Beurs en economie in parallelle wereld

Financieel fatalisme Terwijl de economische scenario’s duisterder worden, gaan de beurskoersen alweer op recordjacht. Wie heeft het bij het juiste eind?

Michael Blaugrund van de New York Stock Exchange sluit de beursdag op 2 juni af met een slag op de beursbel.
Michael Blaugrund van de New York Stock Exchange sluit de beursdag op 2 juni af met een slag op de beursbel. Foto AP

Het wordt nóg erger. Die boodschap werd op maandag verspreid door twee gezaghebbende instellingen, één in het binnenland en één in het buitenland. In Nederland kwam De Nederlandsche Bank met zijn halfjaarlijkse prognoses. En die logen er niet om. Dit jaar mag Nederland een economische krimp verwachten van 6,4 procent. Er is een milder scenario en een zwaarder scenario, maar dit is waar volgens de centrale bank gemiddeld van moet worden uitgegaan.

De prognose is weer een stuk zwarter dan waar het Centraal Planbureau in april nog van uitging. Het gemiddelde van de vier scenario’s van het CPB was iets meer dan 5 procent.

In het buitenland publiceerde de Wereldbank zijn Global Economic Prospects. De wereldeconomie maakt volgens de bank in sommige opzichten de zwaarste periode door sinds 1870. Het kan nog eerder zijn, maar de internationale economische gegevens zijn niet verder teruggerekend. Concepten als het bruto nationaal product en nationaal inkomen zijn pas in de jaren dertig uitgevonden door de econoom Simon Kuznets, en pas echt in zwang sinds 1944. Alles daarvoor is kunstmatig teruggerekend.

De Wereldbank ziet dat nu het hoogste aantal landen tegelijk in recessie is in anderhalve eeuw tijd. Dat de welvaart per hoofd van de bevolking nooit zo snel is teruggelopen. De wereldeconomie moet zich schrap zetten voor een krimp van 5,2 procent dit jaar. Ook dát is erger dan een eerdere prognose: die van het Internationaal Monetair Fonds van april, waar een krimp van 3 procent voor de wereldeconomie was voorzien. Miljoenen mensen die wereldwijd juist uit de armoede waren ontsnapt, vallen daar volgens de Wereldbank nu weer in terug.

Tot zover de wereld van de macro-economie. Maar in de parallelle wereld van bedrijven en beleggers is de stemming heel anders. Daar lijken de zwarte dagen van begin april steeds meer op een boze droom, die in de hoofden van de zojuist ontwaakte investeerders snel aan het vervagen is. Maandag streefden de Amerikaanse aandelenkoersen hun beginwaarden van dit jaar alweer voorbij. Technologie-aandelen spannen de kroon. De Nasdaq-index, waarin dit soort bedrijven zwaar wegen, bereikte een nieuw record op 9.925 punten – ruim 10 procent hoger dan aan het eind van 2019.

Typische winnaars van lockdown

Ook in Europa doen aandelen het goed. De AEX-index, die aanvankelijk van ruim 630 punten zakte naar onder de 400 punten, was dinsdag met 560 punten nog maar een procent of tien onder zijn hoogtepunt van vlak voor de coronacrisis. Tech-aandelen voeren hier eveneens de lijst aan: bovenaan de grote winnaars van dit jaar staan betaaldienst Adyen, chipmachinemakers ASMI en ASML en tech-investeerder Prosus. Ahold en Just Eat Takeaway zijn typische ‘lockdown-winnaars’.

De grote vraag is waarom de twee werelden, die van de macro-economische scenario’s en die van de beleggers, zo ver uiteen zijn gaan lopen. Op de korte termijn speelt de enorme steun die de economie en de financiële sector krijgen. Alle steunprogramma’s bij elkaar opgeteld zou het mondiaal kunnen gaan om 12.000 miljard dollar aan overheidsgeld.

Centrale banken trekken intussen alle registers open om schulden dragelijk te houden en het geld te blijven laten vloeien. De Amerikaanse Fed koopt bedrijfsleningen, gemeentelijke leningen, uiteraard staatsleningen en nog veel meer op. Dat geldt ook voor de Europese Centrale Bank die donderdag een pandemie-programma van 750 miljard euro bijna verdubbelde tot 1.350 miljard. De zeer lage of negatieve rentes drijven bestaande en nieuwe spaarders de beurzen op. Daar valt nog wat te verdienen. En ook wat te verliezen, trouwens.

Dan is er nog het optimisme dat wordt veroorzaakt door het langzaam opheffen van de lockdowns, dat sinds begin juni in veel landen plaatsvindt – prematuur of niet. De hoop op de beurzen lijkt te zijn dat het nieuwe normaal van ná de coronacrisis steeds meer weg begint te krijgen van het oude normaal van daarvóór.

Illustratief is de luchtvaart, waar nog niet zo lang geleden een lange periode van halve vliegtuigbezettingen werd verwacht. Dat worden in snel tempo gewone, volle bezettingen in een sector die de staatssteunrecords al aan elkaar rijgt.

Die notie, dat economische belangen het beginnen te winnen van de zorgen om de volksgezondheid, weerspiegelt zich wellicht ook in de beurskoersen. Maar of het financieel fatalisme zal zegevieren, blijft de vraag. De macro-economische modellen die al het onheil blijven voorspellen, en er deze week dus juist een schepje bovenop doen, houden rekening met het najaar. Steunprogramma’s zijn niet eeuwig vol te houden. Centrale banken, de tweede verdedigingslinie, hebben hun grenzen. Pas later zullen de bedrijven die nu nog met steun overeind staan, sneuvelen. En zullen werknemers die nu nog met hulp aan de slag zijn, alsnog hun baan verliezen.

Heel erg, maar ver weg...

En dan is er nog de kans op een tweede coronagolf, terwijl de eerste nog niet eens over is. Terwijl het Westen zijn beurskoersen al opdrijft, waarschuwde de WHO nog dit weekeinde dat de pandemie in regio’s als Latijns-Amerika en Zuid-Azië (India, Pakistan) nog vol in de opgaande fase is.

Heel erg, maar ver weg: de wet van ernst gedeeld door afstand heeft op de beurzen nog niets van haar kracht verloren.

Daar tegenover staat dat deze crisis zó ongebruikelijk is, dat niemand het verloop kan voorspellen. Vorige week vrijdag veroorzaakten de Amerikaanse werkgelegenheidscijfers over mei misschien wel de grootste cijferschok ooit op de beurzen. De Amerikaanse werkloosheid, waarvan was voorspeld dat zij van 14,7 procent in april zou stijgen naar 20 procent in mei, bleek volledig onverwacht te zijn gedaald naar 13 procent. Het gevolg was een heftige discussie over de accuraatheid van dit cijfer. En een geweldige koerssprong op Wall Street.

Op veel kleinere schaal wist het Centraal Bureau voor de Statistiek in Nederland dinsdag te verrassen met een enquête onder ondernemers, waaruit bleek dat die beduidend optimistischer waren geworden. Het aantal detailhandelaren dat het dacht nog een jaar te kunnen uitzingen, steeg bijvoorbeeld van 9 procent in april naar 65 procent in mei.

Virus versus animal spirits. Het zou de titel van een spektakelfilm kunnen zijn. Ware het niet dat hij zich afspeelt in een werkelijkheid bij u in de buurt.