Reportage

Het ergste lijkt achter de rug in zwaar getroffen Peel en Maas. Maar nog niet alles is mogelijk

Kessel Peel en Maas is een van de gemeenten die het zwaarst is getroffen door Covid-19. Het dorp Kessel heeft het ergste achter de rug. „We starten pas als alle lichten op groen staan”, zegt de voorzitter van het koor.

De Noord-Limburgse gemeente Peel en Maas, waartoe Kessel, een dorp aan de Maas, behoort, telt 331,6 corona-opnames per 100.000 inwoners.
De Noord-Limburgse gemeente Peel en Maas, waartoe Kessel, een dorp aan de Maas, behoort, telt 331,6 corona-opnames per 100.000 inwoners. Foto's Chris Keulen

‘Romantisch Maasdorp’ meldt een bord bezoekers die in Kessel van het Maasveer afkomen. Het plaatsje verheft zich even van de oever een meter of twintig boven de rivier met onder meer een kasteel, een kasteelachtig herenhuis en een neogotische kerk. In bloembakken aan de historisch ogende lantaarnpalen bloeien geraniums.

Maar idyllisch was het de afgelopen tijd niet in het 4.200 inwoners tellende Noord-Limburgse dorp. Eethuis De Rozentuin oogde met platliggende terrasstoelen en rood-witte afzetlinten bijna als een plaats delict. Het Kerkplein leek epicentrum van alle ellende. Drukte bij de huisarts en apotheek van het Medisch Centrum. In de door graven omgeven Onze-Lieve-Vrouw-Geboortekerk waren in een maand tijd meer uitvaarten dan normaal in een heel jaar. Pastoor Louis Verhaag (82) overleed in de nacht van zondag op maandag in zijn slaap (niet aan corona).

Lees ook: In de kloosters is het nog stiller dan normaal

Op het kaartje van het RIVM met het aantal Covid-19-opnames per gemeente kleurt Peel en Maas, waartoe Kessel behoort, het donkerst van heel Nederland: 331,6 per honderdduizend inwoners, meer dan in inmiddels beruchte Oost-Brabantse gemeenten als Boekel en Bernheze. Van begin maart tot half mei overleden in heel Peel en Maas bijna 2,5 keer zoveel mensen als in voorgaande jaren, met een dieptepunt in de voorlaatste week van maart toen het sterftecijfer 5 tot 6,5 keer zo hoog lag.

Te veel klokkengelui en ambulancesirenes herinnert Iet Dings zich van de donkerste dagen van de coronacrisis. De spaarzame wandelingen voor een boodschap leverden geheid nieuwe verhalen over dood en verderf in Kessel op. Miets Willems denkt terug aan haar praatje met een dorpsgenoot op het druk bewandelde pad langs de Maas. „Een kerngezonde, actieve oudere man. Drie dagen later was hij overleden.”

Op Eerste Paasdag putten de dorpelingen moed uit het gezamenlijk zingen en spelen van het Kesselse volkslied Mien dörp. Ieder voor zijn eigen huis. Dings en Willems deden mee en vonden het prachtig. Zinnen als: Je bent mijn wieg en ook mijn graf / Nee. Je komt nooit meer van me af. Maar dan in Kessels dialect.

Het ergste lijkt achter de rug. Langzaamaan wordt weer meer mogelijk in het dorp. Maar niet alles. Normaal gesproken maken Dings en Willems, voorzitter en bestuurslid van de plaatselijke Zonnebloem, in de Mariamaand mei met andere vrijwilligers en mensen met een beperking en ouderen een reis naar een Mariakapel in de omgeving. Dat gaat nu niet. Als alternatief kregen de Zonnebloemgasten (acht stierven er de afgelopen weken) een noveenkaars cadeau, die je met een speciale intentie voor zieken of anderen in zware omstandigheden negen dagen kunt laten branden. Vrijwilligers brachten ze aan huis en knoopten gesprekken aan.

Voor veel werknemers hebben we nu geen werk. Die lenen we uit aan bedrijven die handen kunnen gebruiken

Dorrie Eilers Ondernemer in Kessel

Zo maakte de Zonnebloem meer gebaren naar haar gasten die de maandelijkse activiteiten moeten missen: kinderen versierden kleurplaten, binnenkort krijgt iedereen drie bokkenpoten van een plaatselijke bakker. Dings: „Vooral de ouderen hebben nog schrik voor contact. En ze zijn eenzaam.” Willems begrijpt dat: „Na een paar weken lockdown kwamen ook bij mij de muren op me af.”

