Reportage

De vechtstier eindigt dit jaar eerloos in het slachthuis

Vechtstieren Voor het stierenvechten lijkt het seizoen in Spanje bijna verloren. En het ging al niet zo goed met de bedrijfstak. De fokkers en hun belangenbehartigers blijven strijden voor dit ‘cultureel erfgoed’.

Germán Vidal in actie
Germán Vidal in actie Foto Javier Fergo

Als Alberto López Simón de briesende vechtstier met zijn rode doek te slim af is, richt de Madrileen zich trots op. Normaal gesproken zou het applaus over de 29-jarige torero neerdalen. Nu niet. Het tiental toeschouwers dat de training in de afgelegen arena van stierenfokker Salvador Domecq gadeslaat, kijkt in stilte toe. De stier met nummer 29 wordt even later hevig hijgend afgevoerd.

López Simón wrijft tevreden het zweet van zijn gezicht. „Zo’n gevecht hier midden in de natuur heeft zeker zijn charme”, legt hij even later uit. „Maar ik hoop toch snel weer in een grote arena te staan. Zonder publiek is er voor het stierenvechten geen toekomst.”

De naam ‘López Simón’ schitterde voor het laatst op zondag 9 februari op een affiche. Bij het traditionele feest van San Blas in het plaatsje Valdemorillo verdiende hij het oor van Cascabelero, een vechtstier van het gerenommeerde bedrijf Montalvo uit Salamanca. Nog voordat het seizoen in maart op gang kon komen, maakte de uitbraak van Covid-19 een voorlopig einde aan het stierenvechten in 2020.

Sinds de alarmfase in Spanje op 14 maart in werking trad, ligt de hele bedrijfstak stil en vechten stierenvechters, organisatoren en fokkers voor hun voortbestaan. „Als er geen gevechten meer zijn, heb ik geen inkomsten meer”, legt Simón uit. „Er is niet zoiets als een uitkering voor toreros. Maar ook ik moet mijn rekeningen betalen.”

De coronacrisis komt voor de Tauromaquia op een zeer ongelegen moment. De sector staat de voorbije jaren onder toenemende druk van tegenstanders, en is zonder indirecte steun van overheden, zoals Europese subsidies voor extensieve veeteelt en gemeentelijke bijdragen voor volksfeesten, ten dode opgeschreven. Hoewel stierenvechten sinds 2013 officieel tot het nationale erfgoed wordt gerekend, behoren de corridas in grote delen van Spanje tot het verleden. Van de 1.733 arena’s zijn er nog ruim vierhonderd in gebruik.

Schatkist

Volgens de overkoepelende organisatie Fundacíon Toro de Lidia hebben de bijna twintigduizend feesten waarbij stieren op allerlei verschillende manieren betrokken zijn, een economische impact van 4,5 miljard euro per jaar – 0,36 procent van het bruto binnenlands product. De industrie zou goed zijn voor 45.000 directe banen en 200.000 indirect, en levert de schatkist 110 miljoen euro op. „Dat is al met al nogal wat”, stelt Francisco Apaolaza, woordvoerder van de organisatie en beroemd als commentator van gevechten. „Besef dat een stierenfokker zijn bedrijf niet zomaar op slot kan doen. Ze verdienen steun als ieder ander. Toros bravos zijn geen auto’s waarvan je de onderdelen even in elkaar zet. Het kost jaren om de allerbeste vechtstier groot te brengen.”

Het bedrijf van Salvador Domecq behoort tot de selecte groep van circa twintig spelers die de vechtstieren grootbrengen voor de allergrootste arena’s – in Madrid, Sevilla, Valencia of Pamplona. Hij ontvangt op zijn landgoed El Torero , op een paar kilometer van Vejer de la Frontera. Onder de rook van het witte Andalusische dorpje lopen zo’n vijfhonderd toros bravos door uitgestrekte weiden vol bloemen en eiken. „Als mijn familie niet heel veel om die dieren zou geven, zouden we er allang mee gestopt zijn”, legt de Spaanse ‘herenboer’ uit. Hij heeft een sjieke pet op zijn hoofd en is gekleed in een keurig crèmekleurig jasje. Mondkapjes en handschoenen blijven achterwege.

Foto Javier Fergo
Germán Vidal in gevecht met een koe
Foto Javier Fergo
Foto’s Javier Fergo

Domecq maakt zich op voor een ochtend waarop zijn dieren in zijn kleine plaza de toros de strijd aangaan met de ervaren torero López Simón en het jonge talent Germán Vidal, alias El Melli. „Zolang de feesten stilliggen, moeten we onze tijd goed benutten”, zegt Domecq. Met een knikje geeft hij toestemming voor het gevecht.

Met een klap gaat de rode poort open. Simón gaat als eerste het gevecht aan met een tweejarige koe. Voor de Madrileense stierenvechter betekent dat een rustig begin van de oefensessie en Domecq kan zo vaststellen of het vrouwtje sterk genoeg is om het te kruisen met een vechtstier. Het gevecht wordt grotendeels volgens het eeuwenoude ritueel uitgevoerd, al blijft de doodsteek uit. Eerst komt een picador op een geharnast paard de arena binnen, die de koe uitdaagt om aan te vallen en vervolgens een lans in haar rug duwt. Daarmee moet de bloedtoevoer naar de nekspier worden gestopt, zodat de koe haar kop niet meer omhoog kan krijgen. Ze trapt naar achteren en loeit van de pijn.

