Gestrande zeelieden vormen een dreiging voor de wereldeconomie

Koopvaardij Reders slaan alarm. Door coronarestricties kan bemanning niet afgelost worden. Dat brengt de wereldhandel in gevaar.

Een koopvaardijschip in de Oost-Chinese havenstad Yantai.
Een koopvaardijschip in de Oost-Chinese havenstad Yantai. Foto AFP

Een tikkende tijdbom en een serieuze bedreiging voor de wereldeconomie. Zo noemt Guy Platten de hoogste baas van de internationale redersorganisatie ICS de situatie op koopvaardijschepen. Mogelijk 400.000 bemanningsleden (van de bijna 2 miljoen) kunnen nergens heen, door wereldwijde reis- en visumrestricties wegens het coronavirus. Zij zitten klem waar zij waren op het moment van de uitbraak: op hun schip of thuis.

Sommige zeevarenden zitten al veertien maanden op hetzelfde schip, waar ze normaal, volgens internationale regels, na uiterlijk elf maanden moeten worden afgelost. Het gevolg? Vermoeid personeel en een extra groot risico op onveilige situaties.

Reders vrezen nu dat kapiteins zullen weigeren uit te varen zolang ze geen nieuw, uitgerust personeel aan boord krijgen. „Hoe langer dit probleem voortduurt, hoe groter het risico voor de handelsketens”, zei ICS-secretaris-generaal Platten maandag in de Financial Times. Die krant meldde ook al een voorbeeld: een Duitse tanker bleef vorige week aan wal, wegens zorgen over de veiligheid van het personeel.

‘Levensader van de economie’

Als meer schepen om die reden blijven stilliggen, kunnen de consequenties groot zijn. De Internationale Maritieme Organisatie, een VN-orgaan, noemt zeevaart „de levensader van de wereldeconomie”, omdat meer dan 80 procent van de wereldhandel verplaatst wordt via maritiem transport.

Ook Nederlandse reders hebben moeite met het aflossen van hun personeel, zegt Annet Koster, directeur van redersvereniging KVNR. Ze kent nog geen voorbeelden van schepen die weigerden uit te varen, zoals het FT meldde, maar dat zou zomaar vaker kunnen gebeuren, zegt ze, als overheden de huidige belemmeringen niet wegnemen.

Lees ook: Zeelieden stranden op hun eigen schip

Reders lopen er tegenaan dat hun personeel vanaf het land waar ze aanmeren vaak niet naar hun thuisland kan vliegen, door reisrestricties en geannuleerde vluchten. Andersom lukt het niet om het nieuwe personeel in te vliegen.

Nederland wordt gezien als een positief voorbeeld, mede door afspraken die de KVNR vorige maand heeft gemaakt met de KLM. De luchtvaartmaatschappij heeft ‘luchtbruggen’ opgezet naar landen waar veel zeelieden wonen, zoals de Filipijnen.

Restricties

Daarmee zijn niet alle problemen opgelost, zegt Koster. „We lopen nog tegen overheidsbeperkingen aan.”

Zo gelden er in de Filipijnen restricties, zegt Koster. „Daar mogen maximaal zeshonderd mensen per dag het land in. Met twee vliegtuigen zit je daar al op – en dat zijn dan niet alleen zeevarenden.” Ook andere landen waar veel zeelieden vandaan komen – Rusland, Oekraïne, Indonesië, Polen – kennen belemmeringen. En de marechaussee op Schiphol kan dagelijks maar een beperkt aantal speciale visa on arrival uitdelen voor mensen die geen regulier visum konden krijgen, omdat diplomatieke posten in hun thuisland gesloten zijn.

Reders blijven wereldwijd lobbyen voor het wegnemen van belemmeringen. Als dat niet gebeurt, zegt Koster, „zijn de gevolgen niet te overzien”.

Lees ook deze reportage: Het land wil de zeelui niet hebben. Het schip wil hen niet laten gaan