In het Nelson Mandelapark in de Bijlmer in Amsterdam kwamen woensdag zo’n 10.000 jonge mensen bijeen om te demonstreren tegen racisme en politiegeweld.

Foto’s Sem van de Wal, Remko de Waal, Piroschka van der Wouw en Sebiha Oztas

‘Als er niks verandert doen we niet meer mee’

Protest in de Bijlmer Ruim een week na de Dam was het de beurt aan dé zwarte wijk in Amsterdam. „Kinderen groeien hier al decennia op met racisme.”

Twee dagen lang zijn vrijwilligers bezig geweest om grote gele stippen op het gras van het Nelson Mandelapark in Amsterdam Zuidoost te verven. Elke anderhalve meter een stip. Zodat mensen vanavond op een veilige corona-afstand van elkaar konden demonstreren tegen racisme en politiegeweld.

Lees ook: Halsema toont spijt en mag blijven van de raad

Tegen half zeven woensdagavond vullen zo’n tienduizend jonge mensen – zwart en wit – op gepaste afstand het veld. Wat vorige week op de Dam gebeurde, zou ze niet nog een keer overkomen: te veel mensen te dicht bij elkaar. Ze houden afstand en dragen mondkapjes.

Black Lives Matter’ staat er op de meeste kartonnen bordjes. En „we can’t breathe”. De zwarte Amerikaan George Floyd, die twee weken geleden de dood vond nadat hij voor het oog van de camera minutenlang onder de knie van een politieagent op de grond was gehouden, verzuchtte herhaaldelijk dat hij geen lucht kreeg.

Op het podium wisselen zangers en sprekers elkaar in hoog tempo af. De één spreekt Engels, omdat ze lang in de Verenigde Staten heeft gewoond. Ze zegt: „Het gaat niet om jou. Het gaat om óns. We staan op de schouders van de schouders van de schouders van onze voorouders.” Wees trots, zegt ze. „Wij zijn zo gewend aan racisme dat we er niet van opkijken als we worden beledigd. Als we worden gemarginaliseerd. Dat vinden we normaal. Zie de schoonheid in onze zwarte kinderen, op school, op straat.”

De ander, Mitchell Esajas, doorspekt zijn toespraak met Engels. „Mark Rutte doesn’t care about black people”, zegt hij. „Tot hij actie onderneemt tegen Zwarte Piet.” Dat moest hij vanavond zeggen van zijn moeder, zegt Esajas. „Het is tijd dat Rutte verantwoordelijkheid neemt.” Hij verwijst naar de uitspraak van premier Rutte, die vorige week zei dat hij „tot de groep behoort die is gaan inzien dat Zwarte Piet moet veranderen.” In 2013 had Rutte nog gezegd dat „Zwarte Piet nu eenmaal zwart” is.

Als buitenlander gezien

Dit protest moest ook in de Bijlmer plaatsvinden, zegt Esajas op het podium, omdat dit dé zwarte wijk van Amsterdam is. „Kinderen groeien hier al decennia op met racisme. Op de middelbare school kunnen ze niet geloven dat een zwart meisje het vwo kan halen. Aan de overkant zitten kantoren van ABN en ING – daar werken alleen witte mensen in de leiding. Zwarte mensen worden etnisch geprofileerd door de politie. En ze worden weggewerkt uit woonwijken door gentrification. De huizen worden te duur.”

Een van de demonstranten is Jessica Dikmoet (60). Ze demonstreert al dertig, nee, veertig jaar tegen racisme in Nederland , vertelt ze. Wat is er nu dan anders? „Wij zijn gewoon Nederlanders. Maar sommige mensen zien ons nog steeds als buitenlanders. Deze generatie accepteert dat niet meer. Ze zeggen ‘genoeg is genoeg’. Als er nu niks verandert, ondanks alle demonstraties, dan kunnen we niet langer doorgaan met polderen en dialoog.” Wat dan? „Dan trekken wij ons terug. We zijn een economische macht. Wij werken massaal in de zorg, het vervoer, bij gemeentes. Als wij allemaal zouden staken, dan zou iedereen dat merken.”