Martijn van Dam: ‘de publieke omroep moet ook online verbindend zijn’

Publieke Omroep Nu de coronacrisis de overgang naar onlinekijken heeft versneld, moet de NPO meer haast maken. Martijn van Dam legt uit hoe.

NPO-bestuurder Van Dam: „Met NPO Samen kun je op veilige afstand toch hetzelfde programma kijken.”
NPO-bestuurder Van Dam: „Met NPO Samen kun je op veilige afstand toch hetzelfde programma kijken.” Foto Sander Koning/ANP

Stel je wilt Boer Zoekt Vrouw kijken, samen met vrienden die aan de andere kant van het land zitten. Dan kun je nu de nieuwe dienst NPO Samen gebruiken. Daarmee kijk je online naar een programma, terwijl aan de zijkant van het scherm je vrienden te zien zijn – net als in Zoom of Google Meet – met wie je kan praten over het wendbare liefdesleven van boer Geert.

NPO Samen is een van de experimenten waarmee de publieke omroep ook online de collectieve kijkervaring probeert te behouden, zegt Martijn van Dam, de NPO-bestuurder die belast is met technologie en innovatie. NPO Samen was eigenlijk bedacht voor het Eurovisie Songfestival, maar toen dat niet doorging bleek de dienst ook geknipt voor de coronatijd, waarin mensen veel thuiszitten. „Zo kun je op heel veilige afstand toch hetzelfde programma kijken.”

Lees ook: NPO worstelt met tegenstrijdigheid Slob

Naast tv en radio was online lang een ondergeschoven kindje bij de omroep. Van het jaarbudget van 800 miljoen euro gaan er slechts „enkele tientallen miljoenen” heen. Maar Van Dam, de oud-PvdA-politicus die in 2017 de overstap naar Hilversum maakte, zit bij de NPO om dat te veranderen. En hij kan mooie cijfers laten zien. Sinds de coronacrisis steeg het bezoek aan het gratis on-demand-platform NPO Start van 2 miljoen naar 2,5 miljoen per week. De betaaldienst NPO Plus heeft inmiddels 300.000 abonnees. Dat betekent ook verjonging: onlinekijkers zijn gemiddeld een stuk jonger dan tv-kijkers. Van Dam: „Dit jaar gaan we meemaken dat jongeren (20-34 jaar) meer tijd besteden aan on demand kijken dan aan lineair kijken. Vorig jaar was dat nog 40 procent van de tijd.” Online wordt zo gelijkwaardig aan lineaire tv. Sneller dan verwacht.

De gezamelijke ervaring

„De coronacrisis heeft diverse technologische ontwikkelingen versneld, en heeft de urgentie van bepaalde zaken naar boven gebracht”, stelt Van Dam. In deze crisis zag je bijvoorbeeld duidelijk de behoefte van het publiek naar gezamenlijke ervaringen. „Een van de publieke taken is: mensen bij elkaar brengen. Gedeelde ervaringen zijn een pijler onder onze cultuur en waarden. Maar online is de kijkervaring vaak versnipperd. Iedereen kijkt op het moment dat hem het beste uitkomt, naar wat hem het beste bevalt. Dus vragen we ons af: hoe kunnen we technologie inzetten om die gezamenlijke ervaring ook online te behouden?”

‘De invloed van algoritmes wordt steeds groter: ze bepalen wat we zien en beïnvloeden wat we vinden’

NPO Samen is een aardig voorbeeld, maar niet bepaald een dienst die bevolkingsgroepen samenbrengt. Van Dam wijst op de manier waarop NPO Start algoritmes inzet. „De invloed van algoritmes wordt steeds groter: ze bepalen wat we zien en beïnvloeden wat we vinden.” De publieke omroep wil niet het kijkgedrag bijhouden om de kijker meer van hetzelfde te bieden, maar iets aanbieden wat juist net buiten diens bubbel ligt. Als je Boer Zoekt Vrouw hebt gekeken, krijg je dan een Tegenlicht-aflevering aangeboden over de agrarische lobby? „Nee, we kijken naar jouw kijkgedrag en bieden dan iets aan wat wel bij jouw interesse past, maar een hogere publieke waarde scoort.” Die waarde wordt bepaald door een panel van achtduizend kijkers dat programma’s beoordeelt op criteria als betrouwbaarheid, authenticiteit, diversiteit.

