Analyse

Juiste aanpak stikstof is nu ‘nog urgenter’

Commissie-Remkes Een ambitieuzer stikstofregime is nodig, aldus Remkes. Daarmee komt er ‘milieuruimte’ voor investeringen. Binnen de coalitie zijn de meningen verdeeld.

Minister Carola Schouten nam maandag het rapport van Johan Remkes over de aanpak van stikstof in ontvangst.
Minister Carola Schouten nam maandag het rapport van Johan Remkes over de aanpak van stikstof in ontvangst. Foto Sem van der Wal/ANP

„We zijn er uit, in bizarre omstandigheden.” Het waren de eerste woorden van Johan Remkes tijdens de presentatie van zijn rapport over het Nederlandse stikstofbeleid maandagmiddag in Den Haag. Bizar is het zeker: tot enkele maanden geleden was de stikstofcrisis „het gesprek van de dag”, zoals Remkes het noemt. Nu is het coronavirus dat.

Een jaar geleden kregen milieuorganisaties de Nederlandse staat op de knieën via de Raad van State. Die oordeelde dat het Nederlandse programma om stikstof terug te dringen in kwetsbare natuurgebieden niet werkt. Of in ieder geval niet waarmaakt wat het belooft. Die uitspraak sloeg in als een bom. Bouwbedrijven konden geen vergunningen krijgen voor hun projecten. Duizenden banen in de bouw leken opeens onzeker. En het Malieveld in Den Haag werd (meermaals) platgereden door tractors. Boeren reageerden woedend op de dreigende aanscherping van milieuregels.

Ook het kabinet werd geconfronteerd met een levensgroot probleem: jaren terug had Nederland zich Europees gecommitteerd aan duidelijke milieuregels. Maar in de praktijk werd er altijd gezocht naar ‘derogaties’ en andere uitzonderingen, om boeren en bouwers zoveel mogelijk tegemoet te komen. Dat kan niet meer, zei de Raad van State, en dus werd VVD-coryfee en oud-minister Johan Remkes gevraagd om een uitweg uit de impasse te zoeken.

Een uitweg: de coronacrisis is dat in ieder geval níet, benadrukte Remkes. Hij begon maandag zelf over de satellietfoto’s die duiden op aanzienlijk minder vervuiling sinds de uitbraak van het virus en de sterk teruggelopen economische activiteit. Het lijkt nu alsof „het probleem is opgelost”, maar die foto’s „laten maar een deel van het probleem zien”. De uitstoot van stikstofdioxide (NOx), uit bijvoorbeeld auto’s, is inderdaad afgenomen, maar dat is alleen maar tijdelijk. Die andere bron van stikstof, uit mest (ammoniak), is bovendien „niet echt veranderd”.

Sterker nog: juist nu is de aanpak van het stikstof volgens Remkes „alleen maar urgenter” geworden. Voor het aanpakken van de economische recessie na de corona-uitbraak zijn forse investeringen nodig. En dat vergt ruimte op milieugebied. Remkes heeft dan ook een harde boodschap voor het kabinet: het stikstofregime in Nederland moet veel strenger, veel minder vrijblijvend. En het moet „hand in hand” gaan met het natuurbeleid, iets waar het kabinet volgens Remkes nog onvoldoende van doordrongen lijkt. Van de 161 gebieden die Nederland zelf heeft opgegeven voor Natura 2000, de EU-lijst van bijzondere natuur, gelden er 130 als „stikstofgevoelig”. In 118 Natura 2000-gebieden is de „kritische depositiewaarde” overschreden. Dat betekent een verhoogd risico dat het gebied wordt aangetast door de ‘verzurende’ en ‘vermestende’ effecten van stikstof.

Lees ook: Zo moet de uitstoot met de helft omlaag

Juridisch afdwingbaar

Extra pijnlijk voor het kabinet: eind april presenteerde minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ChristenUnie), vooruitlopend op het Remkes-rapport, een eigen wetsvoorstel over de stikstofaanpak. De deadline om inspraak uit te oefenen zou vorige week verlopen, een paar dagen vóór Remkes met zijn conclusies zou komen, maar na felle kritiek werd deze verlengd. En maandag kwam Remkes ook nog met een pittig oordeel over Schoutens wetsvoorstel: „onvoldoende ambitieus”, „onvoldoende” en op sommige aspecten „een gemiste kans”.

„Remkes geeft opnieuw aan dat de Staat zich aan de wet moet houden”, zegt Esther Ouwehand, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren. „Het wetsvoorstel waar minister Schouten mee wil komen, moet daar dus aan voldoen. Dit dossier leent zich dus ook niet voor politieke coalitiedeals.” In haar wetsvoorstel stelt Schouten dat de stikstofuitstoot in 2030 26 procent lager moet liggen. Volgens Remkes is dat niet realistisch en moet dat 50 procent zijn – en het moet wat hem betreft ook nog eens écht juridisch afdwingbaar zijn.

