Een grote vangst voor het Strafhof in Den Haag, maar in Darfur smeult het nog

Uitlevering militieleider Soedan De arrestatie van Ali Kushayb is geen garantie dat er openheid komt over de gruwelen in Darfur, noch dat zijn bazen ooit berecht worden.

Het Strafhof in Den Haag.
Het Strafhof in Den Haag. Foto Peter Dejong / AP

Met de komst dinsdag van militieleider Ali Kushayb naar Den Haag heeft het Internationaal Strafhof eindelijk een belangrijke verdachte van de misdaden in Darfur te pakken. Maar zijn arrestatie is geen garantie dat er openheid komt over wat zich precies heeft afgespeeld tijdens de oorlog in 2003 en 2004. Evenmin ligt de berechting van zijn opdrachtgevers in het verschiet.

De hoofdverdachten zitten in Soedan gevangen. Het coalitiebewind van het leger en burgerpremier Hamdok is zo fragiel dat uitlevering van verdachten uit de strijdkrachten tot een militaire machtsgreep kan leiden. Kushayb is dan ook niet door Soedan aan het Strafhof bezorgd, maar door de Centraal Afrikaanse Republiek. Daar was hij onlangs naartoe gevlucht, nadat de Soedanese geheime dienst een klopjacht tegen hem was begonnen.

Hamdoks belangrijkste coalitiepartners zijn legerleider Burhan en Hemedti. Burhan diende ten tijde van ‘Darfur’ in het overheidsleger, Hemedti leidde een eenheid van de Janjaweed, de militie waartoe ook Kushayb behoorde. Het ICC heeft Hemedti noch Burhan aangeklaagd, al weten zij alles van die oude bevelstructuren.

Hoofdverdachte is ex-president Omar al-Bashir, die als enige ook is aangeklaagd voor genocide. Toen begin deze eeuw rebellen van zwart Afrikaanse afkomst in Darfur in opstand kwamen, sloeg de regering keihard terug. Bashir liet zijn leger dorpen bombarderen en financierde milities die massamoorden en verkrachtingen uitvoerden. Een geschatte 300.000 mensen kwamen om en ruim 2,5 miljoen raakten ontheemd.

Gestolen land

De rebellie is goeddeels verslagen, internationaal raakte het conflict in de vergetelheid. Maar in Darfur smeult het nog. Het land dat van zwarte Afrikaanse Soedanezen werd gestolen is nooit teruggegeven, waardoor honderdduizenden nog ontheemd zijn.

De burgerministers in de regering die na de val van Bashir vorig jaar is ingesteld zeiden eerder dit jaar te willen samenwerken met het Strafhof. De generaals in de regering, ooit door Bashir benoemd, maakten echter snel duidelijk dat uitlevering van hun ex-baas is uitgesloten. Bashir kreeg in Soedan een lichte straf voor corruptie en zit onder comfortabele omstandigheden gevangen.

Lees ook: ‘Het is ons recht om Bashir te steunen’

Ali Kushayb is de vierde Soedanees die voor het Strafhof zal verschijnen om zich te verantwoorden voor de misdaden in Darfur. De vorige drie zaken, alle tegen rebellenleiders, werden geen succes. Mede daarom is Kushaybs detentie zeer goed nieuws voor het Strafhof. Dat Bashir niet uitgeleverd wordt, is het toonbeeld van de onmacht van het hof op dit vlak. Omdat het Hof geen eigen politiemacht heeft, is het afhankelijk van staten om verdachten te berechten. Bashir reisde, toen hij nog aan de macht was, openlijk rond in Afrika en het Midden-Oosten, erop vertrouwend dat geen van zijn gastheren-regeringsleiders het in het hoofd zou halen hem te verraden.

Kushayb mag dan geen Bashir zijn, hij is zelf ook een grote vangst. De aanklager heeft dertien jaar geleden maar liefst vijftig aanklachten tegen hem opgesteld wegens moord, marteling, aanvallen op burgers, verkrachting, plundering en meer. Het geweld zou niet alleen zijn gepleegd door de duizenden strijders die hij aanstuurde, ook door hemzelf.

Er kleven ook risico’s aan Kushaybs berechting. Omdat de misdaden dateren van 2003 en 2004, is het de vraag of getuigen nog beschikbaar zijn en hun verklaringen dezelfde waarde zullen hebben als destijds.