De rolkoffer, het meisje en haar vioolkist

Wie: steigerbouwer John (39)

Kwestie: bezit van wapens, cocaïne en vals geld

Waar: rechtbank in Groningen

De Zitting

De sensatie van de verdachte is haast tastbaar als hij de zittingszaal wordt binnengebracht. Zijn ogen glimmen, hij klopt de gevangenislucht uit zijn kleren en steekt een hand uit naar zijn raadsman. Om dezelfde hand direct voor z’n mondkapje te slaan: „Nee, corona!”

John is een van de eerste verdachten die in de zesde week van de lockdownmarathon de Groningse rechtbank betreedt. Achter de tafel dragen twee van de drie rechters een volle baard, plexiglasschotten tussen hen in.

De strafzaak moet vandaag inhoudelijk behandeld worden. Anders dreigt de steigerbouwer de voorwaardelijke gevangenisstraf voor een eerder geweldsmisdrijf uit te zitten zonder tussenkomst van de rechtbank. Drie maanden zit hij nu in voorarrest en de vraag is of dat in verhouding staat tot de strafbare feiten waarvoor John kort voor de coronacrisis werd opgepakt.

Ditmaal draait het om illegaal bezit van een zilveren gaspistool en een zwarte nep-Glock, tweeënhalve gram cocaïne en vier valse bankbiljetten van 20 euro. „Niet superbijzonder”, begint de voorzitter, „wel urgent”. En omdat het huis van bewaring in Leeuwarden geen videoverbinding beschikbaar had, en de verdachte graag zelf in de rechtszaal zijn zegje wilde doen met zijn advocaat, „zijn we nu inclusief pers met z’n twaalven hier, tegen de coronavoorschriften in”.

Dat laat deze verdachte zich geen twee keer zeggen. „Ik heb respect dat de rechtbank mijn zaak naar voren heeft gehaald.” Maar bijzonder is zijn zaak wel, beklemtoont hij. Omstandig begint hij te vertellen over zijn familie op het woonwagenkamp, een mislukte relatie, zijn veroordelingen voor geweldsmisdrijven en dat hij de laatste twee jaar dankzij de reclassering juist „zo goed bezig” was – „zonder geweld”.

Totdat hij een vriendin onderdak bood: „Ze was negentien, die laat je niet in d’r eentje op straat staan.”

Ze had een vioolkist en een koffer bij zich. In de rolkoffer met legerprint zaten twee wapens. Dat wist John, vertelt hij – met het knalpistool had hij een belager nog de stuipen op het lijf willen jagen – maar daarna hadden hij en de vriendin de koffer met inhoud naar haar ouders gebracht. Dat dacht-ie althans. „Maar toen de politie kwam, stond de koffer er weer. Ik was bij de poot genomen.”

Zijn advocaat probeert ertussen te komen maar dat lukt niet. Deze spraakwaterval smacht naar aandacht. John is door een hernia „veranderd van een fitte steigerbouwer in een malloot die niet eens zijn eigen sokken aankrijgt”. Hij zou geopereerd worden, maar daar kwam de arrestatie tussen. En nu de coronacrisis. „Ik begon met tien milligram oxycodon per dag en slik nu al meer als negentig milligram.”

De rechtbankvoorzitter wil terug naar de logee en haar koffers. Geloofwaardig vindt hij Johns verklaring niet. Hoe kan in het proces-verbaal staan dat de verdachte de rolkoffer zelf uit de kast trok toen de politie vroeg of er wapens in huis lagen? Verder bleek de vioolkist ook foute boel. Daarin zat de tweeënhalve gram cocaïne. „Gekregen van een vriend, maar of het goed spul was, geen idee. Ik heb altijd gefeest als een tijger, af en toe doe ik nog een uppertje om te jumpen.” En wat deden de vier nepbriefjes van 20 in dezelfde vioolkist? „Die kreeg ik betaald voor wat kleren. Ik zag later dat het geld vals was en wilde de koper daarmee confronteren.”

Behalve twee weken cel eist de aanklager dat John zijn voorwaardelijke celstraf van acht maanden helemaal uitzit omdat hij nog in zijn proeftijd zat. Maar zijn advocaat dringt aan op vrijspraak. „Pas toen de politie aan de deur stond, ontdekte cliënt dat de wapens terug waren in huis.” Het valse geld wilde hij niet uitgeven, en van de cocaïne ontbreekt overtuigend bewijs omdat de stof niet getest is door het Nederlands Forensisch Instituut.

Twee weken later verlaat John het huis van bewaring. De rechtbank sprak hem vrij van bezit van cocaïne en vals geld. Voor illegaal wapenbezit kreeg hij een maand cel, geheel voorwaardelijk, terwijl de tenuitvoerlegging van de oudere straf beperkt bleef tot de tijd dat hij in voorarrest zat. Zijn proeftijd wordt wel met een jaar verlengd onder verscherpt reclasserings- en drugstoezicht.