Reportage

Zweden deed het anders – en voelt nu de pijn

Zweeds-Noorse grens De Zweedse grensplaatsen Svinesund en Strömstad kraken onder het gebrek aan Noorse klanten. Tegelijk groeit in heel Zweden, na aanvankelijke eensgezindheid, het ongenoegen over de corona-aanpak. „De publieke opinie is aan het omslaan.”

De grens tussen Zweden en Noorwegen: op de oude grensbrug bij Svinesund is nauwelijks verkeer, als gevolg van de Noorse quarantaineplicht.
De grens tussen Zweden en Noorwegen: op de oude grensbrug bij Svinesund is nauwelijks verkeer, als gevolg van de Noorse quarantaineplicht. Foto Mareike Timm

Er zijn niet veel plekken waar de status van Zweden als dé coronaparia van Scandinavië zo duidelijk zichtbaar is als in Svinesund, een grensplaats tussen Gotenburg en Oslo. De circa twintig grote winkels zijn volledig afhankelijk van Noren, die er normaal gesproken massaal alcohol, tabak en levensmiddelen inslaan vanwege de veel lagere prijzen.

Maar wie hier sinds half maart als Noor gaat winkelen, moet thuis tien dagen in quarantaine, op straffe van omgerekend 2.000 euro boete of een half jaar cel. Het gevolg is ook deze zaterdag een uitgestorven parkeerplaats en wanhopige ondernemers. Wie je het ook vraagt: de omzet is zeker met 90 tot 95 procent gedaald.

„Het ligt echt helemaal stil, er is niemand meer”, zegt Qader Sharafani, winkelbediende in snoepparadijs Gottebiten. Zijn blik glijdt langs de volle schappen met Mentos, Mars, lakrits (drop) en sursockrade (zure suikersnoepjes). „Voor corona behaalden we omgerekend een zaterdagse omzet tot wel 30.000 euro. Nu is dat 300.” Dik een uur na opening wandelt eindelijk de eerste klant binnen. Voor een blikje frisdrank.

En waar is die strenge Noorse opstelling nou eigenlijk voor nodig, vraagt een medewerker van de naastgelegen supermarkt Maximat zich hardop af. Hij wil niet met zijn naam in de krant („dan moet je verhaal eerst langs het management”), maar klaagt over de manier waarop „heel Zweden” is weggezet als het Sodom en Gomorra van de coronapandemie. „Er komen in Noorse media alleen maar foto’s voorbij van overvolle parken in Stockholm. Maar zo is het hier niet. Het aantal coronagevallen is in deze streek heel laag, net zo laag als aan de overkant van de brug in Noorwegen.”

Niemand in Svinesund ontkent dat Zweden er met ruim 45 doden per 100.000 inwoners slecht op staat. In Noorwegen ligt dat aantal zelfs zo’n tien keer lager. Maar ook Goran Jabbar, die Afrikaans en Aziatische levensmiddelen verkoopt, wijst naar Stockholm. „Daar zijn de meeste problemen.” Jabbar zegt het nog tot augustus te kunnen uitzingen, met dank aan de voorgaande vette jaren. „Als het dan nog zo is, weet ik het niet meer.” Jabbar vertelt dat alle winkeleigenaren gezamenlijk in een week laatst nog geen 100.000 kronen (zo’n 10.000 euro) omzet behaald hadden.

Er komen in Noorse media alleen maar foto’s voorbij van overvolle parken in Stockholm

Zweden mag niet meedoen

Voor ondernemers aan de grens met Noorwegen is het nog maar de vraag of dat buurland binnenkort zijn coronaregels voor Zweden zal versoepelen. Tot groot ongenoegen van de regering in Stockholm hebben de Noren en Denen onlangs besloten vanaf 15 juni elkaars toeristen weer te ontvangen. De Zweden mogen voorlopig niet meedoen. En ook een versoepeling van de verplichte quarantainemaatregelen na een bezoek aan Zweden is bepaald geen uitgemaakte zaak. Hoewel Noorse overheidsadviseurs geen grote bezwaren lijken te hebben, luistert de conservatieve regering van premier Erna Solberg ook goed naar de Noor in de straat. En die blijkt volgens een recente opiniepeiling in overgrote meerderheid tegen het openen van de grenzen met Zweden voor toeristische doeleinden.

