Uitbraak? Dashboard moet het signaleren

Coronadashboard Nu het normale leven weer op gang komt, wil het RIVM snel signaleren waar en wanneer een nieuwe corona-uitbraak dreigt. Een dashboard moet daarbij helpen. Hoe ontwikkelt de corona-epidemie zich in Nederland?

De GGD test mensen met klachten op het coronavirus in Dordrecht terwijl ze in hun auto blijven zitten.
De GGD test mensen met klachten op het coronavirus in Dordrecht terwijl ze in hun auto blijven zitten. Foto Robin Utrecht/ANP
  1. Welke cijfers staan in het dashboard

    Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) kondigde het twee weken geleden aan als het nieuwe wapen in de strijd tegen corona: het dashboard. Daarin moeten alle relevante cijfers worden verzameld om zo een nieuwe uitbraak snel te kunnen monitoren. Inmiddels staat de eerste versie van het dashboard online. Daarin zijn de cijfers die het RIVM sowieso al dagelijks rapporteerde opgenomen, zoals het aantal positieve tests en opnames in het ziekenhuis en op de intensive care.

    Wel zijn er nu ‘signaalwaarden’ vastgesteld: de alarmbellen gaan af als er de afgelopen drie dagen gemiddeld meer dan veertig ziekenhuisopnames waren, of als er in drie dagen gemiddeld 10 mensen op de IC zijn opgenomen. Als deze waarden „langdurig” boven die drempels uit komen, wordt het volgens het RIVM lastig om de controle over het virus te houden. De ziekenhuis- en IC-opnames liggen met respectievelijk 10 en 5 ruim onder de norm. Alleen het reproductiegetal, dat staat voor het aantal mensen dat één zieke gemiddeld aansteekt, komt met 0,87 in de buurt van de signaalwaarde van 1. Als die daar boven ligt, zwelt de epidemie weer aan.

  2. Hoeveel mensen zijn er getest onder het nieuwe beleid?

    Het aantal positief geteste mensen per dag is ook in het dashboard opgenomen. Maar daar is nog geen signaalwaarde aan verbonden want de kans is groot dat het aantal bevestigde besmettingen de komende tijd flink stijgt. Sinds 1 juni is er een nieuw testbeleid waarbij iedereen met klachten zich kan laten testen.

    Tot en met donderdag maakten ruim 40.000 mensen een afspraak bij de GGD, toen waren er bijna 28.000 tests afgenomen. De testcapaciteit is in april uitgebreid tot 30.000 tests per dag. De nieuwe tests zijn essentieel om op een vroeg moment te kunnen ingrijpen als de epidemie opnieuw dreigt uit te barsten, stelde Jaap van Dissel van het RIVM deze week in het parlement.

    Met de cijfers die nu in het dashboard zitten, kijk je als het ware terug in de tijd: tussen een besmetting en ziekenhuisopname zitten vaak drie weken, in de tussentijd kan de epidemie verder zijn gegroeid. GGD’s hebben verspreid door het land ruim 90 testlocaties opgezet. Een flink deel daarvan zijn teststraten, waar je met de auto doorheen kunt rijden.

  3. Welke rol spelen kinderen in de epidemie?

    Al sinds het begin van de epidemie is het RIVM ervan overtuigd dat kinderen geen belangrijke rol spelen in het verspreiden van Covid-19. Een onderzoek daarnaar werd afgelopen week gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat kinderen een grote rol spelen bij de verspreiding.

    Kinderen worden veel minder ziek blijkt uit het onderzoek, waaraan 54 gezinnen meededen. En als ze ziek worden, zijn ze vaak aangestoken door hun ouders. Dat is waarschijnlijk gebeurd bij 21 van de 23 kinderen in de basisschoolleeftijd die positief getest zijn. De andere twee werden waarschijnlijk besmet door een leeftijdgenoot.

    Ook zijn er drie baby’s besmet. Twee daarvan zijn waarschijnlijk door hun grootouders besmet. Een derde kindje kreeg op dezelfde dag klachten als de moeder – het is onduidelijk wie wie heeft aangestoken. Er is een kanttekening bij de studie: tijdens het onderzoek waren scholen en kinderopvang dicht.

  4. Hoeveel mensen zijn inmiddels besmet geweest?

    Zo’n 60 procent van de bevolking moet immuun zijn voor ‘groepsimmuniteit’ ontstaat. Uitbraken doven dan vanzelf uit. Maar erg hard vlot dat niet. Uit cijfers van bloedbank Sanquin, dat onderzoek doet onder donoren, blijkt dat 5 à 6 procent van de Nederlandse bloeddonoren besmet is geweest. Dat zou een min of meer representatieve afspiegeling van alle Nederlanders tussen de 18 en 69 jaar zijn. Het is een stijging ten opzichte van zeven weken geleden, toen Sanquin bij ongeveer drie procent van de proefpersonen antilichamen vond. Als het percentage representatief is, zijn circa een miljoen Nederlanders besmet.


    De Nederlandse cijfers zijn vergelijkbaar met die in andere Europese landen. In mei rapporteerden onder meer België, Italië, Spanje en Zweden dat tussen de 4 en 5 procent van hun bevolking antilichamen heeft opgebouwd. Wel kunnen de percentages binnen landen fors verschillen: in Lombardije (Italië) heeft bijvoorbeeld ruim 13 procent van de bevolking antilichamen. In Nederland zijn ook grote regionale verschillen; in Oost-Brabant lag het percentage zeven weken geleden al boven de 10. De recente cijfers zijn niet uitgesplitst op regio, die komen later deze maand.

    Niet iedereen met antilichamen is per se immuun – ook andere factoren spelen daarin mee. Sanquin bekeek ook de concentratie van antilichamen van mensen die zeven weken geleden ook al antilichamen hadden. Bij het overgrote deel van die proefpersonen was de concentratie min of meer gelijk gebleven.