Reportage

Nu durven ook Tunesische mannen over seksueel misbruik te praten

Behoedzaam zoeken Tunesische mannen sinds kort de openbaarheid over seksueel misbruik, nog altijd een taboe-onderwerp. De trauma’s zijn diep. „Die schaamte is killing.”

´FC´, die anoniem wil blijven, zegt: "Ik voel mij verward en twijfel aan mijn identiteit."
´FC´, die anoniem wil blijven, zegt: "Ik voel mij verward en twijfel aan mijn identiteit." Alle foto's door Lotfi Ghariani

„Ik herinner mijzelf als een vrij ‘slappe’ en kwetsbare jongen van 12 jaar en een oudere en sterkere klasgenoot die aan mijn lichaam zat alsof het een verworven recht was”. Met deze zin begint Othello Jelifi (19) zijn ervaring met seksueel misbruik op de Tunesische #EnaZeda (metoo in Tunesisch Arabisch) pagina op Facebook. Het is dan oktober 2019, enkele dagen nadat de #metoo beweging in Tunesië begonnen was. Zo gaat Jelifi’s verhaal verder:

„Op een avond in december, aan het einde van de lessen, volgde hij mij naar de mannen-wc’s en sloeg hij mij in elkaar zodat ik deed wat hij wilde”.

Vanaf de lancering van de #EnaZeda pagina zijn mannen - naast vrouwen in groteren getale - voor het eerst in de Tunesische geschiedenis hun ervaringen met seksueel misbruik gaan delen. Begin juni telde de #EnaZeda groep op Facebook volgens een woordvoerder van feministische organisatie Aswat Nissa 35.761 leden (vrouwen en mannen) en dagelijks komen er nog nieuwe verhalen binnen.

Eind maart werd ook Tunesië opgeschrikt door het coronavirus. Tunesiërs mochten alleen naar buiten om boodschappen te doen. Een complexe situatie voor homoseksuele mannen die nog thuis wonen. Hun ouders zijn meestal niet op de hoogte van hun seksuele voorkeur of vinden het moeilijk die te accepteren. LGBTQ+ organisaties rapporteerden een toename van huiselijk geweld en stelden een telefoonnummer open voor slachtoffers.

Business consultant Sedki Dahmani (25) vertelt weken onafgebroken op zijn kamer te hebben gezeten. Hij had een déjà vu. „Jarenlang sloot ik mijzelf op uit gebrek aan zelfacceptatie” zegt Dahmani. „Totdat ik ervoer hoe vrij het voelt om jezelf te zijn. Deze onvrijwillige terugkeer voelde als een gevangenis”, zei hij. Vorige maand werd de lockdown in Tunesië echter weer versoepeld en die lijkt nu bijna voorbij te zijn.

Othello Jelifi (19) deelde zijn ervaring als slachtoffer op Facebook.
Foto Lotfi Ghariani
Sedki Dahmani (25) ervoer de lockdown door het coronavirus als terugkeer naar een gevangenis.
Foto Lotfi Ghariani

Een sfeer van schaamte

Feministische organisaties bijten zich al jarenlang vast in het thema seksueel geweld tegen vrouwen. Sinds het succes van #EnaZeda worden affaires snel opgevolgd door de media. Hierdoor is seksueel misbruik van vrouwen in Tunesië geen taboeonderwerp meer, stellen ook feministen. Rondom seksueel geweld tegen mannen hangt daarentegen een sfeer van schaamte en stigma.

„Als het leven simpeler zou zijn, dan zou ik openlijk mijn verhalen delen en mensen ervan bewust maken dat seksueel misbruik jongens van alle leeftijden kan overkomen. Maar dat is helaas niet het geval. Ik ben zelfs bang er anoniem over te praten! Het laat mij niet los en ik schaam mij”, schrijft (vermoedelijk) een man op de #EnaZeda pagina.

