Beatriz Gomes Dias op de plek waar ‘haar’ monument moet verrijzen. „De weg naar gelijkheid is nog lang.”

Foto Bruno Colaco

Interview

‘Alleen door de waarheid te vertellen kunnen we racisme verslaan’

Interview | Beatriz Gomes Dias Ook in Portugal is toenemende kritiek op het nationale zelfbeeld als ‘goede’ kolonisator. „Dat beeld is fictie”, zegt het Portugese parlementslid Beatriz Gomes Dias.

Beatriz Gomes Dias (49) loopt over de nieuwe promenade voor Casa dos Bicos. Hier, aan de oever van de Taag in het hart van de Portugese hoofdstad, waar eeuwen achtereen talloze slaven tijdelijk gevangen werden gehouden op weg van Afrika naar Amerika, zal dit jaar een nationaal monument verrijzen ter nagedachtenis aan de slavernij.

„Het heden is niet los te zien van het verleden”, zegt Gomes Dias in Lissabon waar afgelopen dagen ook protesten waren na de dood van George Floyd. „Racisme zit ook diep in de Portugese samenleving verankerd. Dat mogen we niet langer verzwijgen.”

Lees ook: ‘Portugal hoeft zich niet te schamen voor zijn verleden’, vindt deze hoogleraar

De uiterst linkse politicus Gomes Dias liep samen met andere vrouwen met Afrikaanse wortels al jaren op de discussie vooruit, toen ze in 2017 een burgerinitiatief begon voor een hommage aan „tot slaaf gemaakte mensen”. Na een stroperig proces werd dit voorjaar gekozen voor het ontwerp ‘plantage-vruchtbaarheid en nachtmerrie’, van de Angolese kunstenaar Kiluanji Kia Henda.

Een suikerrietplantage van aluminium (en een klein museum) moeten Portugezen permanent herinneren aan de donkere kant van hun rijke geschiedenis. Want slechts een paar kilometer verderop ligt het beroemde Monument voor de Ontdekkingsreizigers met onder anderen Hendrik de Zeevaarder en Vasco da Gama, een toeristische trekpleister. „We kunnen niet meer over glorieuze overwinningen praten zonder de verborgen kanten ervan te vermelden”, stelt Gomes Dias. „Het verhaal van de slachtoffers. Van de tot slaaf gemaakten die als product werden verhandeld. Alleen door de waarheid te vertellen kunnen we racisme verslaan.”

Allemaal fabeltjes

Gomes Dias behoort tot de circa 10 procent van de 11 miljoen Portugezen die hun wortels hebben in voormalige koloniën als Brazilië, Angola, Mozambique, Kaapverdië, Sao Tomé en Principe, Guinee-Bissau, Goa en Oost-Timor. Ze is het gezicht van een kleine beweging, die sinds enkele jaren het verleden van Portugal nadrukkelijk ter discussie stelt, iets wat ook gebeurt in andere voormalige Europese koloniale grootmachten.

Het deed Gomes Dias pijn dat de Portugese president Marcelo Rebelo de Sousa in 2017 bij een bezoek aan een slavernijmonument op het Senegalese Gorée naliet om zijn verontschuldigingen aan te bieden. Daarentegen prees Rebelo de Sousa Portugal vanaf het eilandje, waar vandaan eeuwenlang slaven uit Afrika naar Amerika werden verscheept, door te stellen dat het in 1761 als eerste de slavernij afschafte. „Dat was niet eens waar. Dat gold destijds alleen voor de slavernij in Portugal zelf, niet in de koloniën.”

Zo maakte de president er zelfs nog iets glorieus van, verzucht Gomes Dias. „De oudere generatie witte Portugezen ontkent veelal de donkere kanten van het verleden. En met dit soort boodschappen blijven jongere generaties dat ook doen. Ook zij moeten beseffen waar hun welvaart vandaan komt. En hoe hoog de prijs was die miljoenen Afrikanen daarvoor hebben betaald.”

De oudere generatie witte Portugezen ontkent veelal de donkere kanten van het verleden. En met dit soort boodschappen blijven jongere generaties dat ook doen.

