Gelogen over schade leenauto

Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal arbeidsrecht.

Foto KPung

Omdat hij aan een bedrijfsongeval blijvend letsel had overgehouden, kreeg de kraanmachinist van zijn werk een leenauto met automatische versnellingsbak terwijl de bedrijfsauto werd omgebouwd. Eind januari levert de man deze auto in bij de garage. Vijf dagen later volgt ontslag op staande voet. De man had niet alleen verzwegen dat hij schade aan de leenauto had veroorzaakt, maar er ook over gelogen. De man stapt naar de rechter. Daar stelt hij niet te weten, noch te hebben gezien dat er schade aan de auto was en dat een medewerker van de garage om de auto heen was gelopen bij het inleveren en het ook niet had gezien. Dat laatste weerlegt zijn baas aan de hand van een verklaring van de garage.: de man had de sleutels op de balie gelegd, en niemand was met de man naar de inleverde auto gelopen voor inspectie. De rechter acht de ontkenning van de man ongeloofwaardig, hij moet de autoschade hebben opgemerkt. „Het verzwijgen van schade en daarover liegen is verwijtbaar, onacceptabel en ontoelaatbaar”, stelt hij. Maar de rechter denkt dat de man misschien vreesde voor zijn baan. Bovendien, de man werkte al twaalf jaar voor het bedrijf, kreeg altijd goede beoordelingen en de schade was niet het gevolg van opzet of bewuste roekeloosheid. Alles overwegende is ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd. Maar de arbeidsrelatie wordt wel ontbonden: het handelen van de man is immers laakbaar. en de rechter begrijpt dat het vertrouwen daardoor „ernstig en onherstelbaar is geschaad”. De man krijgt een transitievergoeding, zonder aftrek van de autoschade, omdat er geen opzet in het spel is.