Beeldenstorm tegen ‘foute’ historische figuren

Geschiedenis Op veel plaatsen in de wereld woedt het debat: is het neerhalen van standbeelden een aanval op de geschiedenis of de correctie van een schandvlek?

Demonstranten in Bristol gooiden zondag het beeld van slavenhandelaar Edward Colston in de rivier de Avon.
Demonstranten in Bristol gooiden zondag het beeld van slavenhandelaar Edward Colston in de rivier de Avon. Foto Ben Birchall/AP

Een laatste zet van Black Lives Matter-activisten en daar stuiterde zondagmiddag in Bristol het standbeeld van de zeventiende-eeuwse slavenhandelaar Edward Colston langs de kademuur de rivier de Avon in. Daarmee onderging het beeld 299 jaar na diens dood alsnog hetzelfde lot als veel van de onderweg gestorven slaven die hij bij tienduizenden over de Atlantische Oceaan naar Amerika liet vervoeren.

Eindelijk gerechtigheid, riepen de activisten. Bijna niemand nam het op voor de man die in 1895 nog door zijn stadgenoten was vereerd met een standbeeld wegens zijn weldaden voor de lokale gezondheidszorg en het onderwijs. Maar de manier waarop Colston pardoes van zijn voetstuk werd getrokken en in de rivier werd gegooid, leidde tot verontwaardigde reacties. „Uitermate schandalig”, vond minister van Binnenlandse Zaken Priti Patel, terwijl een woordvoerder van premier Boris Johnson sprak van „een misdadige actie”. Ook Labour-leider Keir Starmer had voor de eigenmachtige handelwijze van de activisten geen goed woord over, al constateerde hij dat Colston nooit een standbeeld had moeten krijgen.

Waarden van alle tijden?

Het dramatische einde van het standbeeld van Colston bewijst de vergankelijkheid van zulke roem. De ene generatie plaatst iemand op een voetstuk, een toekomstige generatie haalt iemand er weer net zo makkelijk vanaf en werpt hem op de vuilnishoop van de geschiedenis.

Het heeft alles te maken met veranderende normen door de eeuwen heen. In een tijd van nationalisme gold Jan Pieterszoon Coen in Nederland als een held die de Republiek in de zeventiende eeuw hielp groot maken. Tegenwoordig zien velen hem als een wrede veroveraar, een massamoordenaar die bijna de hele bevolking van de Banda-eilanden in het tegenwoordige Indonesië liet doden. Zijn standbeeld in Hoorn staat er nog, zij het inmiddels voorzien van een plaquette waarop Coens wreedheid niet langer wordt verbloemd.

Of het fair is zulke historische figuren te beoordelen met de maatstaven van nu is een vraagstuk waarover historici nog twisten. Er is een stroming, het historisme, dat van zo’n benadering gruwt. Je moet mensen slechts beoordelen naar de normen van hun tijd, betogen aanhangers hiervan. Anderen betogen dat sommige waarden van alle tijden zijn en dat ook mensen uit vroeger eeuwen langs die meetlat mogen worden gelegd.

De Brits-Nigeriaanse historicus David Olusuga verwierp bijvoorbeeld in The Guardian de kritiek dat het neerhalen van Colstons standbeeld „een aanval op de geschiedenis” zou zijn. Hij juichte dat juist toe als iets dat al veel eerder had moeten gebeuren. „Dit is een van die zeldzame momenten waarvan de komst betekent dat de dingen nooit meer terug kunnen gaan naar hoe ze waren”, schreef hij.

Nieuwe impuls

De beelden van het neergehaalde standbeeld gingen de wereld over. Ze vormen een impuls voor activisten elders om hun inspanningen te verdubbelen om eindelijk van beelden van ‘foute’ historische figuren af te komen. Veel aanmoediging hadden ze toch al niet nodig na de wereldwijde protesten tegen racisme naar aanleiding van de dood van George Floyd als gevolg van gewelddadig optreden van de politie in Minneapolis eind vorige maand. Met name standbeelden die in verband worden gebracht met slavernij en kolonialisme gaan onzekere tijden tegemoet.

