Recensie

Recensie Film

Een mini-roadmovie langs daklozen en nachtwakers

Arthouse ‘Ghost Tropic’ volgt de nachtelijke wandeling van schoonmaakster Khadijadoor Brussel; een enkeling die voor velen staat.

Begin dit jaar kwam de film Hellhole van de Vlaamse Bas Devos uit in de Nederlandse bioscopen: een impressionistisch stadsgedicht over de naschok van de aanslagen van 2016 in Brussel. Een paar maanden nadat die film zijn wereldpremière beleefde, had Devos een tweede film: Ghost Tropic. Beide films werken als een tweeluik, maar zijn ook uitstekend los van elkaar te bekijken.

Waar Hellhole losjes de levens verweefde van de vele nationaliteiten in de stad, volgt Ghost Tropic een nachtelijke wandeling van een enkeling die voor velen staat. Nadat schoonmaakster Khadija in de laatste metro in slaap is gevallen, gaat ze te voet terug in de richting van Maalbeek, het station waar op 22 maart 2016 een bom afging in de metro. Zo zou je de film niet alleen als een tegenbeeld van Hellhole kunnen zien, maar ook als een alternatieve plattegrond, een negatieve ruimte gevangen in Hopperiaans licht.

Die hele tocht is een mini-roadmovie langs daklozen en nachtwakers. Devos toont zich schatplichtig aan ex-stadsgenoot Chantal Akerman. Het Eye Filmmuseum wijdt momenteel een retrospectief aan deze regisseur en beeldend kunstenaar die het bekendst is van haar doorbraakfilm Jeanne Dielman (1975), waarin zij nauwgezet het leven van een Brusselse huisvrouw vastlegt. Net als Akerman heeft Devos het vermogen de tijdelijkheid van het bestaan zichtbaar te maken via kleine handelingen. In zijn film zijn ze ingebed tussen een zonsonder- en zonsopgang en te vinden in observaties van lege straten waarin alleen het kunstlicht van stoplichten en straatlantaarns gloeit.

Ghost Tropic is milder dan Akermans werk, onder andere door de melancholische muziek van Brecht Ameel. Zijn score heeft in beeld en geluid een magisch einde in petto. Het maakt van Ghost Tropic meer stadsmythologie, dan een stadsportret.