Op reis door een ondergangsfantasie

Grunberg per trein van New York naar Miami #6

Schrijver Arnon Grunberg verlaat zijn woonplaats New York op zoek naar de VS in coronatijd. Hij reist naar Miami en verkent onderweg enkele steden.

Vandaag: Savannah

Het zwembad vanaf het balkon. Foto Arnon Grunberg
Het zwembad vanaf het balkon. Foto Arnon Grunberg

De trein van New York naar Miami stopt in Savannah in de avond om dan om een uur of vier in de nacht weer verder te rijden naar Miami. Een man of twintig stapt uit de trein.

Daniel rijdt me van het station naar mijn hotel. Hij is een spraakzame, zwarte jongen die me vertelt dat zijn vader tandarts is, dat zijn broer tandarts aan het worden is en dat zijn vader wil dat hij ook tandarts wordt, maar hij twijfelt.

„Ik hoop niet dat we de rotzooi die zich elders in het land afspeelt ook hier krijgen,” zegt hij.

Bij het afscheid vraagt Daniel: „Hoe zeg je ‘tot ziens’ in het Duits?” Hij vertelt dat hij graag naar Duitsland wil als de grenzen weer opengaan en hij genoeg geld heeft.

In Hitch, naast mijn hotel, kan ik nog wat eten. Taco’s, er worden cocktails geserveerd.

Aan de bar zit een langharige moeder met twee dochters, of een dochter en een vriendin van de dochter. Aan de andere kant van de bar twee zwarte mannen. Voor de verandering is de bediening een keer helemaal wit.

Rond middernacht is een van de barkeepers zo dronken dat hij shotjes margarita uitdeelt, de gasten die hem niet bevallen slaat hij over. Ik behoor tot die laatste groep.

Als ik de volgende ochtend vraag of ik wat later uit mag checken zegt de receptioniste: „Dat mag, maar we verwachten een gewelddadige demonstratie om twee uur voor het hotel, misschien kom je niet meer weg.”

Het lijkt me onprettig om met mijn koffer in politiegeweld terecht te komen, ik besluit een dag langer te blijven.

Die ochtend is van geweld niets te merken. Net als in Charleston koetsjes met toeristen, een begraafplaats doet dienst als park voor mensen met honden.

Rond lunchtijd zit ik op een terras. Naast me een groepje van vijf zwarte mensen. De serveerster vraagt: „Zijn jullie hier voor het protest?”

„We komen uit Alabama,” zegt een van hen, „we zijn er even tussenuit.”

Het protest vindt plaats voor het gemeentehuis. De burgemeester spreekt, enkele geestelijke leiders spreken. De sfeer is gemoedelijk, we knielen. De politie houdt zich afzijdig, mensen komen af en aan alsof het protest tevens een receptie is.

’s Avonds keer ik terug naar Hitch, de barkeeper zegt: „Er is een avondklok, we kunnen je niets meer serveren.”

Ik druip af. De barmhartige receptioniste overhandigt me een appel.

Vanaf mijn balkon zie ik drie mensen in het zwembad spelen, boven ons hangt een politiehelikopter.

Ik heb het idee dat ik door een ondergangsfantasie aan het reizen ben. Maar ik voel me er thuis, misschien omdat ik altijd al heb geweten: ook in een ondergangsfantasie kun je wonen.