Een gebed voor mijn nieuwe vaderland

Grunberg per trein van New York naar Miami #5

Schrijver Arnon Grunberg verlaat zijn woonplaats New York op zoek naar de VS in coronatijd. Hij reist naar Miami en verkent onderweg enkele steden.

Vandaag: Charleston.

Koetstochtjes in Charleston, SC.
Koetstochtjes in Charleston, SC. Foto Arnon Grunberg

Vlak voor Charleston maakt de conducteur bekend dat we moeten wachten omdat er iemand over het spoor loopt. Hij zegt: ‘Voor ieders veiligheid moeten we dit correct afhandelen.’

Een vader en zijn dochter van een jaar of negen gaan weer zitten.

De conducteur draagt een toupetje, dat hij op het maniakale af steeds weer rechtzet.

Op 9 januari 2015 vermoordde Dylann Storm Roof, geboren in 1994, negen zwarte Amerikanen gedurende een Bijbel-studie in de Emanuel African Methodist Episcopal Church in Charleston. Hij schijnt eerst een uurtje de Bijbel-studie te hebben bijgewoond voor hij begon met schieten. Roof geloofde in de superioriteit van het ‘blanke ras’. De kerk is bezig geld in te zamelen voor een monument. Volgens de aanklagers was Roof ’self-radicalized’. Met de huidige president hoeft niemand meer zichzelf te radicaliseren.

In South Carolina zijn restaurants en bars open, maar de receptionist van Kings Courtyard Inn zegt: ‘Het is de eerste dag dat we weer open zijn.’ Het klinkt alsof hij had gehoopt dat de Kings Courtyard Inn voor altijd dicht was gebleven.

‘Welk restaurant kunt u aanbevelen?’ vraag ik.

‘Sommige zijn open, sommige zijn gesloten. Sommige waren open maar zijn weer dichtgegaan, omdat het personeel besmet is.’ Hij laat het woord ‘besmet’ klinken als een aangename maar ook bijzonder perverse seksuele handeling.

Ik beland in het Anson Street Cafe, waar de sfeer doet denken aan Tennessee Williams: broeierigheid, alcoholisme, geweld is het verleden én de toekomst.

George Floyd is deze avond in Charleston slechts een gerucht.

Bij het ontbijt: de gasten zijn wit, de bediening is zwart. Een man in een rode blouse heeft zijn haar strak achterover gekamd maar de kale schedel schijnt er prachtig doorheen.

Aan het einde van de ochtend laat ik me knippen. Naast me wordt een jongen geknipt, zijn moeder kan niet ophouden met praten. ‘Wij komen uit Connecticut,’ zegt ze. ‘Over de doden lees je veel, over hen die genezen geen woord.’

Er rijden koetsjes met toeristen door de straten, voor de kerk waar negen zwarte Amerikanen zijn vermoord veegt een man bladeren.

Als ik aan het einde van de dag naar het station ga, moeten we omrijden vanwege de protesten. Later lees ik dat de demonstranten optrokken naar de hoofdstraat, King Street, waar mijn hotel was, en dat sommige toeristen moesten vluchten.

Een vriendin uit Nederland schrijft: ‘Je nieuwe vaderland staat in brand.’

Deze serie is ook een gebed voor mijn nieuwe vaderland – voor een gebed heb je geen God nodig, waar de wanhoop niet meer mild is begint het bidden vanzelf. Ik bid ook voor mijn oude vaderland en voor alle vaderlanden die nog zullen volgen, God weet dat je in deze tijd aan twee vaderlanden niet genoeg hebt.

Wordt vervolgd