Lees ook: Geen cent voor de politie, als ze niet verandert

In het naburige Oxford herleefde op Oriel College prompt het debat over een beeld van Cecil Rhodes, krachtig pleitbezorger van het Britse koloniale bestuur in Afrika. Al in 2016 woedde er een debat of het niet moest worden verwijderd, nadat eerder in het Zuid-Afrikaanse Kaapstad een omstreden beeld van diezelfde Rhodes was weggehaald. Zelfs een beeld van de nog altijd zeer gerespecteerde Winston Churchill voor het parlement in Londen moest het zondag ontgelden en werd beklad met de tekst ‘was een racist’.

In België woedde er al vóór de Colston-affaire een opmerkelijk openbaar debat naar aanleiding van Floyds dood. Het is aangezwengeld door Noah N.L., een 14-jarige jongen van Congolese afkomst die zijn achternaam geheim houdt. In één dag kreeg hij steun van ruim tienduizend mensen voor een petitie om alle beelden van koning Leopold II uit Brussel te verwijderen. Leopold II, voorvader van de huidige Belgische koning, verwierf in de negentiende eeuw Congo als een privékolonie en handhaafde zijn gezag daar ten koste van honderdduizenden, mogelijk zelfs miljoenen Congolese levens.

Je ziet toch ook geen standbeeld van Adolf Hitler in Berlijn?

Noah N.L. 14-jarige Belg

„Die beelden horen daar (in Brussel) niet. Dat voelt niet juist”, legde Noah vorige week uit aan de krant De Standaard. „Je ziet toch ook geen standbeeld van Adolf Hitler in Berlijn?” Noah onderstreepte overigens tegen vandalisme te zijn, omdat het vernielen van de beelden de zwarte gemeenschap juist in diskrediet zou kunnen brengen. „Het moet op een vreedzame manier gebeuren. Dat kan door de beelden gewoon weg te halen.” Ook elders in België bepleiten velen nu verwijdering van de lokale beelden van Leopold, inmiddels al geruime tijd een omstreden figuur in eigen land.

Midden- en Oost-Europa

Beeldenstormen zijn van alle tijden en hebben zich door de eeuwen heen op veel plaatsen voorgedaan, zowel in de westerse wereld als daarbuiten. Nog vers in het geheugen ligt het omvertrekken van het beeld van de Iraakse president Saddam Hussein in Bagdad in 2003. In Spanje verdween het laatste ruiterstandbeeld van de in 1975 overleden fascistische generaal Francisco Franco pas in 2008.

Een schoonmaker verwijdert graffiti van het standbeeld van Winston Churchill in Parliament Square, Londen, Foto John Sibley/Reuters

In de voormalige communistische staten in Midden- en Oost-Europa was het de afgelopen decennia ook een komen en gaan van stand- en borstbeelden. Nog in 2017 identificeerde de Poolse regering zo’n vijfhonderd beelden uit de communistische tijd die moesten worden verwijderd uit de openbaarheid. In Boedapest werden alle communistische beelden na 1989 buiten de stad in een park neergezet. Recordhouder in die regio is vermoedelijk een beeld van Tomas Masaryk, de grondlegger van de Tsjechoslowaakse republiek van na 1918. Liefst vijf keer werd zijn beeld in het plaatsje Holesov onthuld en weer weggehaald. Een fraaie illustratie van de grilligheid van de plaatselijke geschiedenis.

Ook in de Verenigde Staten zijn veel standbeelden omstreden, in het bijzonder van militaire leiders uit de Burgeroorlog die vochten voor het zuidelijke kamp, dat de slavernij wilde behouden. Vorige week maakte de gouverneur van Viriginia bekend dat een standbeeld van generaal Robert E. Lee in de hoofdplaats Richmond wordt verwijderd. Het was bij protesten na Floyds dood al beschadigd. „Ik denk dat het verstandig is de wonden van de oorlog niet open te houden”, zei de gouverneur, daarbij Lee zelf citerend. Of de generaal hiermee zelf ook zou hebben ingestemd, zullen we nooit weten.