Opinie

Een grote druppel en de zwaartekracht

Wilfried de Jong

Gezocht: fietser, 30-35 jr, zwarte wielerbroek en rode helm, die vorige week woensdag op driehonderd meter van het kruispunt met de Molenlaan in het Lage Bergse Bos zijn neus leeg snoot. Ik reed op vijftien meter achter de jongeman en heb de volgende vragen: waarom ledigde hij beide neusgaten in het openbaar, was hij gezond en welk type vocht kwam vrij?

Aerodynamisch expert Bert Blocken maakte in het weekend bij de NOS de resultaten bekend van een groot onderzoek over de besmettingsgevaren tijdens wielrennen. Wekenlang heeft een internationaal team onderzocht wat er gebeurt met uitgestoten vocht tijdens het wielrennen.

Block: „Je hebt de grote druppels die virus kunnen bevatten en de heel kleine druppeltjes, de zogenaamde aerosolen (…) De grote druppels vallen op de grond met hulp van de zwaartekracht. Maar dat duurt eventjes. Zit je in het wiel, dan vang je die druppels op. In principe kun je op die manier besmet raken.”

De hoogleraar vertelde zijn verhaal vlak voor een vitrine. Door het glas heen zag ik een futuristische, aluminium driepoot. Het was een originele Alessi Juicy Salif citroenpers, voor de kenners van het uitpersen.

Wetenschappers met een kast op de achtergrond, die weten iets.

De waarheid is me veel waard in een tijd waarin praten, zingen en een schreeuw tijdens knielen gehoord worden. Alles uit de mond doet ertoe; een mening, een lied en vocht.

Tijdens de Frisse Neus van Rutte heb ik me weken keurig aan het protocol gehouden. Fiets alleen, hou afstand en vermijd drukte. Na aanvankelijk wat schuchter trappen en ademhalen, reed ik later zonder angst mijn rondje. Toen kwam Blocken: „Belangrijk, die grote druppels niet opvangen met je gezicht.”

Ik zie weer de snuitbeweging voor me, van die fietser met zijn rode helm. Hij snoot naar links. Ja, er was daar op het asfalt sprake van zwaartekracht maar had die al zo hard aan de druppels kunnen trekken?

Sinds het onderzoek ben ik in de ban van vliegend mondvocht. Overal zie ik druppels, aan kranen, douchekoppen, kinderneuzen en benzineslangen.

Blocken en zijn collega’s hadden het onderzoek vooral gedaan voor het profpeloton. We moesten de remedie niet erger maken dan de kwaal, zei hij. Dat luchtte me een beetje op. Wielrennen kon in de nabije toekomst vrij veilig zijn. Veel testen en misschien speciale sportmondkapjes gebruiken: „Net als met de helm destijds. Het zal even geen gezicht zijn, maar alles went.”

Zonder helm rijden was vroeger normaal. Na de dodelijke val van Fabio Casartelli in de Tour de France van 1995 zetten alle fietsers – ja, ik ook – ‘zo’n ding’ op hun hoofd.

Krijgt het onderzoek van Blocken mij nu ook aan een sportmondkapje?

In ieder geval overweeg ik de aanschaf van een hypermoderne handpers. Ik word druppelexpert en ga van dichtbij bestuderen hoeveel vocht een citroen afscheidt. Stroompjes van gele druppels die door de zwaartekracht langs het aluminium naar beneden glijden en mij onbedaarlijk doen niezen.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.