De man met paard verlaat de arena en terwijl het bloed langs het lichaam van het dier sijpelt, stapt Simón, gekleed in blauwe trui en grijze broek, met zijn rode doek naar voren. De torero draait de ‘vechtkoe’ met gracieuze bewegingen dol. Na twintig minuten bedankt Simón eigenaar Domecq voor het gevecht. Het gewonde dier wordt afgevoerd. Ze mag nog even blijven leven. Al wordt ze later toch tot het slachthuis veroordeeld. „In deze tijden moeten we strenger zijn dan ooit”, legt Domecq uit. „We gaan alleen voor de beste dieren.”

Nieuwe generatie

De stierenvechters Simón en Vidal wisselen elkaar die ochtend steeds af. Eén koe is in de ogen van Domecq goed genoeg om als moeder van een nieuwe generatie vechtstieren te functioneren. „Ik zag direct dat ze iets bijzonders had. Dat is een gevoel. Maar zekerheid heb je nooit. Je weet pas na een jaar of vijf of je het goed hebt gezien. En dat is het moment waarop jouw vechtstier voor een groot publiek in de arena staat”, legt Domecq uit. Met pijn in het hart ‘offert’ hij deze ochtend twee van zulke toros bravos op. Ze waren voorbestemd voor een gevecht met López Simón op 15 maart in het plaatsje Fitero. Bijna drie maanden later gaan ze alsnog de strijd aan, duizend kilometer zuidelijker en zonder publiek. Normaal gesproken zouden ze bij een gevecht aan hun einde komen, maar deze stieren zullen nu ‘eerloos’ in het slachthuis sterven. Domecq zuchtend: „Het kost ongeveer vierduizend euro om zo’n stier van 500 kilo groot te brengen. Deze had me het dubbele opgeleverd, nu krijg ik 80 cent per kilo voor het vlees.”

Stieren ouder dan vijf jaar mogen volgens de regels niet meer worden gebruikt bij gevechten. Domecq brengt dit jaar noodgedwongen tientallen toros bravos naar het slachthuis, die zonder de coronacrisis voorbestemd zouden zijn geweest voor een ‘spektakel’. Naar verluidt zouden er dit jaar in Spanje zevenduizend stieren de arena ingaan. Fundacíon Toro de Lidia schat het verlies voor de stierenboeren op 77 miljoen euro als er in 2020 helemaal geen gevechten meer plaatsvinden.

Foto Javier Fergo
Foto Javier Fergo

López Simón gaat ervan uit dat hij voor het seizoen in oktober eindigt nog wel een arena zal betreden. „Met publiek, ja”, zegt hij glimlachend. „De voetbalcompetitie begint deze week weer in Spanje. Maar je kunt stierenvechten daar niet mee vergelijken. Wij zijn voor het overgrote deel afhankelijk van de kaartverkoop. Bovendien maakt het publiek deel uit van het geheel. Stierenvechten doe je voor de toeschouwers. Zíj zijn het die direct over jou oordelen. Daarom is het zo anders dan hier in de natuur. In een volle arena kan iedere beweging impact hebben. Experimenteren is er niet bij.”

De stierenvechter mist boven alles „het contact” met de stier. „Dat is moeilijk uit te leggen”, zegt hij na de training. „Ik zocht vroeger altijd risicovolle dingen op. Stierenvechten is ultiem. Je voelt de angst door je lichaam gaan, maar je mag er geen seconde aan toegeven. Jíj moet het gevecht domineren. Ik weet dat de dood altijd om de hoek kijkt. In juli 2016 stierf mijn goede vriend Víctor Barrio tijdens een stierengevecht. Eén seconde concentratieverlies kan fataal zijn.”

Leven en dood

De matador begrijpt dat er van verschillende kanten verzet is tegen zijn professie. Maar hij hoopt dat het stierenvechten sterker dan voorheen uit de crisis zal komen. „Ik hoop dat er respect voor ons zal blijven”, stelt de stierenvechter wiens optreden meermaals werd verstoord door de Nederlandse dierenactivist Peter Janssen. „Ik denk dat dat niet de goede manier is”, legt López Simón uit. „Ik denk dat je pas echt een oordeel kan vellen als je weet wat er achter deze traditie schuilgaat. Ik zou dat ook Nederlanders heel graag bij willen brengen. Dat kan alleen als ze zich daarvoor openstellen. En het proberen te begrijpen. En dan kunnen ze zelf bepalen wat ze ervan vinden.

„Stierenvechten is een spektakel vol échte emoties. Triomf en mislukking liggen dicht bij elkaar. De dood wordt pijnlijk zichtbaar zodat we het leven leren vieren. Ik denk dat het belangrijk is in een maatschappij waarvan we het liefst de donkere kanten wegstoppen. Bedekken. Verzwijgen. Er zijn in Spanje bijna dertigduizend mensen gestorven aan corona. Velen zijn als nummers weggestopt zonder dat er zelfs maar afscheid van ze is genomen.”