Na derde ziektedag wilde de baas de bedrijfsauto al terug

Economie en recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal arbeidsrecht.

Foto GRAPIX

Als commercieel consultant voor een bedrijf voor medische hulpmiddelen is ze in het bezit van een bedrijfsauto, laptop en telefoon van de zaak. De bedrijfseigendommen gebruikt ze ook privé. Medio 2019 ontwikkelt de vrouw PTSS, waarvan haar werkgever op de hoogte is, en begin februari meldt de vrouw zich ziek met burn-outklachten.

Twee dagen na de ziekmelding eist haar werkgever de bedrijfseigendommen op. Maar de vrouw wijst niet alleen op het feit dat het pas dag drie is van haar ziekmelding maar ook op de voorwaarde in het arbeidscontract dat teruggave pas nodig is bij arbeidsongeschiktheid langer dan vier weken. „Gun me dus even de tijd om over alternatieven na te denken.” Ondertussen belt haar baas haar meer dan vijftig keer op een dag en gaat zelfs naar het appartement van de vrouw om de spullen terug te halen. Op 6 februari krijgt de vrouw een brief: ontslag op staande voet.

Voor de kantonrechter vecht de vrouw dit aan omdat dringende reden ontbreekt. Haar werkgever volhardt in de eis voor ontbinding onder meer omdat de vrouw weigerde bedrijfseigendommen terug te geven. Maar de kantonrechter ziet het anders: er is geen sprake van weigering tot teruggave of achterhouden van bedrijfseigendommen, noch van een verplichting zo kort na aanvang van haar ziekte de spullen af te geven. De rechter spreekt bovendien van „ongepaste druk” door de werkgever – wijzend op de vele telefoontjes en het naar haar woning gaan. In de ogen van de rechter heeft de werkgever ernstig verwijtbaar gehandeld. Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig, maar het contract wordt, op verzoek van de werkgever, wel ontbonden, wegens een verstoorde werkrelatie.