Opinie

Staatssteun, is dat ook echt HEMA?

Menno Tamminga

Is HEMA van strategisch belang voor de Nederlandse economie? En zo ja, betaalt het kabinet na de steun aan KLM en scheepswerf IHC mee aan de redding van de berooide oer-Hollandse winkelketen? Die vraag is urgent nu schuldeisers HEMA-eigenaar Marcel Boekhoorn onder druk zetten. Hij kocht het bedrijf anderhalf jaar geleden, beloofde de hoge schuldenlast te verlagen, maar kwam die belofte maar ten dele na.

De schulden zijn de erfenis van de vijftien jaar dat Angelsaksische private-equityfinanciers de baas waren en leningen afsloten alsof het geen geld kostte. Maandag moet Boekhoorn, die zich in 2018 opwierp als de redder van het concern, de eerste van een trits leningen aflossen. Als HEMA (11.600 werknemers) in gebreke blijft, riskeert hij een machtsgreep: de schuldeisers grijpen z’n HEMA-aandelen.

Lees ook dit achtergrondverhaal: Schuldeisers HEMA niet onder de indruk van tegenzet Boekhoorn

Staatssteun was 37 jaar geleden ook aan de orde. In 1982 dreigde Koninklijke Bijenkorf Beheer (KBB), eigenaar van HEMA, de Bijenkorf en nog wat ketens, kopje onder te gaan. Ook toen was er een economische crisis. De Bijenkorf leed zware verliezen. Sluiting van vestigingen dreigde. Begin 1983 volgden onderhandelingen met 67 schuldeisers, waaronder de machtige verzekeraar Nationale-Nederlanden, grootaandeelhouder Anton Dreesmann van concurrent V&D, vakbonden en staatssecretaris Piet van Zeil (Economische Zaken, CDA).

In de slotfase legde Dreesmann extra geld op tafel, de bonden gingen akkoord met ontslagen en loonoffers, financiers ruilden schulden voor nieuwe aandelen, de bedrijfstop werd uitgedund. KBB kreeg níét de gevraagde overheidslening. Wel gaf de overheid KBB uitstel van betaling van de rente op een lopende lening. Geen extra geld, maar een steuntje in de rug met een rentevrije periode van drie jaar.

Zoek de verschillen met nu. Het eerste is dat onderhandelingen toen een Nederlands onderonsje waren. Men kende elkaar. Ook al botsten de belangen, men moest met elkaar verder. Een faillissement kostte meer (WW-uitkeringen, lege stadscentra) dan een reddingsactie.

Nu gaat het om gehaaide buitenlandse financiers, voor wie HEMA vier letters zijn waar ze met een hoog risico een lekker hoog rendement op hopen te behalen.

Het tweede is dat de dreigende sluiting van Bijenkorffilialen vurig maatschappelijk verzet opriep. Gemeentebesturen, personeel en klanten kwamen in het geweer onder de strijdkreet ‘De Bijenkorf moet blijven’. Het lot van HEMA nu roept eerder gezapigheid op. Red de HEMA, stuur een tweet, dat is het wel.

Zonder verstikkende schuldenlast heeft HEMA genoeg potentie. De familie Van Eerd (Jumbo) kocht dit jaar al HEMA-filialen. Worden zij de Dreesmann van 2020 in een particuliere reddingsactie omdat HEMA te groot is en van vitaal belang voor de winkelstraten om failliet te laten gaan?

De overheid speelt op z’n best een bijrol. Er zijn, net als in 1983, algemene regelingen voor overheidsgaranties op bankleningen voor in de kern gezonde bedrijven met voldoende winstperspectief. In 1983 voldeed KBB niet aan de criteria, dus kwam er geen garantielening. Nu kan HEMA alleen aan die criteria voldoen ná vergaande schuldsanering en een kapitaalinjectie van bestaande of nieuwe aandeelhouders.

De overheid moet er dan overheen stappen dat elke steun concurrentievervalsing is. HEMA wel, kleine winkeliers niet. Maar: naburige winkels profiteren óók van de aantrekkingskracht van de HEMA. Het bankroet van V&D (2015) heeft HEMA’s positie in dat opzicht nog sterker gemaakt. Maar zuur is het wel, dat een redding met mogelijke staatsgaranties het slot is van vijftien jaar overmoed van financiële sprinkhanen.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.