„Die schaamte is killing”, zegt Othello Jelifi. „Seksuele dominantie door een andere man voelt als een degradatie. Als iets dat afbreuk doet aan de mannelijkheid.”

Dit stigma laat psychische sporen na. Jelifi vertelt dat hij door zijn ervaring met seksueel misbruik een eetstoornis ontwikkelde: „Ik wilde afvallen om een gespierd mannenlichaam te ontwikkelen en nooit meer fysieke vernedering te hoeven voelen”, zegt hij.

Jelifi is actief bij ‘Mawjoudin’ (‘wij bestaan’) een bekende LGTBQ+beweging die samenwerkt met Aswat Nissa, een feministische organisatie en initiatiefnemer van #EnaZeda. De Tunesische LGBTQ+ beweging, opgekomen na de revolutie van 2011, fungeerde door de manier waarop zij haar plek in de openbare ruimte opeiste als wegbereider voor een nieuwe generatie feministen. Sindsdien trekken feministische organisaties en LGBTQ+ organisaties op veel actiethema’s samen op. Deze solidariteit verklaart mede dat mannen zich schoorvoetend beginnen uit te spreken over seksueel misbruik.

Op de #EnaZeda pagina getuigen verschillende mannen anoniem van seksuele intimidatie-en misbruik door de politie.

Berucht zijn de gevallen van mannen die aangifte wilden doen, maar in de cel belandden op grond ‘van artikel 230’. Dit controversiële wetsartikel bestraft homoseksualiteit met een gevangenisstraf van maximaal 3 jaar en verplicht ‘verdachten’ tot het ondergaan van een anaal onderzoek.

Politie lacht slachtoffers uit

„Ik zou nooit iemand adviseren naar de politie te gaan”, zegt Jelifi. „De politie beschouwt slachtoffers per definitie als ‘homo’ en barst in lachen uit, als zij hen niet arresteren.”

Strafrecht artikel 230 en de associatie met homoseksualiteit maakt dat veel Tunesische homoseksuele mannen zich aangeschoten wild voelen.

Jelifi vertelt dat toen hij op de middelbare school een docent aansprak omdat hij zich seksueel geïntimideerd voelde door een groep oudere jongens, deze hem adviseerde „zich minder verwijfd te gedragen”.

Toch ervaart de nieuwe generatie wel dat er beweging in zit.

„De nieuwe generatie is ‘cool’”, zegt business consultant Dahmani, die denkt dat dit komt door Netflix kijken. „Mannen móeten zich gaan uitspreken”, vindt Dahmani.

„Ik maak nog steeds ‘gekke’ dingen mee”, vertelt de business consultant. „Pas nog, legde een taxichauffeur zijn hand op mijn kruis. Soms voelt het alsof ik een ‘ding’ ben in plaats van een mens”, beschrijft hij.

Hoe hij in dat soort situaties reageert? „Ik verstijf helemaal”, antwoordt Dahmani. „Volgens mijn psycholoog is dat in mijn geval een ‘normale reactie’. Tussen mijn zevende en elfde jaar deed een neef ‘dingen’ met mij, ‘dingen’ die ik moeilijk vind om mij te herinneren”, zegt hij.

Ook Sedki Dahmani zegt geleden te hebben onder de starre normatieve opvattingen over man-vrouw identiteiten in de Tunesische samenleving: „Jarenlang heb ik God gesmeekt om ‘een echte man’ van mij te maken”, vertelt Dahmani.

De meeste mannen op de #EnaZeda pagina willen anoniem blijven. Bijvoorbeeld ‘FC’ een 24-jarige student accountancy uit Sfax, een stad circa 300 km ten zuiden van Tunis. Hij deed zijn verhaal op 5 maart 2020, aangemoedigd door een kennis die hij even daarvoor in vertrouwen genomen had. „Ik voel mij verward en twijfel aan mijn identiteit”, begint hij het gesprek. „Mijn verhaal is gecompliceerd. Nooit hoorde ik iets vergelijkbaars. Ik weet van gevallen van een neef of een ander familielid, maar met je eigen broer? Misschien dat ik daar het meest van in de war ben”.