Gomes Dias grijpt de demonstraties van de afgelopen dagen in Lissabon, Porto en Coimbra volgend op het Amerikaanse politiegeweld aan om ook op Portugal te wijzen. Ze noemt het Zuid-Europese land „een witte maatschappij” waar mensen op basis van „leugenachtige mythes uit het verleden” geloven dat er sprake zou zijn van harmonie tussen wit en zwart.

„Fabeltjes”, stelt ze. Gomes Dias ziet zichzelf niet of nauwelijks vertegenwoordigd in de huidige samenleving. „Ook in Portugal is sprake van geïnstitutionaliseerd racisme. Op tv zie je geen zwarten. Ze staan niet op de opiniepagina’s van de kranten. En kijk eens naar de huisvesting in Lissabon. Witten wonen in het centrum, zwarten in de arme buitenwijken.”

Via de promenade wandelt ze naar een barretje waar ze haar levensverhaal vertelt. Gomes Dias werd in 1971 in de Senegalese hoofdstad Dakar geboren als dochter van twee vluchtelingen uit Guinee-Bissau. Ruim een jaar na de Anjerrevolutie, waarmee in april 1974 een einde kwam aan de dictatuur in Portugal en de daarop volgende onafhankelijkheid van de West-Afrikaanse kolonie, verhuisde de familie Gomes Dias naar Lissabon.

Ze zegt: „Ik kan me bijna niets meer van m’n jongste jaren herinneren. Er waren weinig andere zwarte mensen in mijn omgeving. Ik voelde me als donker meisje geaccepteerd. Als ik nu terugkijk, zie ik de verschillen wel. Ook ik had onbewust te maken met racisme.”

Ik voelde me als donker meisje geaccepteerd. Als ik nu terugkijk, zie ik de verschillen wel. Ook ik had onbewust te maken met racisme.

Gomes Dias, die na een studie biologie aan de Universiteit van Coimbra twintig jaar als lerares voor de klas stond, zoekt in het Engels naar de juiste woorden. „Ik ben natuurlijk niet voor niets politiek actief geworden.”

Ze is parlementslid van Bloco de Esquerda, een ultralinkse oppositiepartij met 19 van de 230 zetels. „Op scholen wordt altijd verteld dat de Portugezen ‘goede’ kolonisators waren, omdat ze zich beter zouden mengen met andere volkeren. Portugal is immers zelf ook een smeltkroes van culturen. Portugal zou daarom alleen op basis van sociale klassen verdeeld zijn, niet op huidskleur. Deze verheerlijking van het koloniale verleden werd niet alleen tijdens de dictatuur uitgedragen, de huidige regering van de socialistische premier António Costa denkt er ook zo over. Allemaal fictie. De realiteit is totaal anders.”

Witte suprematie

De vorig jaar gekozen Gomes Dias is één van de drie zwarte vrouwen in het parlement. „Veel mensen steken mij op straat een hart onder de riem. Anderen geven me soms het gevoel dat ik een plek heb ingenomen die niet aan mij toebehoort. Juist tegen die gedachte strijd ik. Dat is de discriminatie waar zwarte Portugezen iedere dag mee te maken hebben.”

Volgens haar zie je dit soort mechanismen in heel Europa, niet alleen in Portugal. „Het simpelweg ontkennen van diepgeworteld racisme is heel gewoon in Engeland en Spanje, en ook in Nederland. Het heeft te maken met de wereldrijken die ze ooit, over de rug van andere bevolkingsgroepen, hebben gesticht. Die ‘prestaties’ uit het verleden worden nog steeds groots gevierd en onderwezen bij geschiedenislessen. Zo wordt de gedachte van een soort witte suprematie gevoed. Bijna niemand plaatst er vraagtekens bij. En als je dat wel doet, dan bezoedel je de geschiedenis. Dan roepen ze dat je maar beter op kunt rotten naar je eigen land. Terug waarheen? Portugal is ook míjn land.”

Haar missie is nu als volksvertegenwoordiger gelijkheid voor iedereen af te dwingen. Dat kan volgens haar alleen met positieve discriminatie. „Het zal als een enorme overwinning voelen als het monument ter ere van de tot slaaf gemaakten er straks staat. Maar de weg naar gelijkheid is nog lang.”