Opinie

Het leven komt maar langzaam op gang

Rosanne Hertzberger

Het was ooit een veel voorkomend toekomstbeeld in de dystopische literatuur: een nieuw tijdperk van kunstmatige intelligentie waarin wij mensen steeds meer cyborg worden, ons brein ondersteund door allerlei software, onze lichamelijke functies gereduceerd tot louter gehoor en zicht en, naarmate we ons brein meer en meer uploaden, ons fysieke lichaam minder belangrijk wordt tot het uiteindelijk volledig gereduceerd is tot een tamelijk irritant wormvormig aanhangsel dat nu eenmaal zo nu en dan gevoed, gehydrateerd, ontlast, uitgelaten en opgeladen moet worden.

Vandaag lijkt dat vooruitzicht geen dystopie meer – eerder een handleiding. Overal stelt men zich dezelfde vraag: hoe zorgen we ervoor dat het leven verder kan zonder dat al die levensgevaarlijke lichamen zich buitenshuis hoeven te begeven?

Weet u, ik reken mezelf tot de techno-optimisten. Ik schreef over de romantische nonsens van het eindeloos oefenen van een goed handschrift voor kinderen die straks alleen nog maar typen. Over alles telkens maar zelf koken, terwijl machines de meeste taken in de keuken prima kunnen overnemen. Over de noodzaak van een fysieke boekenwinkel vol uitgeprinte teksten, terwijl een e-reader een uitstekende vervanging is.

Toch voelden de afgelopen maanden ook voor mij uitermate onheilspellend aan. Ik woonde mijn eerste Zoom-bruiloft bij, mijn eerste Zoom-verjaardag en trok in mijn eentje een fles cava open voor een online proostmoment.

Deze crisis bleek hoe weinig fysieke aanwezigheid eigenlijk nodig is. Zelfs de sectoren die we eerder volstrekt ondigitaliseerbaar achtten, vonden zichzelf in razend tempo opnieuw uit als online dienst. Het onderwijs ging zonder merkbare hapering online verder – inclusief automatische spiekcontrole en diploma-uitreikingen. Gerechtelijke uitspraken, voorgeleidingen en verhoren van verdachten en getuigen konden prima via videoconferentie. De priesterzegen en de mis werden opgedragen via Zoom. Zelfs in de zorg bleek het meeste poliklinische werk via beeldbellen te kunnen worden afgehandeld. Het was wel comfortabel, concludeerden we met z’n allen. Niemand hoefde meer in de file.

En toch voelt het naargeestig. Alsof we midden in een transitie zitten die we eigenlijk niet moeten willen. Alsof we met z’n allen slaapwandelend en schouderophalend, ‘tja corona’ mompelend een weg inslaan waar een heleboel waardevols verloren gaat. Menselijkheid. Nabijheid. Verbondenheid. U weet wel, dingen die moeilijk in cijfers te vangen zijn en waar je nauwelijks wetenschappelijke statistisch-verantwoorde uitspraken over kunt doen. En die toch waarde hebben.

Nogmaals, ik ben techno-optimist. Al die zogenaamd dystopische moderne ontwikkelingen bleken onverwacht mooie kantjes te hebben. Toen we stopten met al dat gehak en geschil in de keuken explodeerde onze culinaire liefde. Terwijl hun schrijfvaardigheid achteruit holt, kalligraferen scholieren beeldschone bullet journals bij elkaar. En zelfs de onstuitbare opmars van sociale media kon onze leesdrang niet beteugelen; met de boekverkoop en de abonnementen gaat het verrassend goed.

Ook de teloorgang van fysieke bijeenkomsten heeft vast allerlei onverwacht mooie bijeffecten. Woonwijken zijn, voor het eerst sinds vrouwen aan het werk gingen, niet meer verlaten overdag. De auto’s staan op de parkeerplaats. Lijkt het zo of kloppen we meer op elkaars deuren? Waarderen we elkaars nabijheid meer?

En toch voelt het alsof er nu iets onherstelbaars verloren gaat. Wij lijken niet bijzonder veel haast te hebben elkaar weer te ontmoeten. Het is huiveringwekkend hoe langzaam de ochtendspits op gang komt, hoe leeg de treinen zijn, hoe traag de horeca weer vol stroomt nu de beperkingen worden opgeheven.

En straks, over een jaar of tien kijken we vast verbaasd op als een nieuwe generatie plotseling angstiger voor elkaar is geworden. Argwanender. Negatiever. Met alleen het onwetenschappelijke vermoeden dat het iets te maken kan hebben met het feit dat ze als kind leerden op hun hoede te zijn in de publieke ruimte, vreemden te wantrouwen, afstand te houden en dat het beter was veilig thuis te blijven. Achter het scherm.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.