaal besmet raakte of verloren ging. Ook hechtten onderzoekers in die eerste fase volgens critici teveel belang aan de vermeende betrokkenheid van de Koerdische PKK. Een deel van de PKK-leiding dat in onmin leefde met leider Öcalan, was in 1982 uitgeweken naar Zweden, waar ze politiek asiel had gekregen.

De plek van de aanslag in Stockholm in 1986. Foto Bjorn Elgstrand

Uiteindelijk werd in 1988 een drugsverslaafde kruimeldief opgepakt en veroordeeld voor de aanslag, vooral omdat weduwe Lisbet Palme hem uit een rij met mogelijke verdachten haalde. Vier maanden na de veroordeling van deze man werd hij in hoger beroep vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs, bijvoorbeeld het ontbreken van een moordwapen.

Dat dit moordwapen tot op de dag van vandaag niet is gevonden, is een grote belemmering bij de voortgang van het onderzoek. Net als het feit dat er geen enkel ander forensisch bewijs is zoals bruikbare dna-sporen, die naar een mogelijke dader wijzen.

Stig Engström, die de afgelopen jaren na journalistiek onderzoek al opdook als kandidaat, wordt nu vooral aangewezen op basis van oude verklaringen van hemzelf en anderen. Zijn rechtse politieke denkbeelden, een verleden als militair en lidmaatschap van een schietclub spelen ook een rol, al kent justitie geen motief.

De Skandiaman beweerde destijds eerste hulp te hebben verleend aan Palme, meteen na het schietincident. Ook hield hij vol dat hij ter plekke met de premiersvrouw en met de politie had gepraat. De ogenschijnlijk aandachtszieke Engström stapte vervolgens met zijn verhaal naar Zweedse media, maar kwam destijds nooit serieus in beeld als verdachte.

Probleem met zijn verhaal is echter, zo zeggen de onderzoekers nu, dat geen enkele andere getuige de man heeft herkend rond de aanslag; ook Palmes weduwe niet. Zo is er gedurende circa 20 minuten rond de moord onduidelijkheid over de verblijfplaats en de activiteiten van Engström.

De vermeende dader Stig Engström. Foto Göran Ärnbäck

Door nu de grafisch ontwerper, die twintig jaar geleden door zelfdoding om het leven kwam, aan te wijzen als verdachte, moet volgens justitie aan alle wilde speculaties rond de moord op Palme een einde komen. Naast een nationaal trauma is het oplossen van de moord op de premier ook een nationale volkssport gebleken in Zweden. Van hobbydetectives tot de vermaarde schrijver Stieg Larsson, die overigens niet Engström aanwees: er was een enorme honger naar het oplossen van dit mysterie. Waren het neonazi’s? Koerden? De Zuid-Afrikaanse geheime dienst? Rechtse politieagenten of militairen?

Openbaar aanklager Krister Petersson zei woensdag dat er voor dergelijke theorieën nooit enig bewijs is gevonden. „Ook de verhalen over mogelijke medeplichtigen hebben we helemaal uitgetekend, maar er zijn geen aanwijzingen voor.” De freelance journalist Thomas Pettersson, die twee jaar terug al met ongeveer dezelfde theorie over de Skandiaman kwam, heeft volgens justitie geen rol gespeeld tijdens het aanvullende onderzoek.

De drie zoons van Palme (hun moeder overleed in 2018) zeggen vrede te hebben met het onderzoek, al geven ze tegelijk aan het ontbreken van enig forensisch bewijs te betreuren. De onderzoekers zijn in de afgelopen jaren ook bij een door Engström gekende wapenverzamelaar geweest, op zoek naar het mogelijke moordwapen, maar hebben na uitvoerig ballistisch onderzoek geen link kunnen leggen tussen de kogels op de moordplek en een van de daar aangetroffen wapens.

De vraag is nu: is deze herweging van getuigenissen door de Zweedse justitie voldoende om de zaak werkelijk te laten rusten? „Iedereen heeft recht op zijn eigen mening en zijn eigen theorieën. We hopen dat het Zweedse publiek genoegen neemt met onze bevindingen”, zei aanklager Petersson koeltjes op kritische vragen van journalisten. „Als Engström nog had geleefd, had ik met dit materiaal niet geschroomd hem op te pakken en meer dwangmiddelen in te zetten, zoals huiszoeking. En de rechter had dan het laatste oordeel moeten vellen. Maar hij leeft niet meer, dus wij kunnen niet meer door zijn spullen, niet meer met hem praten. En als er in de toekomst belangrijke nieuwe aanwijzingen opduiken, kunnen we het onderzoek altijd weer heropenen.”

Dit stuk is op woensdagavond 10 juni geactualiseerd.