Opinie

Als bekennen loont, helpt dat de rechtspraak

Een lagere straf in ruil voor een bekentenis, moet ook in Nederland mogelijk worden, vindt advocaat Peter Plasman. Juist nu er een stuwmeer aan rechtszaken is, kan plea bargaining helpen.

De Haagse rechtbank, met afgeplakte stoelen in verband met de coronamaatregelen.
De Haagse rechtbank, met afgeplakte stoelen in verband met de coronamaatregelen. Foto REMKO DE WAAL/ANP

In februari 2019 liet minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) weten de zogeheten plea bargain een interessant idee te vinden. OM-baas Gerrit van der Burg gaf toen aan dat hij wilde gaan experimenteren met dit soort deals. Fikse strafkorting in ruil voor bekennen, het meewerken aan de eigen veroordeling. Een lange rechtsgang kan ermee voorkomen worden.

De aanduiding „interessant idee” betekent in de politiek vaak: een plek op de plank. Dat zou voor dit idee een grote fout zijn.

We zijn nu immers zover dat de strafrechtspleging vastloopt. Al ver voor corona is er een stuwmeer van onbehandelde strafzaken ontstaan en dat stuwmeer wordt steeds groter.

Het gaat om tienduizenden zaken. Rechters zitten met de handen in het haar en er is geen zicht op een oplossing. Aan advocaten wordt gevraagd mee te denken hoe van die zaken af te komen.

Wanneer strafzaken niet of pas jaren te laat behandeld worden, heeft dat ernstige consequenties, zeker op termijn. De bottom line is dat het strafrechtelijk systeem zijn legitimiteit verliest.

Lees ook de column van Folkert Jensma: Los de achterstand op met echte rechters

Het is te zot voor woorden dat een verdachte die tot acht jaar gevangenisstraf is veroordeeld al weer buiten loopt voordat over zijn zaak in hoger beroep is beslist. Het is evenzeer te zot voor woorden dat slachtoffers en nabestaanden jaren in onzekerheid blijven over de afloop van hun zaak. Veel verdachten ervaren jaren onzekerheid ook als een zware extra belasting. Professionals in het systeem raken gefrustreerd, van diender tot en met hoogste rechter. Zij vragen zich af of hun werk wel voldoende nut heeft.

Bekennen levert verdachte niets op

Er moet nu gehandeld worden. Wanneer alle verdachten vanaf heden gaan bekennen, verdwijnt het stuwmeer als sneeuw voor de zon. Strafzaken, ook toekomstige, zouden op korte termijn afgedaan kunnen worden. Het aantal zaken in hoger beroep zou drastisch afnemen. Zo’n situatie is illusoir, alleen al omdat er ook onschuldige verdachten zijn. Een andere belangrijke reden is echter dat bekennen voor de verdachte vaak geen nut heeft, het levert niets op. „Bekennen is vragen om straf”, is het credo.

Rechters kunnen bij de straftoemeting rekening houden met de proceshouding van de verdachte en kunnen tot een wat lagere straf komen wanneer de verdachte bekent en openheid van zaken geeft, spijt betuigt. Wanneer wel of niet met de proceshouding rekening wordt gehouden en de mate waarin dat gebeurt is echter onvoorspelbaar. Het is dan ook vaak voor een advocaat een hachelijke zaak om cliënten daarover te adviseren.

De verdachte die zijn buurman onder het oog van acht getuigen heeft mishandeld kan ervoor kiezen om direct te bekennen. De zaak zou direct afgedaan kunnen worden. Hij kan er echter ook voor kiezen te ontkennen, want wat heeft hij te winnen met bekennen. Ontkennen betekent dat de aangever en de acht getuigen zich vergissen of liegen dus laten we maar eens beginnen die personen bij de overbelaste rechter-commissaris te laten ondervragen door de verdediging. Drie van de negen te horen personen verschijnen niet dus dat betekent een tweede ronde. Voor je het weet zijn we meer dan een jaar verder, uitsluitend veroorzaakt door de (legitiem !) gekozen proceshouding van de verdachte. In een op zich eenvoudige strafzaak.

Wanneer de verdachte van tevoren zou weten dat bekennen een strafkorting van, pak hem beet 40 procent oplevert, of een taakstraf in plaats van celstraf wordt het een ander verhaal.

Bekennen wordt dan interessant.

De tegenwerpingen zijn bekend

Praten hierover levert echter direct tegenwerpingen op. De dader zou dan zijn juiste straf ontlopen. Alsof dat niet zo is bij al die daders die niet worden opgespoord of vervolgd omdat het systeem vast is gelopen. Alsof dat ook niet geldt bij al die zaken die nu in dat stuwmeer zitten.

En andere tegenwerping is dat we dan Amerikaanse toestanden krijgen met onschuldige verdachten die bekennen en een straf pakken om niet het risico van een veel hogere straf te lopen.

Dat is onzin, iedereen in dit land kan bijstand van een goede strafrechtadvocaat krijgen, die kan adviseren welke optie de beste is. Bovendien hebben wij professionele strafrechters dus de verdachte die niet kiest voor een deal krijgt de emotieloze rechterlijke uitspraak die hij zonder de mogelijkheid van plea bargaining ook zou krijgen. Hij krijgt alleen niet de fikse korting wanneer hij wordt veroordeeld.

Nog een kritiekpunt is dat slachtoffers en nabestaanden te kort gedaan worden. Voor een deel is dat zo. Zij worden echter ook tekort gedaan wanneer hun zaak niet of veel te laat wordt behandeld.

Mij blijkt in de praktijk dat slachtoffers en nabestaanden een snelle afdoening van groot belang vinden omdat daarna het verwerkingsproces kan beginnen. Nabestaanden willen weten wat er gebeurd is, niet zelden is dat voor hen in een strafproces de eerste prioriteit. Bij een bekennende verdachte komt de waarheid op tafel.

Is de politieke wil er?

Een variant van pleabargaining is het maken van vonnisafspraken. Op voorhand is duidelijk wat de uitkomst van een strafproces zal zijn wanneer aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Het verschil met pleabargaining is dat de zaak wel eindigt met een vonnis van de rechter.

Voor het invoeren van beide varianten is wetswijziging noodzakelijk en dat kost tijd. Hoeveel tijd daarvoor nodig is, hangt af van de politieke wil om deze mogelijkheden daadwerkelijk en snel in te voeren. Iedereen die weet hoe belangrijk een goed functionerende strafrechtspleging is, moet deze wil hebben. Grapperhaus is verplicht het idee dat hij interessant vindt nu heel snel handen en voeten te geven en Van der Burg moet zijn experimenten laten zien.

Rechters kunnen nu al aan de slag. De wet geeft rechters de opdracht om bij straftoemeting rekening te houden met de persoon van de verdachte. Daaronder kan worden begrepen de proceshouding van de verdachte. Wanneer er consensus gaat ontstaan over een vorm van pleabargain kunnen rechters vooruitlopend op de invoering bij wet veel explicieter en consistenter dan nu het bekennen gaan belonen. Ook als dat alleen maar is vanuit de absolute noodzaak van puinruimen. Dat is het namelijk inmiddels geworden.

Bij een systeem van pleabargaining is goede rechtsbijstand een absoluut vereiste. De kostenbesparing die ontstaat wanneer meer verdachten gaan bekennen, biedt voldoende ruimte voor de financiering hiervan (en ook om nog wat foutjes uit het verleden weg te werken).

Voor alle verdachten blijft gelden dat niemand verplicht kan worden actief aan zijn eigen veroordeling mee te werken. Maar het mag wel.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.