Opinie

Cannes gaat altijd door

Peter de Bruijn

Na 1939 en 1968 zal volgens festival-directeur Thierry Frémaux de editie van 2020 de derde keer in de geschiedenis zijn, dat het festival van Cannes niet doorgaat. Maar klopt dat wel helemaal? Het begin van het allereerste festival viel op 1 september 1939 samen met de Duitse inval in Polen. In dat jaar zijn er in Cannes geen films vertoond; op één private voorstelling na van de Amerikaanse film Quasimodo. Meteen na de oorlog volgde daarom in 1946 „het tweede eerste festival” – het echte begin van het meest prestigieuze filmfestival ter wereld.

Het festival van 1968, dat samenviel met de studentenopstand in Parijs heeft in ieder geval voor de helft wél plaatsgevonden. Toen het festival al een week bezig was besloten de verzamelde filmmakers – op basis-democratische wijze bijeen – het festival te staken uit solidariteit met de studenten.

Frémaux heeft in 2020 dus wel degelijk een soort primeur te pakken. Tenminste: als de 73ste editie van het festival inderdaad niet heeft plaatsgevonden. Daar valt als het aan Frémaux ligt over te debatteren. De jongste editie van het festival is, zo liet hij vorige week nadrukkelijk weten, níet geschrapt. Hij maakte toen de selectie bekend van 56 films, die in mei aan de Franse Rivièra zouden zijn vertoond, als het coronavirus niet had toegeslagen. „Annuleren is nooit een optie geweest”, verklaarde hij ferm.

In de selectie bevinden zich films die juist nu grote resonantie zouden hebben gehad, zoals twee afleveringen van de televisie-serie Small Ax van de Britse regisseur Steve McQueen, die gaat over zwarte Londenaren in de jaren zeventig en tachtig. Of Soul van regisseur Pete Docter; de eerste animatiefilm van studio Pixar met Afro-Amerikaanse personages.

Een beetje absurdistisch is het wel, om simpelweg te ontkennen dat het festival niet door kon gaan. Missiedrang en – laten we zeggen – geprononceerd zelfbewustzijn gaan in Cannes altijd hand in hand. Frémaux verwacht dat films die het kwaliteitsstempel van Cannes hebben ontvangen daar later dit jaar toch nog van kunnen profiteren.

Wellicht dat Frémaux en zijn team daarom zoveel producties uit eigen land kozen: 21 films. Als het festival daadwerkelijk was doorgegaan zou zulk chauvinisme vermoedelijk kritiek hebben opgeleverd. Nu maakt Cannes vooral een sympathiek gebaar naar Franse filmmakers. In Frankrijk trekt het kwaliteitsstempel van Cannes de meeste aandacht.

Volgens de Amerikaanse vakbladen is het onwaarschijnlijk dat Cannes haar gebruikelijke rol zal spelen bij de Oscars. Het festival is traditioneel hofleverancier van films die later een nominatie weten te bemachtigen voor de Oscar voor beste niet-Engelstalige film. Maar de invloed van Cannes zal dit jaar vermoedelijk klein zijn. Alleen een selectie op papier is voor een dominante rol in de VS toch niet genoeg.

Vorig jaar wist de winnaar van de Gouden Palm, Parasite van Bong Joon-ho, zelfs door te stoten naar de Oscar voor beste film. Zoiets is dit jaar uitgesloten, aangezien Cannes geen jury bij elkaar laat komen en ook geen prijzen uitdeelt. Soms moet zelfs Thierry Frémaux buigen voor het coronavirus.

Peter de Bruijn is filmrecensent.