Foto's Eric Brinkorst

Niet naar Thailand, wel naar de festivalcamping in de Achterhoek

Glamping Een groep Achterhoekers bouwde een leegstaande camping om tot een festivalcamping. Zonder festival, dat wel.

Het vergt een bepaald slag mens om een camping te bouwen op het moment dat andere campings juist de poorten – of toch tenminste hun toiletblokken – gesloten dienen te houden.

Een type-Jeroen Schreurs, zouden ze in het Gelderse Winterswijk zeggen. Hun plaatsgenoot begon eerder al een reizend foodtruckfestival, een beachclub en een aantal spraakmakende vastgoedprojecten. Het leverde hem het stempel ‘plattelandspionier’ op. Onder zijn moederbedrijf de Plannenmakerij vallen intussen elf bedrijven. Toch kwam ook Schreurs (35) dit voorjaar thuis te zitten. En dat viel hem niet eenvoudig, vertelt hij: „Ik had toevallig net ervoor mijn zus met haar twee kinderen in huis genomen, omdat zij moesten wachten tot hun nieuwe woning klaar zou zijn. Dat was best gezellig, tot ze de hele dag thuis kwamen te zitten.”

Een veelbelovende voorjaarsliefde dreef hem uiteindelijk toch zijn woning uit, naar een chalet op een camping in de buurt. „Twee dagen na onze eerste date vertelde Rutte dat we voorlopig thuis moesten blijven. Ik belde haar op en zei: Ashley, kom, we gaan in een blokhut in Rekken [bij Eibergen, red.] in quarantaine.”

Ashley Buunk (27), de date in kwestie, twijfelde naar eigen zeggen geen seconde. Ze wist als geboren Winterswijkse wel zo’n beetje wat voor vlees ze in de kuip zou krijgen. „Iedereen in Winterswijk kent Jeroen Schreurs wel. Maar ik zou hem snel genoeg écht leren kennen.”

„Sinds dat moment spelen we eredivisie”, vertelt Schreurs herhaaldelijk. „Met de beste spelers van festivalland.”

Al vlot nadat hun quarantaine-avontuur goed en wel kon beginnen, bleek hij het ondernemen niet te kunnen laten. Schreurs: „Ik dacht: misschien kan ik nog wel drie of vier van die liefdesnestjes neerzetten. We zijn vast niet het enige stel dat daar nu behoefte aan heeft.”

Lees ook: Op vakantie naar Zuid-Frankrijk, maar zonder restaurants of strand, wie wil dat?

En zo kon het gebeuren dat Schreurs behalve kroeg-, festival- en pandjesbaas óók campingeigenaar werd. Hij doopte de camping For Rest Glamp. „Je komt hier voor je rust, vandaar de naam. En Forrest Gump die rende ook door een bos, toch?”

Buunk werd door haar kersverse geliefde meteen het zakelijk avontuur ingetrokken. „Ik heb tot 1 oktober onbetaald verlof opgenomen om dit alles te kunnen meemaken. Zoiets gebeurt maar één keer in je leven.”

Eredivisie

Het plan komt pas echt op gang wanneer Schreurs halverwege april op de camping zijn compagnon Michael Wedel tegen het lijf loopt. „Sinds dat moment spelen we eredivisie”, vertelt Schreurs herhaaldelijk. „Met de beste spelers van festivalland.”

Wedel (51) is, net als Schreurs, een Achterhoeker die bij gebrek aan werk nogal met zijn ziel onder de arm loopt. Hij is al vanaf de eerste editie van het driedaagse muziekevenement Lowlands in Flevoland betrokken bij de opbouw van het festivalterrein. Sindsdien verdient hij iedere zomer voor een heel jaar zijn brood met de productie van festivals en festivalcampings. „Maar toen ik hier over de camping liep, dacht ik: we hebben hier schuren vol tenten en huisjes staan, die anders een heel seizoen in de opslag blijven. Die moeten we hier neerzetten.”

Foto Eric Brinkhorst

Sinds de twee de handen ineen hebben geslagen, komt de ene na de andere bouwer en klusser naar de camping toe. Ze zien in de verwaarloosde camping een mooi project voor een zomer zonder werk.

Waar eerst nog gras tot aan de knieën stond, wordt nu door een kiepwagen zand gestort voor twee jeu-de-boulesbanen. „Dat is weer helemaal hip, hoorden we”, lacht Schreurs. Omgeven door – zoals op een festival – veel steigerhouten planken en pallets wordt verder de ene na het andere tiny house, yurt of tipitent uit de grond gestampt. Er is ook een campingwinkel, ‘de winkel van Leen’. Met kant-en-klare barbecuepakketten. „Ook vegan”, haast Schreurs zich te zeggen.

Een dansje-op-afstand

In de slipstream van de tentenbouwers die intussen op het medewerkersveldje zijn neergestreken, werd het de afgelopen weken óók een komen en gaan van zzp’ers uit de cultuursector die hun diensten aanbieden.