Desinformatie

Wat ook in de crisis naar boven kwam, volgens Van Dam, is de zucht van kijkers naar betrouwbaar nieuws. „We merken hoe belangrijk het is dat je weet waar je betrouwbare informatie kan vinden. Het is steeds makkelijker desinformatie te produceren. Fake-video’s worden steeds beter. De algoritmes werken zo dat een deel van de mensen vooral desinformatie krijgt.” Van Dam vroeg zich af: hoe kan de NPO technologie inzetten om de betrouwbaarheid te verhogen? „We werken bijvoorbeeld met andere partijen aan een proof of provenance, een watermerk waarmee je kan zien dat een video echt van de bron komt. Als je een bijvoorbeeld NOS-video tegenkomt, kun je checken dat hij echt van de NOS komt.”

De onlinestrategie van de publieke omroep krijgt kritiek. Zo vindt minister Slob (Media, CU) dat de NPO te weinig inzet op NLZiet – de gezamenlijke videodienst van publieke omroep, RTL en Talpa. Willen Nederlandse partijen op kunnen tegen buitenlandse videodiensten als Netflix, stelt Slob, dan moeten tv-bedrijven meer samenwerken. Maar RTL geeft liever aandacht aan zijn eigen Videoland, en de publieke omroep aan NPO Plus.

‘Als je een bijvoorbeeld NOS-video tegenkomt, kun je checken dat hij echt van de NOS komt’

Van Dam ontkent dit en stelt dat de NPO juist voorstander is van NL Ziet. Veel van de abonnees blijken cablecutters: mensen die geen tv hebben. „NLZiet wordt in toenemende mate een alternatief voor het tv-abonnement. Dat is het deel van de markt waar we moeten wezen.” Van Dam ijvert voor een extra, goedkoper basisabonnement op de dienst, dat geen toegang geeft tot alle video, maar wel tot alle livezenders en een week terugkijken op NPO, RTL, Talpa. „Daarmee zouden we NL Ziet een behoorlijke boost kunnen geven.”

Still uit webserie Anne+
BNNVARA
Sekszusjes TV
VPRO
Met webseries als Anne+ en Sekszusjes TV wil de publieke omroep jongeren erbij houden.
VPRO/ BNNVARA

Omroepen willen meer dan NPO

Op YouTube heeft de omroep meer dan zestig kanalen, zoals #BOOS en Zondag met Lubach. NPO3 biedt er webseries voor jongeren als De Slet van 6VWO, Anne+, Sekszusjes TV. Losse omroepen klagen dat ze van het NPO-bestuur te weinig mogen online. PowNed wilde hierom in november zelfs naar de rechter stappen.

Lees ook: Powned en NPO botsen hard over video’s op YouTube

Van Dam: „Ik begrijp de omroepen. Ze vertegenwoordigen een bepaald deel van de Nederlandse samenleving, en moeten het contact met hun achterban onderhouden. Maar het NPO-bestuur moet zorgen dat het publieke karakter van onze programma’s duidelijk blijft, tussen alle andere aanbieders. Dus we bundelen de video’s zoveel mogelijk via de NPO-kanalen. Zo maken we het herkenbaar: dit is van de publieke omroep, dit is onafhankelijk van de commercie, onafhankelijk van de politiek.”

Waarom niet alles op YouTube of Facebook zetten? Van Dam: „We gebruiken die platforms om jongeren te bereiken. Maar we realiseren ons wel wat voor omgevingen dit zijn. Algoritmes van YouTube en Facebook dragen eraan bij dat we steeds minder zien wat werkelijk gebeurt. Tiktok heeft ook een problematisch imago wat betreft privacy en bescherming van minderjarigen. Voor ons staan betrouwbaarheid en veelzijdigheid centraal, en die kunnen we veel beter waarborgen op onze eigen platforms.”

Correctie 8 juni: De betrouwbaarheidscertificaten die Van Dam aan NPO-video’s wil vastmaken, worden niet gemaakt met blockchain-technologie. Het woord „blockchain-achtig” is daarom verwijderd.