De gepensioneerde Willems ging terug de zorg in, werkte in het coronahotel in Roermond en nu bij dementerende ouderen in Venlo. „Alleen voor deze tijden”, zegt ze erbij. „Daarna wil ik mijn dagen weer besteden aan mijn normale vrijwilligerswerk en aan leuke dingen.”

‘Juffrouw, anderhalve meter!’

De allerjongste inwoners van Kessel pakken hun oude leven het makkelijkst weer op. De herstart van het onderwijs op 11 mei was even wennen, vertelt Kim Joosten, lerares in groep 1 en 2 van Kindcentrum Leef, na schooltijd druk met het extra schoonmaken van les- en speelmateriaal. „Ik had vijf nieuwe kleuters, die net vier waren geworden en die voor het eerst kwamen. Die moesten nu op het schoolplein afscheid nemen van hun ouders.”

Binnen kwamen de kinderen met hun verhalen. „Soms over corona, maar ook over heel andere dingen.” Inmiddels is het nauwelijks een gespreksonderwerp meer voor de kleuters. „Hooguit af en toe een vijfjarige die vindt dat ik te dichtbij iemand kom en die dan roept: ‘Juffrouw, anderhalve meter!’”

Zelf zat Joosten in over haar grootouders, haar moeder, verpleegster, en haar vader, buschauffeur. „Allebei zestigers en dus kwetsbaar.”

Café Biej Ton en Marij in Kessel.

Het coronavirus werd van een ver-weg-verhaal heel plotseling iets van dichtbij. „Begin maart ben ik nog een weekend naar een vriendin in Madrid geweest. Niet zo heel lang daarna sloeg het hier toe. Zelf heb ik gehoest. In het eerste elftal van VV Kessel, waarin mijn vriend Noud voetbalt, is een speler meer dan een maand ontzettend ziek geweest. Noud heeft twee weken last gehad. Een mannengriepje, dacht ik eerst. Maar hij had lang 39,5 graden koorts en verloor tijdelijk zijn smaak en reuk. Het herstel ging langzaam. We gingen een kwartiertje lopen en hij wilde al na vijf minuten terug naar huis. Ik dacht eerst dat het te maken had met zijn hekel aan wandelen.”

Noud is weer aan het werk en VV Kessel traint weer. Verder ligt het rijke verenigingsleven grotendeels stil. De agenda op de website van mannenkoor Aodemnoët vermeldt volop annuleringen: geen herdenking van 75 jaar bevrijding, geen optreden in Lomm, geen koorreis naar Brugge.

Normaal oefenen de 28 mannen van Aodemnoët in zo volledig mogelijke samenstelling elke zondagmorgen tussen tien en twaalf uur in een cafézaaltje. Heel serieus. De eigen, meerstemmige arrangementen van repertoire variërend van Engelstalige pop tot Duitstalige en dialectliedjes vragen om een gedegen voorbereiding. Vooraf en na afloop met een paar drankjes staat de gezelligheid weer voorop.

Half maart besloot het koorbestuur uit veiligheidsoverwegingen te stoppen met repetities. Kort daarna werd de draad digitaal opgepakt via Google Meet, net als altijd zondagmorgen tussen tien en twaalf. De dirigent gaat achtereenvolgens aan de slag met de tenoren en met de bassen en de baritons. Alle microfoons vol openzetten is geen optie. Dat klinkt door eventuele vertragingen nergens naar. „Maar we kunnen wel gedetailleerd partijen oefenen en de dirigent kan iedereen afzonderlijk beluisteren”, zegt Coen Verlaak, secretaris. „Zo blijven we in vorm, al valt het sociale aspect wel vrijwel helemaal weg. Dat contact loopt nu helemaal via appgroepen of toevallige ontmoetingen in het dorp.

Voorzitter Dion Tijssen durft niet te voorspellen wanneer alles weer als vanouds zal gaan. Het bestuur houdt alle regelgeving en berichten over koorbijeenkomsten als potentiële besmettingshaarden scherp in de gaten. „Onze repetitieruimte is klein. We starten pas als alle lichten op groen staan.”

Het verenigingsleven van Kessel ligt grotendeels stil.

‘Aodemnoët’ nog bruikbaar als naam?

