Opinie

Problemen benoemen en de les van Fortuyn

Tom-Jan Meeus

De tragisch vermoorde Pim Fortuyn was twintig jaar terug voor veel Nederlanders een bevrijding. De man die durfde te ‘benoemen’ wat er misging met de integratie van mensen met een migratieachtergrond. Sindsdien is dit benoemen erg geliefd. De lat is steeds lager komen te liggen: schelden is allang geen probleem meer. En er kwamen kunstjes bij: klagen dat je iets niet meer mag zeggen werd een trucje dat bijna elke Nederlander nu beheerst. Zo is het in dit land eindeloos mogelijk taboes te doorbreken die al decennia niet meer bestaan.

En je kunt je voorstellen dat het aanzwellende antiracismeprotest óók een reactie daarop is: mensen met een niet-westerse achtergrond die ingaan op alle onbeschoftheid die al zolang voor ‘benoemen’ doorgaat. Benoemden die hun benoemers benoemen. En het bevrijdende effect dat daarvan uitgaat.

Niet dat dit alles oplost. Het Sociaal en Cultureel Planbureau publiceerde een half jaar terug het oordeel van de bevolking over integratie, en erg optimistisch word je daar niet van. De kloof over de beleving van het integratievraagstuk is nog steeds erg groot. Terwijl autochtonen vinden dat mensen met een migratieachtergrond extra moeite moeten doen, wijt vooral de tweede generatie migranten de kloof aan uitsluiting en discriminatie door witte Nederlanders.

Dus je kunt niet zeggen dat al het ‘benoemen’ veel positiefs heeft opgeleverd. Wel werkte het de afgelopen decennia uitstekend voor partijen rechts van het midden om kiezers te rekruteren. Het zou kunnen dat die partijen veranderen – zie de VVD vorige week – maar ik weet niet of dit ook voor kiezers geldt. Vergeet niet dat Thierry Baudet met zijn partij Forum voor Democratie nog maar een jaar geleden de grootste bij de Statenverkiezingen werd.

Dus: het is óók mogelijk dat de tegenstelling verder verhardt. Dat de ontevredenheid bij zowel autochtonen als mensen met een migratieachtergrond over elkaars gedrag groeit. Dat mensen van weerskanten overtuigd raken dat hun verwijt aan de anderen de enig juiste analyse is.

En als je de ellendige polarisatie uit de Verenigde Staten wil voorkomen, moet je dan wel iets bedenken. Zaterdagavond vertelde socioloog Herman Vuijsje in het radioprogramma Met het Oog op Morgen dat het stelselmatige gebruik van het woord racisme ongelukkig is. Het is een subjectieve term, zei hij, waardoor beschuldigers en beschuldigden vaak niet van elkaar weten wat ze bedoelen. Vuijsje zei: je kunt beter discriminatie als woord hanteren. Iedereen weet precies wat dat is.

En het zou vast niet alles oplossen – maar je hoopt wel dat mensen uit die Fortuyn-geschiedenis overhouden dat het eindeloze ‘benoemen’ ook nadelen heeft.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.