Recensie

Recensie

Gids van extreem supportersgedrag

1312 Een Britse journalist trok op met ultra’s, de fanatieke voetbalfans bij wie het om meer dan alleen drinken en vechten gaat.

De drone met Albanese uitingen die supporter Ismail Morina boven het Partizanstadion in Belgrado liet vliegen, wekte in 2014 de woede van de Serviërs. De Albanese spelers moesten vluchten van het veld.
De drone met Albanese uitingen die supporter Ismail Morina boven het Partizanstadion in Belgrado liet vliegen, wekte in 2014 de woede van de Serviërs. De Albanese spelers moesten vluchten van het veld. Foto’s Srdjan Suki en Koca Sulejmanovic/EPA

Het publiek als twaalfde man, is het cliché. De gedachte: toeschouwers kunnen spelers naar een zege joelen. Misschien is dat zo. Maar nog nooit sleepte een ultra – het uit Italië overgewaaide woord voor fanatieke voetbalsupporter – daadwerkelijk drie punten binnen. Tot die dag in oktober van 2014.

Servië en Albanië speelden tegen elkaar in Belgrado, in een kwalificatiewedstrijd voor het Europees kampioenschap van 2016. Beide landen hadden nog nooit tegen elkaar gevoetbald, en dat was misschien maar beter. Vanwege Kosovo. In deze voormalige provincie van Servië wonen voornamelijk Albanezen. In 2008 riepen zij de onafhankelijkheid uit, Servië erkent die niet.

Om problemen te voorkomen mochten Albanese fans de wedstrijd niet bezoeken. Dat was balen voor de ‘Tifozat Kuq e Zi’, de fanatieke supportersclub ‘Rood en Zwart’ die voornamelijk bestaat uit naar Italië en Griekenland geëmigreerde Albanezen. De groep vindt zichzelf in reisjes naar wedstrijden van de nationale ploeg. Een van hen, Ismail Morina, reisde toch naar Belgrado, met een drone in de achterbak van zijn auto.

Uren voor de wedstrijd nam hij zijn intrek in een Servisch-orthodoxe kerk dicht bij het stadion. Tegen het einde van de eerste helft wist hij, met een joystick vanuit de kerk, zijn drone laag over het veld van het Partizanstadion te laten vliegen. Het publiek viel even stil, tot de provocatie tot iedereen doordrong. Aan de drone hing een vlag met de gezichten van twee historische, Albanese helden en, belangrijker, een landkaart van Groot-Albanië, het gebied waar Albanezen wonen: Kosovo, het huidige Albanië, plus delen van Griekenland, Noord-Macedonië en Montenegro.

De aanvoerder van het Servische nationale elftal haalde de vlag uit de lucht, de Albanese voetballers meenden vlagschennis te moeten voorkomen en vielen hem aan, Servische fans renden het veld op waarna de Albanese spelers zich naar de kleedkamer spoedden. Enkelen lichtgewond.

Nationale held

De UEFA strafte hard: Albanië kreeg een reglementaire 3-0 zege toegekend, Servië drie punten in mindering. Uiteindelijk kwalificeerde Albanië zich, voor het eerst en tot nog toe voor het laatst, voor een eindronde. Ismail Morina, een dertiger met weerbarstig krullend haar en een Jezus-baardje, ontkwam aan de Servische politie en werd in Albanië een nationale held. Een interview dat hij aan de Albanese tv gaf, is al 1,1 miljoen keer bekeken op YouTube.

De Britse journalist James Montague trok dagenlang met Morina op. Later bezocht hij hem opnieuw in een Kroatische gevangenis, toen Morina’s advocaat én de Albanese regering probeerden uitlevering te voorkomen aan Servië. Daar hadden gevangenen gezworen Morina te willen vermoorden.

Montague heeft naam gemaakt met artikelen in The New York Times op het raakvlak van politiek en voetbal. Door het verhaal van Morina tot in de haarvaten te reconstrueren, legt hij de hedendaagse politiek op de Balkan bloot. En dat is nog maar één hoofdstuk van 1312, een titel die de numerieke weergave is van ACAB, ofwel: All Cops Are Bastards.

De drone met Albanese uitingen die Ismail Morina boven het Partizanstadion in Belgrado liet vliegen, wekte in 2014 de woede van de Serviërs.

Foto Srdjan Suki/EPA

1312. Montague zag het overal in stadions geklad, of hij nu optrok met de harde kern van voetbalclubs in Malmö, Casablanca, Jakarta, Istanbul of Los Angeles. Haat jegens de politie is wereldwijd een van de gemene delers in de ultracultuur. Net als wantrouwen jegens journalisten, wat het extra knap maakt dat Montague zoveel leidende figuren te spreken heeft gekregen, in 25 landen. En overal probeerde hij aan de hand van hun verhalen iets van de maatschappelijke betekenis van georganiseerde fanatieke voetbalsupporters naar voren te brengen.

Wat hierbij helpt: Montague is niet te beroerd om zijn journalistieke werk te verzwijgen. In Indonesië, waar de fancultuur bijzonder gewelddadig is, laat hij zich overhalen op internet alle referenties naar zijn artikelen te verwijderen. Als hij in een gevecht belandt met fans van een club uit Bogor, neemt hij het stringente advies ter harte om niet ten val te komen; lig je eenmaal op de grond, dan bestaat de kans dat je wordt doodgeschopt. In de afgelopen vijfentwintig jaar gebeurde dat in Indonesië meer dan vijftig keer.

Politieker zijn de 72 gestorven fans van El Ahly, in Egypte. De politie strafte de fans van die club voor de massale hulp die ze boden bij de protesten op het Tahrirplein in Caïro. Montague, die als tiener menig politiecel van binnen zag door zijn gedrag rond het voetbalveld, ziet voortdurend politiek activisme in het anti-maatschappelijke, of ronduit asociale gedrag van ultra’s – een term die hij verkiest boven hooligans, die het volgens hem alleen om drinken en vechten gaat. In een wereld gericht op orde en controle vormen ultra’s volgens Montague een belangrijke tegenkracht: tegen gezichtsherkenning, tegen commercialisering, tegen buitenlandse miljardairs die clubs opkopen, tegen zitplaatsen, tegen gentrificatie – eigenlijk tegen alle maatregelen waarmee autoriteiten de fancultuur effectief hebben vermoord in de bakermat ervan: Engeland.

Waar zijn ultra’s vóór? Dat is lastiger te zeggen, op wereldwijde schaal. Al is de groei van het aantal racistische incidenten waarbij voetbalfans zijn betrokken onmiskenbaar, net als het aantal spreekkoren dat een verlangen naar een ‘zuiver ras’ uitdrukt. Het is ook direct het enige onbevredigende aan Montague’s analyses over de betekenis van de ultracultuur. Hij krijgt zijn vinger niet achter de paradox dat fel anti-autoritaire voetbalfans graag autoritaire leiders steunen.

Nu is 1312 ook geen sociologische verhandeling, maar een boek vol prachtige, waargebeurde verhalen. Zoals over Morina en zijn drone. Of over de Turkse fan die terechtstond voor een poging de regering omver te werpen. Zijn verweer: „Als ik in staat zou zijn de regering omver te werpen, zou ik ook Besiktas wel kampioen hebben gemaakt.” Vrijspraak volgde.