Zweden wordt dus buitengesloten door buurlanden. In het land met 10 miljoen inwoners zijn inmiddels circa 4.500 mensen overleden aan Covid-19. Zeker de helft daarvan betreft ouderen in slecht gerunde verzorgingshuizen waar onderbetaald personeel zonder goede bescherming in- en uitliep. Anders Tegnell, de baas van het Zweedse RIVM, gaf afgelopen week toe dat eerder ingrijpen levens had kunnen redden. Dat zorgt in Zweden voor voldoende voedingsbodem voor groeiende onvrede over het crisismanagement van de afgelopen maanden.

Winkeleigenaar Goran Jabbar zag zijn inkomsten sterk dalen. Er komen amper klanten uit Noorwegen sinds de grens is gesloten.
Foto Mareike Timm
De supermarkt Maximat in Svinesund krijgt, nu de grens tussen Zweden en Noorwegen dicht is, dagelijks nog maar enkele klanten.
Foto Mareike Timm
Twee oudere Noren, die naar eigen zeggen in Zweden wonen, laden als een van de weinigen hun auto vol bij de Maximat in Svinesund.
Foto Mareike Timm

En die onvrede lijkt ook echt te ontkiemen. Voor het eerst sinds de corona-uitbraak in maart, is de partij van de sociaaldemocratische premier Stefan Löfven licht gedaald in de peilingen. En het percentage mensen dat een ‘groot tot zeer groot’ vertrouwen heeft in de aanpak van de groen-rode regering is in twee maanden met 18 procentpunten afgenomen tot 45 procent. Ook het nog altijd stevige vertrouwen in het Zweedse RIVM (Folkhälsomyndigheten) kreeg een knauwtje en zakte met 8 procentpunten naar 65, zo blijkt uit een peiling van staatsomroep SVT.

Niet dat er nooit eerder debat was over de aanpak, maar dat beperkte zich vooral tot kringen van kritische wetenschappers en journalisten. Nu durft bijvoorbeeld ook de rechtse oppositie de minderheidsregering aan te vallen op het huidige beleid, zoals het aanhoudende gebrek aan test- en traceercapaciteit, terwijl het dodental in Zweden zichtbaar langzamer terugloopt dan in de meeste andere Europese landen.

Sten Linnarsson, hoogleraar moleculaire biologie aan het Karolinska Instituut in Solna, drong in maart al aan op meer en beter testen, nadat de overheid die methode had losgelaten. Hij verzamelde tweeduizend handtekeningen van collega’s, maar zijn petitie werd eigenlijk direct terzijde geschoven. Afgelopen week kondigde de regering aan alsnog te willen terugkeren naar het massaal testen en traceren. „Ik heb sterk de indruk dat de publieke opinie snel aan het omslaan is. De afgelopen week zag ik kritiek in kranten die ik de hele crisis nog niet gezien heb”, zegt Linnarsson telefonisch.

Volgens de hoogleraar is het goed en ontnuchterend voor de Zweedse volksaard dat landen als Denemarken en Noorwegen hun poot stijf houden met hun coronarestricties. „Wij zien onszelf als rationeel, denken vaak dat we zaken goed aanpakken en vertellen andere landen vervolgens graag hoe het zou moeten.” Zijn eveneens kritische collega Lars Calmfors, hoogleraar internationale economie aan de Universiteit van Stockholm, is het daar volstrekt mee eens. „Misschien dwingt het ons eindelijk na te denken over ons handelen in deze crisis.”

‘Politiek zat op de achterbank’

In april keken de Zweden juist verbaasd naar de maatregelen in de rest van Europa

Calmfors verwijt de Zweedse politiek dat zij tijdens deze crisis op de achterbank bleef zitten. In Zweden heeft een overheidsorgaan grote autonomie ten opzichte van een ministerie. Ook de adviezen van het Zweedse RIVM lijken blind te zijn gevolgd door de politiek.

