Opinie

Zwarte artiest deed al nooit mee

Black lives matter De muziekindustrie ging dinsdag ‘op zwart’ als reactie op het politiegeweld en racisme in de VS. Pak liever het racisme in de eigen gelederen aan, betoogt .
Bezoekers van muziekfestival Zwarte Cross, 2018. „Ik hoef hier nooit meer te staan”, schreef rapper Sevn Alias een jaar later op zijn Instagram.
Bezoekers van muziekfestival Zwarte Cross, 2018. „Ik hoef hier nooit meer te staan”, schreef rapper Sevn Alias een jaar later op zijn Instagram. Foto Eric Brinkhorst

‘We kunnen niet stil zijn”, schreven meerdere platenlabels, concertzalen en concertpromotors afgelopen dinsdag onder een zwart vierkantje op hun Instagram. Maar na een eeuw zwijgen is de muziekindustrie allang vergeten hoe ze zich moet uitspreken.

‘Blackout Tuesday’, een initiatief van Atlantic Records, was de reactie van de zelfbenoemde muziekindustrie op het politiegeweld en institutioneel racisme in de VS. Een dag lang zou iemand die werkzaam is in de muziekwereld niets plaatsen op zijn of haar sociale media, en geld doneren aan een goed doel dat racisme moet tegengaan. En inderdaad, het zwarte vierkant nam menige tijdlijn op sociale media over.

Hoe goed bedoeld ook, de actie was niet zonder problemen. De muziekindustrie profileert zich in het kader van Black Lives Matter als een van de ‘gatekeepers of culture’; instanties die kunnen reguleren wat mensen te horen en te zien krijgen. Maar dat de rol van poortwachter een mes is dat aan twee kanten snijdt, lijkt de muziekindustrie niet te willen toegeven.

Niet alleen heeft de muziekindustrie bepaald wat wij 2 juni te horen en te zien kregen, maar ook wat de afgelopen honderd jaar onze oren niet heeft bereikt. Dat is, hoe wrang ook, voor het leeuwendeel muziek van zwarte artiesten, wier creativiteit vaak slechts is en wordt gebruikt ter ondersteuning van de carrières van witte artiesten. Structureel is het publiek deze muziek onthouden en heeft het witte systeem deze artiesten uitgebuit.

Zwijgen en niets veranderen is de vaste strategie geworden van de muziekindustrie, waardoor ze weinig aandacht schenkt aan de problemen die nog altijd binnen de eigen structuren spelen. Muziek heeft de kracht om verandering teweeg te brengen in de maatschappij, maar binnen de industrie zelf verandert weinig. Dat vrouwen en mensen met een niet-witte huidskleur in de muziekwereld niet dezelfde kansen hebben als witte mannen is een bekend probleem. Maar racisme en seksisme gaan dieper en zijn vaste factoren geworden in de manieren waarop we naar muziek luisteren en met muzikanten omgaan. Categorieën als ‘urban’ en ‘world music’ worden nog altijd door vele instanties en witte mensen gebruikt, ook al zijn het bijna synoniemen voor ‘zwart’ en ‘inheems.’

De Nederlandse rapper Sevn Alias sprak zich vorig jaar uit over humoristisch bedoelde maar in wezen racistische teksten (een bord met de tekst ‘Allah’s afbakbar’, een poster met de uitroep ‘Leve de kleurling’) op muziekfestival Zwarte Cross. „Hier hoef ik nooit meer te staan”, schreef hij op Instagram. Ophef volgde en de organisatie maakte excuses, maar een structurele aanpak van racisme in de muziekwereld bleef uit. Het is slechts één van de schrijnende voorbeelden die illustreren hoe het probleem onbewust blijft voortbestaan.

Uitgelezen platform

Afgelopen dinsdag werd de gebruikelijke promotie van het product muziek voor één dag op pauze gezet, opdat zowel sociale media en muziek ons voor één dag niet afleiden van wat er speelt in de wereld. Terwijl juist de muziekindustrie over een uitgelezen platform beschikt om zich uit te spreken tegen racisme en uitgerekend zij deze verantwoordelijkheid op zich moet nemen. Eén van de doelen van de actie, ‘to reconnect with our community’, zal nooit worden bereikt als degenen die onze cultuur zo sterk beïnvloeden zich terugtrekken in tijden waarin zowel sociale media als social distancing de discussie vormgeven.

De Amerikaanse dirigent James Levine zei ooit dat iedereen de cultuur de schuld geeft, zonder zelf verantwoordelijkheid te nemen. Het is dan ook niet de taak van de muziekindustrie om zich te onttrekken aan de discussie door op zwart te gaan. Als Blackout Tuesday ons één les leert, dan is het dat muzikanten, platenlabels en culturele organisaties zich moeten uitspreken tegen racisme en actief verbetering moeten zoeken. Verantwoordelijkheid is niet de symbolische bijkomstigheid die met het plaatsen van een zwart vlak komt.

Het zwarte vierkant en de hashtag #TheShowMustBePaused zouden geen pauzeknop moeten zijn voor de muziekindustrie, maar een terugspoelknop naar een nieuw begin, waarin actief wordt gewerkt aan de verbetering van een industrie die gebouwd is op Afro-Amerikaanse cultuur, maar die, ook nu, ten koste gaat van zwarte mensen.

Lees ook: Witte muzikanten ‘lenen’ vaak van hun zwarte collega's. Diefstal of culturele kruisbestuiving?

Schaamteloze zelfpromotie

De muziekindustrie moet structurele verandering doorvoeren en verantwoording nemen voor het eigen verleden. Gebeurt dit niet, dan is Blackout Tuesday niets meer geweest dan schaamteloze zelfpromotie van de eigen, oppervlakkige empathie. Een blackout mag geen dekmantel zijn voor problemen die nog altijd spelen, maar moet een complete reset aanduiden van de manier waarop ook de muziekindustrie met racisme, seksisme en uitbuiting omgaat. Een eeuw lang heeft de industrie haar blik afgewend van het structurele racisme dat zich diep in haar dna heeft geworteld. Het is tijd daar niet langer over te zwijgen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.