Jeffs white-face veranderde in zwart

Blaxploitation In films van Melvin Van Peebles uit de jaren zestig worden de hoofdpersonen politiek bewust na confrontaties met racisme en bruut politiegeweld tegen een zwarte revolutionair.

In Watermelon Man wordt de witte verzekeringsagent Jeff Gerber (Godfrey Cambridge) op een ochtend wakker wordt met een zwarte huid.
In Watermelon Man wordt de witte verzekeringsagent Jeff Gerber (Godfrey Cambridge) op een ochtend wakker wordt met een zwarte huid.

‘Is dit waar je de hele dag naar kijkt? Rassenrellen?” Jeff Gerber schakelt resoluut de televisie uit. „Het is een belangrijk probleem” sputtert zijn vrouw nog tegen. De nieuwsreportages waar zij naar kijkt over zwarte demonstranten die bruut worden neergeslagen door de politie zijn niet die van 2020 maar van ruim vijftig jaar geleden. Deze echte nieuwsbeelden zijn door regisseur Melvin Van Peebles geïntegreerd in Watermelon Man uit 1970.

Deze vijftig jaar oude komedie over een witte man die tot zijn grote schrik op een ochtend wakker wordt met een zwarte huid stamt uit de tijd waarin Hollywood kansen geeft aan zwarte regisseurs om speelfilms te maken met een zwarte cast voor een publiek dat grotendeels uit Afro-Amerikanen bestaat. Dat gebeurde deels als reactie op de invloedrijke burgerrechtenbeweging die in 1968 een bewogen jaar doormaakt als Martin Luther King wordt doodgeschoten, deels ook omdat het in een economische crisis verkerende Hollywood naarstig op zoek is naar een nieuw publiek om de dalende bezoekcijfers te keren. Naast jongeren vormt de zwarte bevolking een belangrijke doelgroep, vooral als blijkt dat zij massaal naar de bioscoop gaan om films te zien waarin zij zich – eindelijk – herkennen. Het is de geboorte van het blaxploitation-genre, dat tussen 1970 en 1975 met films als Shaft, Super Fly en Foxy Brown hoge ogen gooit.

Expliciet politiek

Veel blaxploitationfilms zijn slechts indirect politiek, maar Watermelon Man en de film die Van Peebles erna maakt, Sweet Sweetback’s Baadasssss Song (1971), zijn expliciet politiek. Zo raadt Black Panther-medeoprichter Huey P. Newton de leden van de Black Panther Party aan om Sweet Sweetback te bezoeken „de eerste werkelijk revolutionaire zwarte film”, zoals hij schrijft in een lange analyse in het partijblad The Black Panther.

Verzekeringsagent Jeff Gerber is de hoofdpersoon van Watermelon Man. In de eerste twintig minuten van de film is hij nog wit. Hij heeft een goede baan en woont met zijn vrouw en twee kinderen in een keurige middenklassewijk. Elke ochtend rent hij op sportschoenen naar zijn werk in een wedstrijdje wie er sneller is, hij of de bus. Eenmaal op kantoor haalt hij zijn gewone schoenen uit zijn koffer en knijpt hij de secretaresse in haar bil. Ook is hij racistisch. „Zijn er nog rellen geweest in deze buurt?” vraagt hij aan de zwarte bediende in de diner waar hij altijd koffie drinkt. Hij verontschuldigt zich half voor de opmerking om eraan toe te voegen dat de politie het wel lastig zal vinden om zwarte plunderaars te identificeren, want „jullie zien er allemaal hetzelfde uit”.

Als Gerber, gewend aan wit privilege, op een ochtend wakker wordt met een zwarte huid hoopt hij dat het een boze droom is: zwart-zijn als nachtmerrie. Gerber wordt gespeeld door de zwarte komiek Godfrey Cambridge die in hetzelfde jaar te zien was in de blaxploitationklassieker Cotton Comes to Harlem. In de eerste sequenties is Cambridge te zien in ‘white face’: met wit geschminkt gezicht en steil haar. Een zeldzame omkering van het beruchte blackface, met witte acteurs in zwarte make-up.

Eerst wil de wanhopige Gerber dolgraag weer wit worden. Hij gebruikt allerlei crèmes, neemt melkbaden en zoekt zijn toevlucht tot voodoo. Later accepteert hij zijn zwartheid om te eindigen als revolutionair. In de tussentijd krijgt hij te maken met racisme. De exclusieve club waar hij als witte verzekeringsagent kind aan huis is weigert hem, de buren zijn bang dat hun huis in waarde vermindert en als hij weer achter de bus naar zijn werk rent, wordt hij dit keer aangehouden. Een rennende zwarte man is bij voorbaat verdacht, het zal wel een vluchtende dief zijn. Zelfs zijn ogenschijnlijk liberale vrouw wil geen gemengd huwelijk, ook al maakt Jeff nog de grap dat dit „zwart op wit” staat.

Het slotbeeld van Watermelon Man toont Jeff samen met een aantal andere zwarten die zich voorbereiden op de gewapende strijd. Geen wonder dat de Black Panthers Van Peebles hoog hadden zitten, maar dat kwam vooral door de film die hij na Watermelon Man maakte, onafhankelijk van Hollywood en deels met geleend geld van Bill Cosby: Sweet Sweetback’s Baadasssss Song.

De honden loslaten

Van Peebles zelf speelt Sweetback, die eenzelfde proces van politieke bewustwording doormaakt als Jeff Gerber. Waarbij Sweetback radicaliseert. Als twee agenten een net gearresteerde zwarte jongen, een revolutionair, zonder aanleiding bruut in elkaar slaan kan Sweetback niet meer werkloos toekijken. Hij slaat ze tot bloedens toe, nota bene met hun eigen handboeien. In een latere scène wurgt hij een even sadistische politieman met een handboei.

De hele film wordt er vergeefs jacht gemaakt op Sweetback, waarbij in de laatste scènes honden op hem worden losgelaten. Dat doet sterk denken aan de „allergemeenste honden” die Trump, teruggrijpend op tactieken van de oproerpolitie in 1968, onlangs op zwarte demonstranten wilde afsturen. Zoals nu wel meer doet terugdenken aan 1968, het roerige verkiezingsjaar waarin Nixon „law and order” belooft en de „zwijgende meerderheid” aanhaalt, net als Trump. Gelukkig is er een groot verschil. Waar 1968 de kraamkamer is van de zwarte film in Hollywood lijkt die strijd voor meer representatie - hoewel pas de laatste jaren - inmiddels beslecht te zijn. Een zwarte film in de bioscoop is vijftig jaar na Watermelon Man geen uitzondering meer.