Juristen en gemeenteraadsleden kritisch op ‘verregaande’ coronawet

Coronawet De wet waarin het kabinet de maatregelen om het coronavirus te bestrijden wil vastleggen, geeft ministers te veel macht, zeggen critici in reactie op het wetsvoorstel.

Handhavers en politie ontruimen Park Somerlust in Amsterdam vanwege de te grote drukte.
Handhavers en politie ontruimen Park Somerlust in Amsterdam vanwege de te grote drukte. Foto Remko de Waal/ANP

De coronawet waarin het kabinet de maatregelen om het coronavirus te bestrijden wil vastleggen, vormt een verregaande beperking van grondrechten en vrijheden. Ook komt er te veel macht te liggen bij het kabinet. Die kritiek hebben gemeenteraadsleden, advocaten en staatsrechtgeleerde Wim Voermans op het concept-voorstel.

Ze zijn met name kritisch op de grote ruimte die ministers krijgen om coronamaatregelen in te vullen. De coronawet geeft vooral de juridische mogelijkheid om maatregelen te treffen; de daadwerkelijke invulling komt veelal bij het kabinet zelf te liggen. Volgens het kabinet is dat nodig zodat de wenselijkheid, omvang en duur van maatregelen snel aangepast kunnen worden als het virus oprukt, of juist ingedamd is.

Zo kunnen per ministeriële regeling evenementen worden verboden, gebieden worden aangewezen voor samenscholingsverboden, onderwijsinstellingen worden gesloten en het openbaar vervoer worden stilgelegd. Ook kunnen er samenscholingsverboden worden opgelegd voor bepaalde gebieden. Overleg met het parlement is niet nodig; alleen achteraf, nadat de regeling in werking is getreden, kan er controle plaatsvinden.

Ministers krijgen daarmee „een blanco volmacht”, schrijft de Leidse staatsrechtgeleerde Wim Voermans in een blog. Doorgaans worden ministeriële regelingen vooral gebruikt voor de specifieke invulling van maatregelen; bij de coronawet gaat het om het verregaand reguleren van de maatschappij. Volgens hem overtreedt het wetsvoorstel de „constitutionele normen die in de Grondwet [staan] en de huisregels die de rijksoverheid hanteert voor het opstellen van regels”.

Ook de vereniging voor gemeenteraadsleden is kritisch op dat element van het wetsvoorstel. Het zou ontbreken aan „lokale borging van de democratische legitimiteit, democratische betrokkenheid van de lokale democratie en aan medeverantwoordelijkheid van de gemeenteraad voor draagvlak in de lokale samenleving”, schrijft de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden in een reactie op het wetsvoorstel.

Een jaar geldig

Advocaten zijn vooral kritisch over de duur van de wet. De maatregelen gaan in principe een jaar gelden, maar kunnen daarna verlengd worden na instemming van beide Kamers.

Dat is te lang, vindt de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA). „Het wetsvoorstel maakt het mogelijk te veel en te ver gaande beperkingen van bewegings- en vergadervrijheden voor een onbepaalde periode normaal te maken; beperkingen die niet normaal zijn en ook niet behoren te zijn in een democratische samenleving”, schrijven de advocaten in hun reactie op het wetsvoorstel.

Zij willen daarom dat er gewerkt blijft worden met noodverordeningen, waarin voor kortere tijd maatregelen worden vastgelegd. Het kabinet werkt juist aan deze coronawet omdat inperkingen van grondrechten alleen in wetten kunnen worden vastgelegd.

Zo wordt de anderhalve meter afstand straks wettelijk verplicht. Burgers moeten zowel op straat als binnen die afstand van elkaar houden, schrijft het kabinet in het wetsvoorstel. Wel komen er uitzonderingen voor bijvoorbeeld de zorg en het openbaar vervoer, waar die afstand niet te handhaven is.

Lees ook dit opiniestuk: Willekeur van coronaregels ondermijnt het vertrouwen

Daarnaast mag de politie achter de voordeur ingrijpen als mensen die niet in het huis wonen geen anderhalve meter afstand van elkaar houden. In de praktijk betekent het dat de politie huisfeestjes mag opbreken en bezoekers mag verwijderen. De Raad van State was eerder al zeer kritisch over deze bevoegdheid, omdat het de grondwettelijk vastgestelde privacy zou aantasten. Het kabinet erkent die inperking, maar laat het recht op gezondheid (artikel 22) zwaarder wegen. Het hoopt dat er „terughoudend” met de regel wordt omgegaan.