Opinie

Advocaten vervolgen om wat zij zeggen zou fnuikend zijn

Ook bij de bevrijding van de gekaapte trein in 1977 mag een advocaat vraagtekens zetten. Hoogleraar Diana de Wolff over de aangifte tegen advocaat Zegveld.
De met kogels doorzeefde trein waar in 1977 de Molukse kapers de dood vonden.
De met kogels doorzeefde trein waar in 1977 de Molukse kapers de dood vonden. Foto ANP

Dat mensen zich soms beledigd kunnen voelen door uitlatingen van advocaten is inherent aan de rechtsstrijd. Maar dat iemand aangifte tegen een advocaat doet wegens smaad of laster is een zeldzaamheid. Dat gebeurde de Amsterdamse advocaat Liesbeth Zegveld, bekend van de complexe en vaak emotionele procedures die zij voert voor rechtsherstel na staats- en oorlogsgeweld. Voor slachtoffers of hun nabestaanden uit bijvoorbeeld Srebrenica, Rawagede en, recent, Hawiya.
De aangifte wegens smaad overkwam haar tijdens het proces dat zij tegen de Staat voert namens nabestaanden van twee Molukse treinkapers die in 1977 bij een bevrijdingsactie van mariniers werden gedood. Inzet van die zaak is de vraag of de Staat aansprakelijk is voor onrechtmatig optreden tijdens de bevrijdingsactie, omdat de beide kapers al gewond en buiten gevecht gesteld zouden zijn toen ze door de mariniers werden gedood.

Een executie? Dat is nog niet vastgesteld. De procedure loopt al bijna vijf jaar en speelt inmiddels in hoger beroep.

Eigen hand

Een lid van het korps mariniers deed de aangifte tegen de raadsvrouw op grond van interviews die zij in de loop van de rechtszaak met verschillende media heeft gehad. Daarin werd onder meer weergegeven dat volgens haar de mariniers hun werk ‘kil’ deden, dat zij de kapers hadden ‘afgemaakt’ en het recht in eigen hand hadden genomen terwijl ze de kapers gewoon hadden kunnen aanhouden.
Het Openbaar Ministerie besloot om de advocaat niet te vervolgen, wat resulteerde in een klacht van de marinier bij het gerechtshof, in dit geval in Amsterdam. Dat hof moest beoordelen of de strafrechter zou kunnen komen tot een veroordeling van Zegveld en of het OM haar dus alsnog zou moeten vervolgen.

Getuigen

In de kort geleden gepubliceerde beslissing stelt het Amsterdamse hof allereerst duidelijk vast dat Zegveld de uitspraken heeft gedaan in het kader van een procedure en in het belang van de zaak. Zij had de aandacht van de media gebruikt in de hoop dat zich nog mensen bij haar zouden melden die over de bevrijdingsactie konden getuigen.

Dat gebeurde ook daadwerkelijk na de gewraakte interviews. Enkele voormalige officieren, die de claim van de nabestaanden wellicht zouden ondersteunen, legden in 2018 contact met Zegveld. Het gerechtshof vindt verder dat harde uitlatingen toelaatbaar kunnen zijn als onderbouwd kan worden waarom ze gebruikt zijn en als ze niet grensoverschrijdend zijn.

Verbondenheid

Dat laatste zou wellicht het geval zijn als de mariniers moordenaars waren genoemd, maar zo had Zegveld hen niet gekwalificeerd. Het hof ziet weliswaar in dat de marinier die de aangifte deed een grote verbondenheid en betrokkenheid heeft getoond met het korps mariniers en dat die betrokkenheid noodzakelijk is voor hun taken en in verband met de risico’s waar zij voor staan. Het hof vindt het ook begrijpelijk dat het korps de door Zegveld ingenomen standpunten en haar bewoordingen daarom als ‘extra zwaar’ ervaart. Maar dat laat onverlet dat de wijze waarop de Staat de mariniers inzet grote maatschappelijke impact kan hebben. In een rechtsstaat moeten daarbij ook vragen kunnen worden gesteld en een advocaat moet daarom, zo rondt het hof af, de nodige ruimte worden gegeven om die vragen te verwoorden.

Fnuikend

Een voorzichtig geformuleerde, maar zeer terechte conclusie. Als een advocaat door een maximale inzet voor een cliënt door de staat vervolgd kan worden als verdachte van een strafbaar feit – nota bene in de context van een proces tegen diezelfde staat - dan is dat fnuikend. Voor de rechtsbescherming van die cliënt, voor de waarheidsvinding door de rechter en voor de effectiviteit van de ‘vierde macht’. Want zou een advocaat een zaak niet op goede gronden in de media mogen belichten, dan verliest ook de journalistiek aan betekenis.

De Togacolumn wordt geschreven door een advocaat, rechter of officier. Diana de Wolff is advocaat en bijzonder hoogleraar advocatuur aan de UvA.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.