Een artiest die voor het eerst op Zwarte Cross zou optreden hoopt dat hij nu bij het kampvuur terechtkan om zijn kunsten te vertonen. Een storyteller wil workshops aanbieden om mensen te helpen om op verhaal te komen na de coronacrisis. Weer anderen bieden workshops ‘zenboogschutten’ aan, er komen yogasessies bij de vijver. Schreurs: „Er komt zelfs een bushcrafter langs die je een boom in takelt om boven in die boom je ontbijt te nuttigen.” De glamping-eigenaren en hun vrijwilligers dromen zelfs al fluisterend van een dansje-op-afstand in de bossen, „bijvoorbeeld met koptelefoons op, als silent disco”.

Gestrande wereldreizigers

Wordt hier nu een festival of een camping gebouwd? Schreurs zelf vindt het alleen maar prachtig als „mensen hun ding komen doen”. Het is duidelijk dat we niet op fietsbejaarden of gezinnen met kinderen mikken. We richten ons op gestrande wereldreizigers, die anders deze zomer door Thailand zouden reizen of van festival naar festival zouden trekken.”

Om dit publiek de weg naar het buitengebied van Eibergen te laten vinden, hebben Schreurs en zijn team een strategie ontwikkeld: „Via Instagram en Facebook richten we ons op vrouwen tussen de twintig en de veertig uit de Randstad, die interesse in mindfulness hebben. Die kijken dan verlekkerd naar onze plaatjes en bespreken het ’s avonds met hun vriendje.”

eric brinkhorst
Jeroen Schreurs inspecteert de tenten op zijn glamping For Rest Glamp.

Vriendin Ashley Buunk, die op haar smartphone van iedere boeking bericht krijgt, ziet haar telefoon vooral oplichten tussen acht en negen uur ’s avonds. „En laat op de avond, rond middernacht. Als ze na het netflixen samen in bed liggen. Dan worden kennelijk de knopen doorgehakt.”

Verstoppen met je geliefde

Uit de stroom aan reserveringen leidt Schreurs af dat zijn strategie lijkt te werken. „We verkopen precies wat iedereen de afgelopen maanden zo gemist heeft. Een prachtige plek, midden in de bossen, waar je jezelf met je geliefde kunt komen verstoppen. En waar je niet zo op elkaar zit. Je moet er toch niet aan denken dat je nu in Delft woont, of zo. Vreselijk lijkt me dat.”

Voor wie tóch gezelschap zoekt, staat er iedere avond een kampvuur gepland. Hoe zien ze dat voor zich, anderhalve meter afstand handhaven rond een kampvuur vol drinkende gasten? Schreurs: „We laten iedere bezoeker bij hun reservering een pamflet ondertekenen. Dat gaat over eerlijkheid en verantwoordelijkheid. Ik verwacht dat gasten elkaar daarop aanspreken.” Maar ja, zegt zijn compagnon Wedel even later, „het is wel de Achterhoek hier, hè. We gaan niet zitten mierenneuken over een centimeter meer of minder.”

Lees ook: Zal dit virus de vakantie voorgoed veranderen?

De twee tonen zich nogal ontstemd door een onverwachts bezoek dat politie en boa’s brachten aan de camping-in-aanbouw. „Ze kwamen zo van verschillende kanten tegelijk aangelopen om ons te verrassen.” Ook Schreurs is zichtbaar verbolgen over het machtsvertoon, dat hij als on-Achterhoeks betitelt. Het vertrouwen dat hij in zijn gasten stelt, verwacht hij ook van de overheid. „Iedereen kent elkaar in deze streek. Je denkt toch niet dat ik hier iets doms uit haal of iemand bedonder? Dan gaan mensen over me praten en kom ik vervolgens nergens meer binnen.”

Toch is zijn ondernemersstijl wel als érg losjes te omschrijven. „De ene keer betaal ik een rekening, de andere keer doet Michael dat. Aan het eind van de zomer lossen we dat wel weer op.”

Die stijl roept zo nu en dan vragen op, ook bij zijn medewerkers. Want hoe denkt hij hen te betalen? Schreurs: „Ik probeer eerlijk tegen te zijn: nú heb ik niets. En ik zet met mijn investeringen intussen alles op het spel. Maar als dit een succes wordt, dan laat ik hen daarin meedelen. Zelf hoef ik na de zomer echt niet met een nieuwe Mercedes het terrein af te rijden. Als Ashley en ik na alle drukte van de komende maanden lekker zelf op vakantie kunnen, dan ben ik al blij.”

Rond het kampvuur blikken de bouwers intussen verwachtingsvol vooruit naar de zomer die komt. Het sociale experiment om randstedelingen met mooie tenten naar de Achterhoek te lokken spreekt tot de verbeelding. Zwollenaar Luc Buizer, bijvoorbeeld, is benieuwd of de gasten straks zullen schrikken van de koeien die op het weiland pal naast de tenten staan te grazen. „Zouden ze die weleens in het echt gezien hebben?”, vraagt hij zich af. „Het wordt in elk geval anders dan wat ze kennen.”