Een eigen kroeg, maar nu toch op zoek naar een tweede baan

Coronaregels De horeca is open, maar niet tevreden: de huidige regels zijn „onhoudbaar”. De sector wil per augustus weer helemaal terug naar normaal.

Een terras langs de Oudegracht in Utrecht. Koninklijke Horeca Nederland wil per direct een versoepeling van de anderhalvemeterregel op terrassen.
Een terras langs de Oudegracht in Utrecht. Koninklijke Horeca Nederland wil per direct een versoepeling van de anderhalvemeterregel op terrassen. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Horecazaken verenigd in Koninklijke Horeca Nederland (KHN) hebben woensdagmiddag aan minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) om verdere versoepelingen gevraagd. „We zien in de praktijk dat de regels onhoudbaar zijn voor gasten en personeel”, zegt Robèr Willemsen van de branchevereniging. KHN wil per direct een versoepeling van de anderhalvemeterregel op terrassen, en per 1 augustus ook binnen „terug naar normaal”.

Volgens Willemsen blijven de reserveringen achter omdat gasten het veel gedoe vinden. „Het spontane is eraf, zeker in het café.” Willemsen denkt dat slechts twee derde van de zaken open is. Sommige cafés gingen na een paar dagen weer dicht, andere gingen überhaupt niet open.

Horecazaken mogen sinds 1 juni weer open zijn, maar zeggen dat het in weinig op vroeger lijkt. Dat komt vooral door het verplichte afstand houden van andere gasten. Zoals in het Maastrichtse eetcafé Sjiek, waar pre-corona zestig mensen tegelijk binnen konden. „Je moest je met de borden tussen de mensen door wringen”, zegt eigenaar Robin Berben. „Nu passen er maximaal 28 in.”

‘De sfeer die we willen lukt niet’

Café Resistent in Roermond kon vroeger een man of vijftig kwijt, nu zijn het er maximaal elf. En het intieme restaurant Beulings in Amsterdam kan nog ongeveer de helft van de normale bezetting kwijt, vier tot vijf tafeltjes.

Vooral cafés zien nog een groot verschil: de sfeer. „Onze gasten waren gewend dan even bij die te praten, dan weer bij die”, zegt Resi Coumans van café Resistent. „Nu moeten ze twee bij twee uit elkaar zitten. En na een tijd voelen ze zich opgelaten over het bezet houden van hun stoel: ‘Zullen wij maar opstaan en gaan?’ Dat wil ik niet hebben: je blijft hier net zo lang zitten tot je geen zin meer hebt.”

De kern van wat we bieden is ontmoeten, zegt Berben van het Maastrichtse Sjiek. „Vroeger zat iemand aan de bar met z’n krantje naast iemand anders en dat begon dan met elkaar te ouwehoeren. We verbonden mensen van alle soorten en kleuren met elkaar. Nu is het heel statisch. De sfeer die we willen, dat lukt ons niet.”

Café-eigenaren zijn er zelf verantwoordelijk voor dat gasten afstand houden, op straffe van boetes van tot 4.000 euro. In de praktijk spreken ze daardoor hun gasten vaak aan op de regels. „Als we zeggen: niet opstaan, blijf zitten, dan worden wij de aanstellers”, zegt Coumans.

‘Toch wringt het’

„Nieuwe gasten gaan makkelijker met de regels om, maar stamgasten willen gewoon terug naar vroeger.” Berben herkent dat. „Zeker als er een glas wijn in hangt, hebben sommige gasten zoiets van: stel je niet aan. Ik voel me door de regels op dit moment geen gastheer meer. Het ligt niet aan de overheid: niemand heeft om corona gevraagd. Maar toch wringt het.”

In restaurants is het voor gasten minder wennen om te reserveren en afstand te houden. In het Utrechtse lunchcafé KEEK wordt gasten gevraagd niet meer naar de kassa te lopen; ze kunnen aan hun tafel betalen. Het eten krijgen ze op een trolley, waar ze na afloop ook hun vaat weer op kunnen zetten.

Bij het Amsterdamse Beulings was het de eerste avond nog even zoeken. Eigenaar en gastvrouw Lisja Hu vertelde zo min mogelijk over het eten bij de tafel om afstand te houden, maar merkte snel dat mensen daar juist wel op zaten te wachten. „Ze komen eten om de misère van de crisis te vergeten, even te ontsnappen.”

Veel collega-restauranthouders van Hu kozen ervoor ook lunch aan te bieden, om het rendabel te maken. Dat lijkt Hu, ook vanwege hun gezin, zwaar. Ook wil ze niet met meerdere rondes op een avond werken: dat past niet bij het concept van een avondvullend programma.

Zij en haar man hebben het er dagelijks over: hoe gaat het er komende tijd uit zien? Is het houdbaar? „We werken met anderhalf personeelslid minder, dat kon helaas niet anders. Bepaalde grote betalingen zoals de belastingen zijn nog niet gedaan, dat komt op een gegeven moment allemaal binnen.” Qua boekingen zitten ze de komende anderhalve maand vol, maar ze maakt zich zorgen over de herfst, wanneer mensen mogelijk weer banger worden het virus op te lopen. „Pas over drie maanden tot een half jaar kunnen we zien wat voor ons het effect op de lange termijn is”, zegt ze. „Ik heb zoiets van: nu focussen op mooie avonden draaien, ondanks de maatregelen.”

Geen feesten, of een band

Ook Coumans maakt zich zorgen over de herfst, als ze haar terras minder kan gebruiken. En ze kan voorlopig geen feesten meer organiseren, of een band uitnodigen. „Als ik vier bandleden heb, passen er nauwelijks nog gasten in.”

Zij en haar partner kijken het een tijdje aan. „Als dit echt de toekomst is, vind ik het niet meer leuk. En dit werk kun je alleen maar doen als je het leuk vindt.”

Ook al heeft ze een eigen zaak, toch is Coumans aan het solliciteren op een baan, voor erbij. „Uiteindelijk kan ik alleen geholpen worden als ze die anderhalve meter loslaten. Ik heb het gevoel dat dat niet snel gaat gebeuren.”

Ook bij Sjiek van Berben scheelt het virus „ontzettend veel omzet”. Klanten reserveren via een app, maar komen soms niet opdagen of melden zich vlak voor het tijdsslot af. Het helpt in ieder geval dat de gemeente Maastricht toestond dat het terras buiten aanzienlijk mocht uitbreiden. Berben ziet zichzelf niet snel de tent sluiten. „Ik ben al sinds 1982 bezig. Ik heb, zoals dat in jargon heet, wel wat spek op m’n ribben.”