Als het CDA de eigen kroonprins twee keer dwarszit en denkt: jammer dan

Haagse invloeden Deze week: CDA-fractie contra Hoekstra, onderzoek naar Asscher en Rutte, de VVD vergadert over de campagne, en: Remkes voorziet herhaling stikstofdrama. Ofwel: hoe Den Haag overgaat van coronapolitiek naar campagnepolitiek.

Wopke Hoekstra is voor veel CDA’ers al jaren het beste dat de toekomst voor hun partij te bieden heeft. Hoop – van Barneveld tot Breda.

Maar de laatste tijd zie je soms dingen waarvan je hoopt dat ze het bij het CDA zelf wél begrijpen.

Hoekstra heeft zeker geen geluk met de coronacrisis. Zijn imago als zuinig minister van Financiën is naar de knoppen. Hij moet een beladen en riskante discussie over EU-steun aan Zuid-Europa voeren.

En hij is gedwongen, vermoedelijk zijn lastigste dossier, te onderhandelen met KLM én de Franse overheid over staatssteun aan Air France-KLM. Een culturele kloof, financiële risico’s, verschillende meningen over bonussen, de rol van aandeelhouder – een mijnenveld.

En vooral in die zaak deden zich de laatste maand wonderlijke toestanden met zijn eigen partij voor.

Het begon ermee dat PVV’er Tony van Dijck, een handige financieel woordvoerder, 6 mei een motie indiende waarin hij vroeg „te onderzoeken of KLM kan worden losgeweekt van Air France, zodat het op termijn zelfstandig verder kan”.

Een nationalistische motie van een nationalistische partij: geen klassieke CDA-benadering. En de banden van het CDA met Air France-KLM zijn goed: oud-ministers als Jan Kees de Jager en Jaap de Hoop Scheffer waren er recentelijk nog commissaris.

Hoekstra zei Van Dijcks nationalistische motie dan ook te „ontraden”. Parlementaire taal voor: onaanvaardbaar.

Tóch besloot de CDA-fractie zonder toelichting vóór de betreffende motie te stemmen, al bleef dit zonder gevolgen: een Kamermeerderheid was tegen.

Maar vorige week kwam de kwestie terug. In het Verantwoordingsdebat, 26 mei, diende PVV’er Van Dijck dezelfde motie in. Hoekstra reageerde nu iets anders. Hij ontraadde de motie niet, maar vroeg haar „aan te houden”, want het „helpt niet”, zei hij, als de Kamer mee onderhandelt.

En opnieuw besloot de CDA-fractie, afgelopen dinsdag, de eigen minister te trotseren. De fractie steunde de motie gewoon weer, en het werd erger: er was nu ook een meerderheid – zodat ze is aangenomen.

Ergo: een CDA-kroonprins ontraadt in een van zijn moeilijkste dossiers een Kameruitspraak. In tweede instantie vraagt de kroonprins opschorting. En zijn eigen partij zegt tweemaal: jammer dan.

Ik informeerde ernaar in het CDA, en via de officiële kanalen werd vooral luchtig gedaan. Een onderzoek kan nooit kwaad, en een beetje dualisme is gezond. Dat soort teksten.

Maar partijprominenten die Hoekstra steunen, zagen dit toch anders. Zij vrezen, zeiden ze, dat het CDA blijft hangen in nationalisme c.q. provincialisme zolang het zonder leider zit.

„We krijgen de boel zo niet op orde”, zei er één.

Intussen laat de ontluikende terugkeer naar het pre-coronaleven ook zien dat de politiek overgaat op de campagnestand.

Dat gedoe met de apps van Halsema en Grapperhaus leek me er een illustratie van. Halsema ging in de fout, maar dat legde meteen bloot hoe groot het verlangen op rechts naar witte identiteitspolitiek blijft.

En dat de Kamer het zoveelste corona- debat gebruikte om consequentieloos door te praten over die appjes, was pijnlijk symbolisch voor het functieverlies van het instituut in deze hele crisis.

Asscher werd deze week aangewezen als PvdA-lijsttrekker, eerder gebeurde dit met Klaver (GroenLinks). En Kaags afwijzing van een eventuele WTO-kandidatuur vergroot de kans dat zij D66-lijsttrekker wordt. Je hoort dat er voor het zomerreces duidelijkheid komt.