Of de naam Aodemnoët bruikbaar blijft na alles wat Kessel overkwam, is nog niet ter sprake gekomen. „Daar heeft bij ons niemand aan gedacht”, bekent Tijssen. Het is bedacht als een woordspeling: ‘adem’ en ‘noot’. De uit ons koor ontstane kookclub heet Hongersnoët. Daar is destijds wel discussie over geweest.”

Het coronavirus raakt Kessel ook economisch hard. Fietsers en wandelaars blijven met gesloten horeca niet plakken. Net buiten de bebouwde kom ligt het bedrijvencomplex van Neptunus Structures, een internationale speler op het gebied van tenten, tijdelijke accommodaties en semi-permanente gebouwen. De onderneming heeft eveneens vestigingen in zes andere landen, in totaal driehonderd mensen in dienst en had vorig jaar een omzet van 65 miljoen euro.

„We zijn altijd blijven groeien, zelfs tijdens de crisis van 2008”, zegt de in Kessel opgegroeide Dorrie Eilers, die met haar broer en zus de directie vormt. De derde generatie in een familiebedrijf. „Ook 2020 leek een topjaar te worden. Aan het begin van het jaar bouwen we altijd tijdelijke paviljoens in Parijs voor shows van grote modemerken als Louis Vuitton, Dior en Valentino. Daar kregen we te maken met de eerste tekenen van wat komen ging. Er zouden door het virus minder Aziaten komen. Of we het allemaal wat minder groot konden maken?”

Lees ook: Toen de testen eindelijk kwamen, was het halve verpleeghuis besmet

Toch kwam de grote klap in maart onverwacht. „Normaal hadden we meegewerkt aan de Grand Prix in Zandvoort, het Eurovisie Songfestival in Rotterdam, de Invictus Games in Den Haag en tal van internationale evenementen. In het voorjaar en de zomer hebben we traditioneel onze beste maanden. Opeens viel alles weg en moest heel veel tegelijk worden geregeld met klanten, overheden en hun steunregelingen, nieuwe regels. Precies op dat moment kreeg ik het bericht dat mijn moeder plotseling was overleden. Dan valt echt alles stil. Ze heeft hier decennialang gewerkt. Veel van onze directievergaderingen vinden plaats bij pap en mam aan de keukentafel.”

80 procent van de omzet is weg

Corona bood nieuwe mogelijkheden voor Neptunus. „We hebben bij ziekenhuizen en coronahotels in binnen- en buitenland triagetenten gebouwd, en tijdelijke voorzieningen bij horeca, sportscholen en bejaardencentra. Maar zeker 80 procent van de omzet uit evenementen is weg.”

Eilers prijst de reacties uit het dorp. „Normaal is er trots op een bedrijf als het onze in Kessel. Nu merk je het meeleven. Ook van andere ondernemingen. Voor een groot deel van onze 180 werknemers in Nederland hebben we nu geen werk. Die lenen we – ook om ze vast te kunnen houden – uit aan bedrijven die handen kunnen gebruiken, bijvoorbeeld in de logistiek en de landbouw.” De directeur is hoopvol voor de nabije toekomst. „De zakelijke markt trekt hopelijk aan. Het is te hopen dat de tweede piek uitblijft.”

Waarom het coronavirus nu juist in Kessel en de rest van Peel en Maas zo ongenadig heeft huisgehouden, is nog niet duidelijk. Heeft het iets te maken met intensieve landbouw of nertsenfokkerijen? Waren carnaval of een benefietavond anderhalve week later voor een dorpsgenote met de spierziekte ALS de grote verspreiders? De GGD Limburg-Noord werkt op dit moment aan een onderzoeksopzet voor een studie die meer duidelijk moet maken. Burgemeester Wilma Delissen (VVD) van Peel en Maas waakt voor voorbarige conclusies. „Laten we met zeventien miljoen virologen vooral het onderzoek van echte deskundigen afwachten.”

Delissen probeerde de afgelopen tijd zoveel mogelijk naast burgers te staan, maar had door de lockdown en al het regelwerk toch haar beperkingen. „Ondertussen heeft corona iedereen geraakt. Hier op het gemeentehuis heeft nu nog iemand corona. Een andere medewerker verloor binnen 24 uur beide ouders.”

Op termijn vindt ze een herdenking van alle slachtoffers gepast. „Wij zullen dat als gemeente zoveel mogelijk ondersteunen, maar laten initiatieven voor wanneer en hoe vooral uit de dorpen komen.”