Het verhaal van ‘FC’ als het voor het eerst op Facebook is geplaatst. Foto Lotfi Ghariani

Incestervaringen

FC vermoedt een verband tussen zijn problemen met relaties en zijn incestervaringen. „Vrienden maken gaat moeizaam. Via grinder (een datingapp voor LGBTQ+ mannen) ontmoet ik geregeld mannen in Tunis, maar dat is meer uit behoefte aan affectie dan uit lust. Meestal vind ik de seks niet lekker, maar durf ik er niet meer op terug te komen”.

Wanneer het minderjarige jongens betreft kan het taboe rond seksueel misbruik van mannen verstrekkende gevolgen hebben, constateert trauma-psychologe Aida Nafetti, van ‘INJED’ (SOS-help), de enige in hulp na seksueel misbruik gespecialiseerde instantie in Tunesië. „Seksueel misbruik van een zoon wordt vaak ervaren als een schande die de hele mannelijke lijn aantast. Sommige ouders verhuizen in een poging de gebeurtenis te vergeten en hun zoon en zichzelf te behoeden voor verdere schade.”

Traumapsycholoog Aida Nafetti van INJED.
Foto Lotfi Ghariani
Een pakket hulpmiddelen dat wordt gebruikt bij onderzoek na seksueel misbruik. .
Foto Lotfi Ghariani
INJED is de enige instantie in Tunesië die is gespecialiseerd in hulp na seksueel misbruik.
Foto Lotfi Ghariani

Tunesische mensenrechten- en LGBTQ+ organisaties maken van seksueel geweld tegen mannen geen politiek agendapunt en spreken zich zelden publiekelijk over dit thema uit. Nafetti: „Hier ligt een omissie. Seksueel misbruik tegen mannen wordt ontkend, terwijl wij weten dat het geregeld voorkomt. Waarom wordt gezwegen over de praktijken onder het dictatoriale regime van Ben-Ali?

Hier refereert de trauma-psychologe aan een veronachtzaamd stuk van de recente Tunesische geschiedenis. In het eindrapport van de Tunesische Commissie van Waarheid en Waardigheid (IVD) staat hoe seksueel misbruik tegen mannen onder de dictatuur van Zine Ben- Ali (1987-2011) diende als ‘reguliere martelpraktijk’. Sami Brahim legde in 2016 getuigenis af tijdens het eerste live op televisie uitgezonden openbare verhoor dat door de IVD gehouden werd. „Alle gevangenen werden gestript, de jongeren en de ouderen. Een hele week lang werd iedereen naakt gehouden. Waarom? Wat was onze misdaad? Wat was onze straf”, aldus Brahim.

Hervormingen van de politiediensten zijn tot nu toe uitgebleven. De achtereenvolgende regeringen van na 2011 gingen de strijd met de ijzersterke politievakbonden uit de weg en verleenden prioriteit aan terrorismebestrijding. Een beperkte hervorming die wel is doorgevoerd betreft de juridische erkenning van gedwongen penetratie van mannen- als ‘verkrachting’ in 2017 (voordien werd dit gedefinieerd als ‘een overtreding in strijd met de goede zeden’).

Het ziet ernaar uit dat het daar voorlopig bij blijft, voor mannen die in Tunesië slachtoffer worden van seksueel misbruik. Een commissie die de regering adviseert over modernisering van het strafrecht (dat sinds de Franse koloniale tijd in de kern onveranderd is gebleven) rept niet van het decriminaliseren van homoseksualiteit. Dit ondanks de strijd om burgerrechten- en LGBTQ+ organisaties en een tegenovergesteld advies uit 2019 van een andere regeringscommissie.

De ingang van de Frida Bar, een veilige haven voor de LGBTG+ gemeenschap. Foto Lotfi Ghariani