Artsen: maak zorg fors eenvoudiger

Manifest De coronacrisis toont dat de zorg te bureaucratisch en gefragmenteerd is, stelt een groep artsen in een manifest. Hervorm de zorg juist nu, vragen zij.

Een zorgmedewerker werkt de administratie bij van patienten op een speciale cohort-afdeling in het Amphia ziekenhuis.
Een zorgmedewerker werkt de administratie bij van patienten op een speciale cohort-afdeling in het Amphia ziekenhuis. Foto Remko de Waal / ANP

De coronacrisis moet worden aangegrepen om snel een grondige hervorming van het zorgstelsel door te voeren. Dat staat in het manifest Het roer moet nu om in de hele zorg, dat ondertekend is door ruim duizend artsen die werken in de dagelijkse patiëntenzorg.

„De coronacrisis laat ons zien hoe afhankelijk onze gezondheidszorg is van voldoende menskracht, samenwerking en niet op de laatste plaats van een centrale regie”, schrijven de artsen. In hun manifest pleiten ze niet alleen voor een hogere beloning voor verpleegkundigen, maar vooral ook voor het verminderen van de marktwerking, het tegengaan van onnodige zorg (overbehandeling) en van administratieve handelingen.

Het kabinet was van plan om voor de zomer een visie op de zorg te presenteren, maar door de coronacrisis is die vertraagd en komt die op z’n vroegst dit najaar. De opstellers van het manifest willen meer tempo en binnenkort al een hoorzitting in de Tweede Kamer. Huisarts Toosje Valkenburg, een van de opstellers, zegt dat de coronacrisis heeft bewezen dat de landelijke overheid wel degelijk in staat is de regie te voeren. „Waar eerder vaak gezegd werd dat de overheid dit niet kon, zag je hoe snel dingen nu wel konden. Bijvoorbeeld het uitbreiden van de IC-capaciteit, het inkopen van beschermingsmiddelen en het centraal aansturen van het verspreiden van coronapatiënten over ziekenhuizen. Die samenwerking tussen ziekenhuizen moeten we vasthouden: dat ze het model van alleen maar concurreren met elkaar verlaten.”

1Minder marktwerking

De medici roepen de politiek op duidelijker te benoemen „of en zo ja, waar marktwerking in de zorg een plek heeft”. Valkenburg prijst het eerdere besluit van oud-minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) om de marktwerking uit de ambulancezorg te weren. Hij vond dit een basisvoorziening die buiten de markt om geregeld moet worden. „Identificeer als kabinet de basisvoorzieningen die zich niet tot de markt verhouden, daarbij kun je ook denken aan de huisartsenzorg en verloskunde.” Tijdens de coronacrisis zag Valkenburg vaak alle huisartsen in een gemeente samenwerken tijdens speciale spreekuren, wat normaal gesproken niet vanzelfsprekend is in verband met mededingingsregels.

2 Minder onnodige zorg

Als gevolg van de corona-uitbraak in maart meden veel mensen het ziekenhuis en de huisarts, uit angst daar besmet te worden met het virus. Hoewel dit sommige patiënten heeft opgebroken, geldt dat lang niet voor iedereen, denkt hoogleraar huisartsengeneeskunde Niek de Wit (UMC Utrecht). „Normaal zien huisartsen dertig mensen per dag, die consulten gaan we echt niet inhalen. Het laat ook zien dat we misschien te veel deden. Blijkbaar hebben veel hulpvragen zichzelf opgelost.”

Toosje Valkenburg vindt dat goed moet worden onderzocht hoeveel gemeden zorg nu echt onmisbaar was. Sowieso wil ze meer aandacht voor overbehandeling, en dat de politiek en zorgverleners elkaar daarin moeten vinden. „We kunnen toe naar minder controles, echo’s en bloed prikken. Niet voor alle lichamelijke klachten is een medische oplossing. En we moeten vaker pijnlijke keuzes maken en nee zeggen tegen sommige behandelingen. Nu roept de politiek dan vaak schande.” Een geslaagd voorbeeld uit de coronacrisis vindt Valkenburg de gesprekken die huisartsen met kwetsbare ouderen voerden over de nadelen van een IC-opname.

3Minder bureaucratie

De coronacrisis heeft ook bewezen dat de bureaucratie in de zorg minder kan.

Lees ook: Artsen willen niet meer eindeloos turven

Er was soms minder tijd om alle gevraagde administratie per patiënt in te vullen in het Elektronisch Patiënten Dossier. Dat gaf in de praktijk geen problemen, zag hoogleraar intensivecaregeneeskunde Armand Girbes van de Vrije Universiteit Amsterdam. „Wij hebben als een van de eerste dingen de ‘pijnscores’ afgeschaft die we een paar keer per dag per patiënt moeten invullen. Dat scheelde veel tijd. Het is ook onnodig. Een verpleegkundige op de IC houdt al de hele dag in de gaten hoeveel pijn een patiënt heeft.”

Voor de coronacrisis waren zorgverleners tot wel 40 procent van hun tijd kwijt aan administratie, bleek uit eerder onderzoek van artsenorganisaties. In het manifest wordt nu gepleit voor een wettelijke norm die bepaalt dat dit voortaan niet meer dan 20 procent mag zijn. Volgens Valkenburg is het belangrijk dat de politiek zo’n norm stelt. „Dan is er een regel waar iedereen zich aan moet houden.”