Einde beleg Tripoli is nog lang geen vrede

Libië Haftars nederlaag in Tripoli heeft volgens deskundigen nog weinig betekenis. „Onze rampspoed is voor 95 procent het werk van buitenlandse machten.”

Strijders die loyaal zijn aan de internationaal erkende regering (RNA) vierden donderdag dat de troepen van Khalifa Haftar verdreven zijn uit de Libische hoofdstad Tripoli.
Strijders die loyaal zijn aan de internationaal erkende regering (RNA) vierden donderdag dat de troepen van Khalifa Haftar verdreven zijn uit de Libische hoofdstad Tripoli. Foto Mahmud Turkia / AFP

Mohammeds kinderen kunnen het gesuis van inkomende raketten en granaten moeiteloos onderscheiden. „Helaas hebben ze de nodige ervaring”, verzucht hij. „Ze zijn 10, 11 en 13 jaar, maar hebben snel geleerd hoe verschillende wapens klinken. Belangrijk om op tijd dekking te kunnen zoeken.”

De Libiër, die vanwege veiligheidsrisico’s niet met zijn hele naam in de krant wil, woont in een buitenwijk van Tripoli. Zijn gezin zat maanden vastgeklemd in de strijd tussen oprukkend krijgsheer Khalifa Haftar en de internationaal erkende regering van Nationaal Akkoord (RNA) in Tripoli. „De nachten waren verschrikkelijk”, vertelt hij via een videoverbinding vanuit zijn huiskamer.

Sinds kort is het ’s nachts rustiger in Tripoli. Donderdag slaagde de RNA erin om Haftars troepen uit de hoofdstad te verdrijven. Die overwinning heeft de internationaal erkende regering vooral te danken aan militaire steun uit Turkije. De inzet van Turkse drones dwong Haftar dit weekend tot een staakt-het-vuren. Dat zou deze maandag in moeten gaan.

Lees ook: Turkse drones maken indruk in de oorlog in Libië

Wonden van burgeroorlog

Maar het eind van het beleg van Tripoli betekent allerminst het begin van een Libische vrede, waarschuwt de aan Human Rights Watch verbonden onderzoeker Hanan Salah. Niet alleen omdat de RNA op haar beurt een offensief is begonnen in de stad Sirte om Haftar verder terug te drijven, maar vooral omdat de oude wonden van negen jaar burgeroorlog voorlopig niet zullen helen.

„Libiës infrastructuur is totaal verwoest”, vertelt Salah telefonisch. „Het beleg van Tripoli alleen al heeft 200.000 mensen ontheemd. Daarbij zijn er nog honderdduizenden vluchtelingen die sinds 2014 op de vlucht sloegen voor Haftars machtsovername in het oosten. Zij durven niet terug naar huis.”

Mohammed kan dat beamen. De zakenman komt uit de omgeving van de stad Benghazi en steunde in 2011 de revolutie tegen de Libische dictator Moammar Gaddafi. In 2014 werd hij ontvoerd door de Madkhalis, een door Saoedi-Arabië aangestuurde salafistische beweging die zich achter Haftar schaarde.

„Ik wilde mijn kinderen naar school brengen toen zes gewapende mannen de weg versperden”, zegt Mohammed. „Ze hebben me vernederd terwijl mijn kinderen toekeken. Daarna ben ik afgevoerd naar een gevangenis in Ar Rajmah [een stad ten zuiden van Benghazi, red.].”

Een week lag Mohammed opgerold in een cel. Eenmaal overgeplaatst werd hij gemarteld. Een medegevangene werd voor zijn ogen doodgemarteld. „Ze dwongen me zijn lijk bij het vuilnis te zetten.”

Nadat Mohammed begin 2015 vrijkwam, vluchtte hij met zijn gezin naar Egypte en vandaar naar Tripoli. Terug naar zijn geboorteplaats durft hij niet. „De Madkhalis en andere milities hebben nog vrij spel. Zolang Haftar het oosten controleert, kunnen ze met me doen wat ze willen.”

Dat is meteen de reden waarom Haftars laatste oproep tot een staakt-het-vuren betekenisloos is, aldus Salah. „Een vrede gestoeld op straffeloosheid kan niet duurzaam zijn”, aldus de onderzoeker. „In Libië kan pas sprake zijn van verzoening en wederopbouw wanneer oorlogsmisdadigers voor een onafhankelijke rechter kunnen verschijnen.”

Maar daar heeft geen van de internationale spelers belang bij, weet Salah. Egypte, Rusland en de Emiraten voerden namens Haftar talloze aanvallen op burgerdoelwitten uit. Turkije leverde de RNA op haar beurt duizenden Syrische strijders die evenmin vies zijn van mensenrechtenschendingen. En de Europese Unie staart zich blind op het veiligstellen van olie-importen en het weren van vluchtelingen.

„Onze rampspoed is voor 95 procent het werk van buitenlandse machten”, concludeert ook Mohammed. Toch is hij net zo kritisch over zijn eigen bestuurders. „Het Libische volk zit vast tussen de dictatuur van Haftar en de corruptie van de RNA. Beiden hebben lak aan wederopbouw of fatsoenlijk bestuur. Dat is de erfenis van 42 jaar Gaddafi.” Was hij in 2011 bereid in opstand te komen, inmiddels heeft Mohammed geleerd zijn verwachtingen bij te stellen: „Ik wil gewoon in vrede leven.”