Peru greep streng in, toch slaat het coronavirus hard toe - wat gaat er mis?

Peru Terwijl andere landen al opengingen, handhaaft Peru 86 dagen strenge blijf-thuis-maatregelen. Toch is het in verhouding tot andere landen zwaar getroffen. Hoe kan dat?

De doodskistenfabriek van Wilfredo Cabrera in de Peruaanse hoofdstad Lima draait overuren nu het aantal Covid-19-doden blijft oplopen.
De doodskistenfabriek van Wilfredo Cabrera in de Peruaanse hoofdstad Lima draait overuren nu het aantal Covid-19-doden blijft oplopen. Foto Rodrigo Abd/AP

Toen Peru op 6 maart bij een uit Europa ingevlogen piloot zijn allereerste coronabesmetting vaststelde, greep de regering streng en snel in. Tien dagen later – de eerste Covid-dode moest nog vallen – ging het land al in een van de strengste lockdowns ter wereld. Sindsdien patrouilleert het leger door de straten, is binnenlands verkeer platgelegd en geldt vanaf 20.00 uur een avondklok. En terwijl veel landen de afgelopen weken weer ‘open’ gingen, blijven de Peruaanse blijf-thuisregels zeker tot eind juni van kracht. Deze dinsdag gaan ze hun 86ste dag in, tellen kranten op hun voorpagina’s.

Binnen Latijns-Amerika, sinds half mei het nieuwe epicentrum van de coronapandemie, greep Peru voortvarender in dan veel andere landen. In Brazilië bijvoorbeeld verzet de rechts-populistische president Bolsonaro zich fel tegen lockdown-maatregelen van deelstaten. In Chili had de neoliberale regering-Piñera zo’n haast de economie weer te laten draaien, dat het land te vroeg openging. En Ecuador werd aan het begin van de epidemie overvallen door uit Europa terugkerende studenten, met een grote lokale uitbraak in havenstad Guayaquil tot gevolg.

In top-3 van sombere statistieken

Ondanks zijn ingrijpende aanpak staat Peru in regionale coronalijstjes telkens in de top-3. Zijn dodental (5.570) is in absolute cijfers het hoogste na Brazilië. Het heeft bijna evenveel besmettingen per miljoen inwoners als koploper Chili. En het telt ongeveer evenveel doden per miljoen inwoners als Brazilië (Ecuador staat daarin eerste). En dan is Peru pas halverwege de pandemie, zoals president Martín Vizcarra eind mei waarschuwde.

Dat het land toch zo zwaar getroffen is, verklaart Vízcarra zelf uit de ruime testcapaciteit. Peru test (net als Chili en Venezuela) inderdaad relatief veel. Maar dat verklaart niet alles. De uitbraak legt ook meerdere structurele kwetsbaarheden bloot die zeker niet uniek zijn voor Peru, maar die het overheidsbeleid van #YoMeQuedoEnCasa (Ik blijf thuis) wel effectief ondergraven.

Volgens overheidsonderzoek woont 11 procent van de Peruanen in een krot, waardoor mensen thuis vaak geen stromend water hebben om handen te wassen. Slechts een op de vijf huishoudens bezit een eigen koelkast, wat het lastig maakt voor meerdere dagen boodschappen in te slaan. Juist markten zijn uitgegroeid tot belangrijke besmettingshaarden.

Ook verdient 71 procent van de Peruanen zijn inkomen in de informele economie. Veel mensen moeten wel hun huis uit om te overleven.

Een ander probleem: twee derde van de Peruanen heeft geen bankrekening. Hoewel de regering een bedrag van 90 miljard sol (23,3 miljard euro, ofwel 12 procent van het bbp) heeft vrijgemaakt voor gezinnen en het midden-kleinbedrijf, moeten veel burgers naar de bank om die steun te innen. Ook daar besmetten mensen elkaar in lange wachtrijen.

Geografische verschillen

Hoewel de meerderheid van de coronabesmetting zich concentreert in en rond hoofdstad Lima, ligt de sterfteratio het hoogst in Amazoneprovincies. Covid-19-patiënten overlijden hier vaker omdat ziekenhuizen slechter uitgerust zijn en vaker afgelegen liggen. Ook ontbreekt het de in meerderheid inheemse bevolking hier vaker aan stromend water en elektriciteit.

Lees ook: Latijns-Amerika groeit snel uit tot nieuw epicentrum van de pandemie

Een lichtpunt is dat de uitbraak voorlopig minder ernstig huishoudt in het Andesgebergte. Hooglandprovincies zijn gemiddeld armer, maar tellen minder besmettingen en doden dan de dichtbevolkte Pacifische kuststrook (met Lima) en in de Amazone. Ook in buurlanden Bolivia en Ecuador valt op dat de uitbraak heftiger verloopt in lager gelegen gebieden.

Wetenschappers doen al onderzoek naar mogelijke oorzaken. Een hypothese is dat de UV-straling in zonlicht op grote hoogte feller is en meer virusdeeltjes uitschakelt. Ook hebben hooglandbewoners meer rode bloedlichaampjes en daardoor mogelijk een betere weerstand tegen een longinfectieziekte als Covid-19, zo luidt een mogelijke verklaring.