Calmfors: „De vraag is of dat zo moet blijven na een crisis als deze. Ze [het Zweedse RIVM] hebben de gevolgen van de pandemie echt onderschat en verzaakt bijtijds strikte maatregelen te nemen. En dat kwam ook doordat er geen politicus was die zei: misschien moeten we aan de voorzichtige kant blijven. Terwijl veel keuzes tijdens zo’n crisis ook moreel-ethische afwegingen zijn, bijvoorbeeld tussen economische kosten en mensenlevens. Die moet je niet aan ambtenaren willen overlaten. Een dergelijke keuze is inherent politiek.”

De Zweedse premier Löfven heeft afgelopen week beloofd dat er nog voor de zomer een onderzoek komt naar de afhandeling van de pandemie; nóg een teken dat de binnenlandse druk toeneemt. Daarbij moet ook de rol van de lagere overheden worden meegenomen, omdat bijvoorbeeld regio’s verantwoordelijk zijn voor de ziekenhuizen en gemeenten voor de ouderenzorg. En wellicht werpt het onderzoek meer licht op welke beslissingen op welk moment genomen zijn door het Zweedse RIVM. Wetenschappers als Linnarsson en Calmfors noemen die besluitvorming volstrekt niet transparant.

Hoe voorzichtig de Noren op dit moment nog zijn, is zaterdag rond het middaguur goed te zien op de oude grensbrug bij Svinesund. Lichtelijk nerveus staan Bjorn en Elise uit Oslo aan de Noorse zijde. Bij een Zweedse fokker hebben ze een puppy gekocht, een Australische herder die ze ‘Merlin’ gaan noemen. Maar de grens over om dat dier op te halen? De twee denken er niet aan, ze willen niet tien dagen in quarantaine. Dus bedacht de fokker een oplossing als uit een spionagefilm: Merlin wordt midden op de brug, precies op de grenslijn, overgedragen.

Bjorn: „We denken dat we goed zitten, maar zijn niet helemaal zeker. Laat onze achternamen daarom maar weg. Als we terugrijden is er controle, dus we zijn wel zenuwachtig. Maar de Zweedse fokker zegt dat ze dit nu al voor de vijfde keer doet en dat er nooit problemen zijn geweest.”

Voor die fokker met veel Noorse klanten is de grensoverdracht wellicht een oplossing, maar niet voor de winkels in Svinesund en de campings en hotels in het verderop gelegen toeristenstadje Strömstad.

Elise uit Oslo met haar nieuwe puppy Merlin. Ze kreeg de hond precies op de Zweeds-Noorse grens overhandigd van de fokker. Foto Mareike Timm

Lena Kempe, die samen met moeder en zus een megacamping heeft vlak buiten Strömstad, breekt zich met andere ondernemers het hoofd over hoe ze nieuwe klanten kan trekken, nu de Noren voorlopig wegblijven. Op het hoogtepunt kan camping Daftö, dat veel weg heeft van een pretpark, 3.500 gasten bergen. In maart, net toen ze een nieuw campinghotel met twaalf kamers zou openen, brak corona uit. In aanloop naar het Midzomerfeest op 20 juni, komt de bezetting niet boven de 10 procent uit.

Terwijl het bedrijf met eigen reserves en bankleningen overeind wordt gehouden, zit de helft van de 35 vaste medewerkers thuis. Kempe probeert positief te blijven. Ze is ook niet ontevreden over de financiële steun die ze tot nu toe van de regering heeft ontvangen, in de vorm van belastingverlagingen en bijdragen in de loonkosten.

Tegelijkertijd vindt ze dat er in het land van Volvo en Vattenfall misschien te veel oog is geweest voor de traditionele industrie, en te weinig voor de servicesector. „Neem de informatievoorziening. Zo is het voor ons nog steeds onduidelijk hoeveel afstand we moeten houden van onze gasten. Als iedereen dat hier zelf gaat bepalen, wordt het een rommeltje. Dus hebben we maar 2 meter gedaan, voor de zekerheid.”

Luister ook: de podcast over Zweden als buitenbeentje in Scandinavië.