‘Wij haten omdat wij volgen’

Zap Een tieneridool, een dierenactivist, een Amerikaanse goeroe. Twee filosofisch-sociologische series van Human, Why we hate en Dus ik volg, gingen zondagavond over volgen en ontvolgen.

Stine Jensen haalt de jas van haar dochter in 'Dus ik volg'.
Stine Jensen haalt de jas van haar dochter in 'Dus ik volg'. Foto Human

Wie vorige week veel op Twitter keek, was misschien geneigd om de titels van twee filosofisch-sociologische documentaireseries die zondag begonnen samen te trekken. Het Amerikaanse Why we hate en het Nederlandse Dus ik volg leiden dan samen tot het deprimerende aforisme ‘Wij haten omdat wij volgen’.

Misschien heeft onze evolutie gewoon aan de verkeerde kant van de Congo plaatsgevonden. Why we hate, een serie die mede is geproduceerd door Steven Spielberg, wendde zich voor de haatvraag eerst tot het dierenrijk en nam de verschillen tussen bonobo’s en chimpansees onder de loep. Bonobo’s leefden in grote harmonie ten zuiden van de rivier de Congo, waar eten zat was. Aan de noordkant van de rivier was minder eten en leerden chimpansees territoria verdedigen en andere groepen bestrijden en wantrouwen. Bij conflicten eten de dieren de kinderen van hun tegenstrevers op – de aanblik van een chimpansee met een banaan in de dierentuin zal nooit meer hetzelfde zijn.

Het ging in Why we hate (Human) niet om de apen, maar om de mensen. Tegen de achtergrond van veel compilaties met menselijk groepsgeweld, was er veel biologie. De makers toonden een experiment waarbij baby’s moeten kiezen tussen een knuffel die zich in een scène behulpzaam had getoond en een pestkop-knuffel. De eerste was het populairst. Er zou uit blijken dat mensen een aangeboren moreel besef hebben, al is dat nog een flinke stap.

Voor een onderzoek naar haat bevatte Why we hate veel Spielbergiaanse verhalen over mensen die een morele wedergeboorte hadden ondergaan: een kind dat stopte met pesten op school, een vrouw die zich bevrijdde van de intolerante religieuze denkbeelden van haar familie.

Dus ik volg (ook van Human) begon een stuk gezelliger: in een hippe kapsalon waar de tienjarige dochter van presentator Stine Jensen een deel van haar haar blauw liet verven in navolging van tieneridool Billie Eilish. Jensen heeft haar twijfels bij een rolmodel dat zingt over „liefdesverdriet, eenzaamheid en depressie”, maar kent haar plaats: „Ik moet als moeder plaatsmaken.”

Het kappersbezoek met Jensens dochter blijkt de aftrap voor een aantal intelligente gesprekken over hoe de verleiding van de volgzaamheid misschien niet dadelijk tot haat leidt, maar een mens toch kan verwijderen van zijn of haar morele beginselen. De Vlaamse criminologe Anja Hermans vertelde hoe ze als eenzame jongere een warm welkom kreeg bij het Animal Liberation Front, waar een vlotte prater haar ervan overtuigde dat ze niet te uitgebreid naar de gevolgen van haar daden moest kijken. Ze stichtte in een jaar tijd zeventien keer brand bij fastfoodketens en fokkerijen. Maar toen ze eenmaal in de gevangenis zat, kwam er geen mede-activist op bezoek. Daar besloot ze te gaan studeren.

Een nog vreemder verhaal van extreme volgzaamheid kwam van hoogleraar boeddhistische filosofie André van der Braak, die meer dan tien jaar in de ban was van de Amerikaanse goeroe Andrew Cohen. Hij moest duizend maal per dag buigen voor Cohens foto, honderd rebirthing sessions in een jaar doen, zijn hoofd kaalscheren – dat werk.

Van der Braak noemde het een liefdesrelatie zonder seksualiteit. Ineens was bij hem de volgzaamheid voorbij en brak hij met Cohen. Een bevrijding, waarover hij sprak met gevoel voor wat het voor de ander betekende: „Leerlingen zuigen de goeroe leeg en gaan verder. De goeroe blijft alleen achter.”

Zo eindigden Why we hate en Dus ik volg allebei met datgene wat de mens uit veel netelige situaties kan bevrijden: het vermogen te ontvolgen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.