Voorlopig geen licht aan einde Brexit-tunnel

Brexitonderhandelingen Nog altijd slepen de onderhandelingen tussen de EU en het VK zich vruchteloos voort. Niemand verwacht veel beweging vóór dit najaar.
EU-Brexitonderhandelaar Michel Barnier tijdens zijn persconferentie, vrijdag.
EU-Brexitonderhandelaar Michel Barnier tijdens zijn persconferentie, vrijdag. Foto Yves Herman/AFP

Over één ding zijn de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk het wél eens, na vier onderhandelingsrondes over hun toekomstige relatie: schot in de zaak zit er nauwelijks.

„Het is mijn plicht de waarheid te zeggen”, aldus EU-onderhandelaar Michel Barnier vrijdag op een persconferentie, „en de waarheid is dat er geen significante vooruitgang is.” David Frost, zijn Britse evenknie, was in zijn verklaring nog iets korter: „Vooruitgang blijft beperkt.”

Iets meer dan vijf maanden na het vertrek van de Britten uit de EU blijft nog altijd onduidelijk hoe nauw de band tussen beiden in de toekomst zal zijn. In principe eindigt op 31 december dit jaar de zogeheten ‘transitieperiode’. Die deadline was al krap, maar nu de onderhandelingen door de coronacrisis extra worden gehinderd is het vooruitzicht op een nieuw samenwerkingsakkoord nog onzekerder geworden.

‘Deur staat open’

Barnier was er vrijdagmiddag duidelijk over: als het aan hem ligt, wordt de transitieperiode met één of twee jaar verlengd. „Onze deur staat nog open”, aldus de EU-onderhandelaar. Tegelijk heeft in Brussel niemand nog hoop dat het VK vóór de deadline van 1 juli inderdaad om een verlenging zal vragen.

Dat verhoogt de druk, maar tot beweging leidt dat vooralsnog niet. Barnier somde vrijdagmiddag enkele van de meest heikele punten op. Daaronder visserij: economisch van miniem belang, maar met een hoge symbolische waarde. De EU eist nog altijd de bestaande toegang tot Britse wateren, terwijl dat voor de Britten uitgesloten blijft. Crucialer nog zijn afspraken over het zogeheten ‘gelijke speelveld’, ofwel hoeveel het VK zich aan Europese normen en standaarden moet houden om vrij te mogen handelen.

„Ik denk niet dat we voor eeuwig zo door kunnen gaan”, zei Barnier vrijdag. Ook Frost benadrukte in zijn verklaring dat de grens is bereikt van „wat we kunnen bereiken via deze onderhandelingen op afstand”. De hoop is dat eind juni weer ‘fysiek’ met elkaar kan worden gesproken. Beide partijen spraken ook de wens uit de frequentie van de onderhandelingen op te voeren.

Tegelijk was Barnier duidelijk: „Het gebrek aan vooruitgang komt niet door de methode, maar door de inhoud.” Hij verweet het VK uitvoerig zich niet te houden aan afspraken uit de zogeheten ‘politieke verklaring’. Daarin kwamen de partijen vorig jaar allerlei vergezichten over de toekomstige verhouding overeen. Maar omdat het document juridisch niet bindend is, verschilt de status ervan behoorlijk aan beide kanten van het kanaal.

Weinig hoop

In Brussel groeit ondertussen de overtuiging dat van de onderhandelingen voorlopig niks te verwachten is, zolang er op een hoger, politiek niveau geen toenadering komt. Enige hoop is er daarom over een speciale topontmoeting tussen de Britse premier Boris Johnson en de EU-voorzitters Ursula von der Leyen en Charles Michel, die gepland staat voor later deze maand. Tegelijk tonen EU-ambtenaren zich achter de schermen pessimistisch dat Johnson daar nu al zal bewegen.

Net als tijdens de onderhandelingen voorafgaand aan Brexit, zullen de cruciale beslissingen pas op het allerlaatste moment genomen worden. Michael Clauss, EU-ambassadeur van Duitsland, dat komend half jaar het EU-voorzitterschap zal bekleden, sprak deze week al de verwachting uit dat het een druk najaar wordt. „Dit Brexit-gedoe zal veel, misschien wel de meeste politieke aandacht opzuigen in september en oktober.”

Één klein lichtpuntje is er vooralsnog in elk geval: begin dit jaar dreigde Johnson nog de onderhandelingen in de zomer te staken als er onvoldoende vooruitgang zou zijn geboekt. Van dat dreigement is al een tijdje niks meer vernomen.