„Remkes laat zien dat het kabinet het stikstofbeleid nog totaal niet op orde heeft, niet als het gaat om bescherming van de natuur en niet als het gaat om juridische zekerheid”, zegt Kamerlid Cem Lacin (SP). „Remkes zegt eigenlijk dat de stikstofplannen van het kabinet de prullenbak in kunnen omdat ze simpelweg niet juridisch houdbaar zijn”, zegt Laura Bromet. Het GroenLinks-Kamerlid wijst op een alternatief wetsvoorstel dat haar partij heeft opgesteld samen met Bouwend Nederland, MKB-Nederland, natuurorganisaties en duurzame boeren waarin „precies” staat „wat de commissie-Remkes adviseert”. Bromet: „Daar ga ik graag over in gesprek met het kabinet.”

Bouwend Nederland, de brancheclub van bouwbedrijven, reageerde maandag heel positief op „de heldere boodschap” in het rapport. Namelijk: dat de bouwsector onevenredig hard is getroffen door de uitspraak van de Raad van State. En dat er snel een „drempelwaarde” voor de stikstofuitstoot moet komen in de bouwsector. Bedrijven die daaronder zitten, zouden een vergunning moeten krijgen.

Remkes beaamde maandag dat ‘de bouw’ meer dan andere sectoren „zwaar geleden” heeft onder de stikstofproblematiek. Dat komt ook door de aard van de sector: een bouwbedrijf kan niet volstaan met een eenmalige milieuvergunning, maar moet die „per project” aanvragen. Bouwend Nederland riep maandag op tot stevige investeringen in en steun voor de bouwsector. „Deze is immers het trekpaard van de Nederlandse economie.”

PVV-leider Geert Wilders reageerde maandag helemaal niet positief op het rapport. Remkes is „totaal de weg kwijt” en doet volgens hem „alles om slaafs aan de Brusselse regeltjes te voldoen”. Wilders: „Dit rapport kan linea recta de prullenbak in.”

Coalitie verdeeld

Het kabinet gaat het de komende tijd nog lastig krijgen in dit dossier. Ter rechterzijde doen partijen als PVV en FVD alsof het stikstofprobleem helemaal niet bestaat. Ter linkerzijde zijn er een hoop partijen die vinden dat het kabinet helemaal niet ver genoeg gaat en het rapport van Remkes flink ter harte moet nemen. En daar tussenin zit een kabinet dat op dit moment geen meerderheid heeft in het Tweede Kamer en ook in de Eerste Kamer sterk afhankelijk is van de goede wil van oppositiepartijen. En als klap op de vuurpijl: ook binnen het kabinet lijken de meningen sterk verdeeld.

Lees ook deze analyse: Nieuwe kritiek stikstofbeleid heeft alles in zich om coalitie in problemen te brengen

„Het advies van de commissie-Remkes is een steun in de rug”, zegt D66-Kamerlid Tjeerd de Groot, in de afgelopen maanden geregeld het doelwit van boze boeren. Het wetsvoorstel van Schouten ziet De Groot als „een stap in de goede richting”. Maar hij zegt na lezing van het rapport-Remkes ook: „Het lijkt erop dat de minister er een flinke schep bovenop moet doen.”

Het CDA, dat zich graag profileert als boerenpartij, trekt een hele andere conclusie. „Net als de commissie-Remkes vindt het CDA dat stikstof geen belemmering mag zijn voor economische activiteiten, zoals de bouw van nieuwe woningen, en perspectief geboden wordt aan boeren”, zegt Kamerlid Jaco Geurts.

„Het kabinet heeft inmiddels een aanpak gepresenteerd die ook ruimte geeft voor economische activiteiten”, zegt VVD-Kamerlid Mark Harbers. „Hoewel veel adviezen van de commissie-Remkes overeenkomen met de aanpak van het kabinet, zijn er ook verschillen van inzicht, met name over het tempo van natuurherstel en de juridische basis van de nieuwe aanpak.” Wat de VVD betreft is het afwachten wat het kabinet hiermee gaat doen.

„We hebben decennialang op de pof geleefd”, zegt Carla Dik Faber van coalitiepartij ChristenUnie. „De Nederlandse natuur is slachtoffer geworden van de manier waarop wij leven. Het herstel daarvan is een kwestie van jaren en een opdracht niet alleen aan dit kabinet, maar ook voor de kabinetten daarna. Dat maakt de commissie-Remkes vandaag opnieuw duidelijk.”

Correctie 9 juni: in een eerdere versie van dit artikel stond dat Esther Ouwehand waarnemend fractievoorzitter is van de Partij voor de Dieren. Zij is fractievoorzitter.