Waarom heeft een berk een witte bast?

Durf te vragen Bomen kunnen prima tegen strenge vorst. Maar het gaat mis als ze snel ontdooien en daarna weer snel bevriezen.

Foto Getty Images

Berken zijn de witste bomen. In hun bast slaan ze de stof betuline op. Als er genoeg in de bast zit kleurt die wit. Betuline is een kenmerkende stof voor berken. Het stofje is afgeleid van de Latijnse naam van het berkengeslacht: Betula.

Maar waaróm stopt de berk zoveel betuline (bijna een derde van het drooggewicht) in zijn schors? Waarom is de berk wit, afgezien van die zwarte plekken? Wat is het evolutionair voordeel?

Wil de berk zich zichtbaar maken in het groenbruingetinte bos? Voor wie dan? Of wil de boom zich – in de sneeuw – juist onzichtbaar maken? Aapt hij sneeuwhaas, sneeuwuil, alpensneeuwhoen, sneeuwvink, poolvos, ijsbeer na? Veel dieren in polaire gebieden zijn, vooral ’s winters, wit. De berk is vanouds een noordelijke boom. Hij staat vaak in de sneeuw.

Het zou ook kunnen dat de berk een evolutionair bondje heeft met een zwart-wit dier dat zich graag verschuilt op berkenbast. Nou: waarneembaar is dat de grote bonte specht (die is zwart-wit) graag zijn nestholte in een berk hakt. En zo’n berk knapt dan vijf jaar later in een storm precies op de plaats waar die specht toesloeg. Het voordeel voor de boom is moeilijk te zien.

Is ieder zonnestraaltje welkom?

Het kan ook zijn dat de witte bast de berk beschermt tegen verhitting door zonlicht. In subtropische landen verven fruittelers hun boomstammen vaak wit, vooral om zonschade te voorkomen. Maar je zou zeggen dat in het koude noorden ieder zonnestraaltje welkom is.

Toch is dat niet altijd zo. Al een eeuw geleden merkten bomenonderzoekers op dat de bladverliezende bomen die het noordelijkst groeien een lichte bast hebben. Wilgen en populieren zijn er grijs. In 1923 is gemeten dat donkerder boombast sneller opwarmt dan lichte.

Opwarming door de zon in koude streken blijkt soms schadelijk. Bomen kunnen prima tegen strenge vorst, als ze maar langzaam bevriezen en ontdooien. Maar snel ontdooien door een warme middagzon bij nog vriezend weer, om daarna weer snel te bevriezen als de zon verdwijnt, beschadigt cellen in het cambium. Het cambium is het weefsel vlak onder de bast van waaruit nieuw hout en nieuwe bast groeit. Is het cambium plaatselijk kapot, dan scheurt de bast. Onverbiddelijk slaan daar virussen, bacteriën, schimmels, insecten en vogels toe. Voor de boom is dat niet goed.

Spierwit of bruin geverfd

De beslissende veldexperimenten zijn van 1993 tot 1996 in Canada gedaan door Tim Karels en Rudy Boonstra van de University of Toronto. Zij verfden een stuk van de stam van berkjes met latexverf spierwit of bruin. En maten de temperatuur van het weefsel onder de bast, op een februaridag, bij een buitentemperatuur van min 14 tot min 25 graden, een gesloten sneeuwdek en stralende middagzon. Achter de bruingeverfde schors liep de temperatuur op tot boven nul. De witte bast hield de temperatuur net onder de min tien. Na twee jaar hadden bruine stukken berk duidelijk meer vorstschade dan de witgeverfde. Karels en Boonstra houden het erop dat dat het evolutionair voordeel is van witte bast. Geen ander experiment heeft tot nu toe iets anders aangetoond.