La Picota, de beruchte gevangenis in Bogotá, Colombia waar Erik van Rooij een straf uitzit..

Foto Mauricio Duenas Castaneda / EPA

Interview

‘In de Colombiaanse gevangenis zijn we aan de goden overgeleverd’

Erik van Rooij | gedetineerde in Bogotá Vastzitten in een Colombiaanse cel is door ‘corona’ nog uitzichtslozer. Zeker als je hartpatiënt bent, zegt de 55-jarige van wiethandel en vuurwapenbezit verdachte Erik van Rooij vanuit de cel. „Soms is het hier net een oorlogssituatie.”

De matrassen worden in de fik gestoken, er wordt hard op stalen sloten geslagen in een poging die te forceren. Een opstand in La Picota, een beruchte gevangenis in het Colombiaanse Bogotá.

Lees ook: Visite is van levensbelang in de cel

Een 55-jarige man uit Geffen, Noord-Brabant, maakt het mee: Erik van Rooij – Royke voor vrienden. Hij heeft dan net gehoord van een opstand in een andere Colombiaanse gevangenis, waarbij 23 doden zouden zijn gevallen. Het is de reden voor de onrust in La Picota.

Gedetineerden maken zich zorgen over de combinatie van overvolle cellen en het coronavirus, vertelt Van Rooij via de mobiele telefoon waarover hij beschikt in zijn cel. „Soms is het hier net een oorlogssituatie. Maar één ding weet ik wel: ik wil hier niet weg in een kistje.”

Erik van Rooij.

Erik van Rooij komt uit Brabant, maar woont al ruim twintig jaar in het Spaanse Marbella. Hij werd daar opgepakt op verdenking van wiethandel, lidmaatschap van een criminele organisatie en het bezit van een vuurwapen. Als hij op borgtocht vrijkomt, vertrekt hij naar eigen zeggen voor een rondreis naar Zuid-Amerika. In Colombia wordt hij vastgezet, in afwachting van zijn uitlevering aan Spanje. Inmiddels zit hij er al zo’n negen maanden vast. Volgens Van Rooij hoeft hij in Spanje niet meer de cel in, omdat hij in Spanje en Colombia zijn tijd in de gevangenis heeft uitgezeten. Maar door het coronavirus is uitlevering erg onzeker geworden: reizen naar Spanje is zo goed als onmogelijk.

Tien Nederlanders in de cel

Er zijn groeiende zorgen over gevangenissen in Zuid-Amerika, zo stelde Amnesty International al eind maart. Door overbevolking is het onmogelijk efficiënte maatregelen te nemen tegen verspreiding van het coronavirus. Daarnaast is de medische zorg beperkt en is niet altijd water beschikbaar. In Colombia zitten zo’n 120.000 mensen vast in 134 gevangenissen, onder wie tien Nederlanders.

Lees ook hoe de pandemie de drugssmokkel ontregelt

Van Rooij vertelt dat het normaal gesproken best te doen is in een Colombiaanse gevangenis. „Als je een beetje geld hebt, is het prima uit te houden. Goed, je zit met zijn zessen op een cel, maar daarnaast kun je veel buiten rondlopen. Het eten is er goed en we hebben bewegingsvrijheid.”

Maar het coronavirus heeft de boel op scherp gezet. De Brabander maakt zich zorgen over zichzelf: hij is hartpatiënt en heeft al twee keer een infarct gehad. In de gevangenis kan het virus zich bovendien razendsnel verspreiden, zegt Van Rooi. Onder de 144 gevangenen op de afdeling van Van Rooij is officieel nog geen coronabesmetting vastgesteld. Wel is er een aantal gedetineerden ziek.

Etenskarretje

Maar in het blok ernaast zijn al tachtig gevallen geconstateerd, zegt Van Rooij. „En die mensen zitten zo dichtbij, die kunnen we bijna een hand geven. Er komt hier elke dag een etenskarretje naar binnen, waarvan niemand weet waar dat allemaal is geweest. Het is denk ik een kwestie van tijd voordat het virus hier op de afdeling rondgaat. En dan moet ik met mijn hartproblemen natuurlijk wel oppassen.”

Foto’s Erik van Rooij

De medische zorg is gebrekkig, zegt hij. „We hebben slechts één dokter hier. En daar hebben we weinig aan. Toen ik laatst bij hem was met klachten van duizeligheid, zei hij dat ik mijn oren beter moest schoonmaken. Toen heb ik gezegd: ‘Jou neem ik niet serieus.’ We zijn hier overgeleverd aan de goden.”

Lees ook De gevangenis is een ideale broedplaats voor het virus

Erik van Rooij heeft vanuit de bak appcontact met een medewerker van de Nederlandse ambassade in Colombia. Eerst stelde zij voor om te proberen te regelen dat hij alleen in een cel geplaatst wordt, maar dat wil Van Rooij niet. „Nou, op een cel alleen is geen goed idee, dan zit je gelijk zonder communicatie en ga ik dood zonder nog een waardig afscheid te kunnen nemen”, appt hij aan de medewerker van de ambassade.

Van Rooij stelt dat hij een goede behandeling wil als hij het virus krijgt. De medewerker van de ambassade laat weten dat hij het onmiddellijk moet melden als hij zich niet goed voelt.

Vooralsnog gaat het redelijk. Maar de Brabander hoopt dat hij zo snel mogelijk overgeplaatst wordt naar Spanje. „Ik weet: als ik corona krijg hier, in deze gevangenis, ben ik de sigaar. Gelukkig heb ik mijn mobieltje en daarmee contact met de hele wereld. Als ik hieruit kom, ga ik van mijn gezin genieten. Maar ik weet totaal niet wanneer dat is. Kan een week zijn, een maand, of een halfjaar. Zolang de grenzen dicht blijven, zal ik hier blijven zitten.”