Dan moet alleen het CDA nog kiezen tussen Hoekstra en Hugo de Jonge, en de VVD formeel Rutte aanwijzen.

Beide partijen zeiden eerder dat ze eind van de zomer duidelijkheid geven. Maar donderdag vergaderde de VVD over de campagne, en ik liet me uitleggen dat ze daar erg veel voelen voor verder uitstel. Allerlei voorbereidingen zijn door corona blijven liggen, en bovendien heeft die partij er electoraal belang bij om Rutte zolang mogelijk als (crisis)-premier te positioneren. Dus die gaan hem laat lijsttrekker maken.

De dynamiek in het CDA is andersom. Eerst wilden ze daar eventueel wachten op de VVD. Maar dat gaat sowieso niet meer. En dat gedoe met bijvoorbeeld Hoekstra verstoort verhoudingen. Nu de sfeer in de fractie en tussen bewindslieden soms zichtbaar voor coalitiepartijen slecht is, voorzien CDA’ers zelf dat de partij gedwongen wordt haar keuze te versnellen.

Pikant was deze week dat de Kamer op initiatief van Bart Snels (GroenLinks) onverwacht besloot tot een parlementaire ondervraging van de politiek verantwoordelijken voor de toeslagenaffaire. Dit komt geen dag te vroeg: na alle klachten van Kamerleden over ambtenaren is het tijd bewindslieden en Kamerleden met de gevolgen van hun beslissingen te confronteren.

Bij zowel VVD als PvdA was er vooraf beduchtheid voor het onderzoek. De VVD liet dit coalitiepartners weten, de PvdA maakte voor de stemmingen een rondgang in de Kamer, en je begreep wel waarom.

Werkafspraken zijn er nog niet, maar je kunt je voorstellen dat Asscher (als oud-minister van Sociale Zaken), Wiebes (als oud-staatssecretaris van Financiën) en Rutte (als premier) later dit jaar in de Kamer moeten getuigen over hun rol bij de strijd tegen uitkeringsfraude.

Geen beeld waarop je als partij in campagnetijd zit te wachten.

Intussen liet ik me vertellen dat VVD-prominent Johan Remkes komende maandag nog met een daverende verrassing komt: zijn afsluitende rapport over het stikstofprobleem belooft volgens betrokkenen, die het stuk kennen, een pijnlijke toestand voor de coalitie te worden.

Het kabinet presenteerde 24 april, na een jaar (!) interne discussie, een oplossing voor het verbod door de Raad van State, mei vorig jaar, van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Het PAS stond verhoogde stikstof-emissie toe in natuurgebieden, mits dit gepaard ging met latere compensatie.

Het verbod stelde Rutte III voor een gigantisch probleem. Lagere overheden gaven hierdoor vaak geen vergunningen meer af voor (woning)bouwprojecten, en dat zette het kabinet onder druk te interveniëren in de economische activiteiten – veeteelt, industrie, wegverkeer – die de meeste stikstof produceren.

Voor de korte termijn greep het kabinet in bij het wegverkeer (terug naar 100 km/uur); de landbouw lag te gevoelig. Voor de lange termijn kwam het met een gecompliceerde formule (stikstofreductie voor 50 procent van de natuuroppervlakte in 2030), en als ik goed ben ingelicht concludeert Remkes daarover: niet alleen is die ambitie veel te laag, maar de onderliggende principiële keuze – uitgaan van „streefwaarden”, niet van harde doelstellingen – vertoont overeenkomsten met de PAS.

Anders gezegd: dit beleid loopt het gevaar wéér te worden vernietigd door de rechter, zodat opnieuw een stop op vergunningen voor de bouw dreigt.

En ik vermoed dat de coalitie maandag zal denken: het zal wel, maar ons compromis is zo broos, dat gaan we niet opnieuw openbreken.

Maar of dat verstandig is?

En zo eindigt het kabinet de eerste periode van coronabestrijding niet alleen in campagnestand – maar ook met terugkeer naar het taaiste dossier uit het pre-coronatijdperk.

Al heeft dat ook een pluspuntje: iedereen die zeker wist dat corona de politiek voor altijd zou veranderen, komt er snel achter hoe het met die voorspelling is afgelopen.