Opinie

Van gezonde voeding trekt een virus zich niets aan

Column Gezonde voeding verkleint het risico op allerlei ziekten, schrijft Martijn Katan. Maar je voorkomt er geen corona mee.

Martijn Katan

Eet gezond, dat houdt je weerstand op peil. Dat is het enige corona-advies waar niemand aan lijkt te twijfelen. Maar is het waar? Gezond eten en drinken verkleint het risico op hartinfarct, vetzucht, diabetes en nog meer ziekten, maar helpt het ook tegen infectieziekten zoals corona?

Iemands weerstand tegen infecties door bacteriën en virussen kan defect zijn. Dat is een serieus probleem. Defecten in het immuunsysteem dat voor onze weerstand zorgt komen bijvoorbeeld voor bij aids, na bestraling of chemotherapie en bij kinderen met aangeboren afwijkingen van het immuunsysteem. Je hoort ook vaak dat je weerstand beïnvloed wordt door wat je eet. Het Voedingscentrum zegt: ‘door gezond te eten... is je lichaam beter in staat om ziekmakende bacteriën en virussen te bestrijden.’ Wat is daar voor onderzoek naar gedaan en zijn de uitkomsten ervan overtuigend?

Er zijn veel studies gedaan naar het effect van voeding en voedingssupplementen op onderdelen van het immuunsysteem. Dergelijke effecten worden bestudeerd in de reageerbuis, bij proefdieren of bij vrijwilligers. Dat is goed uitvoerbaar, je geeft mensen een voedingsstof of supplement, bijvoorbeeld visolie of een vitaminepil, je neemt bloed af en je meet wat er is veranderd in een aantal van de duizenden soorten cellen en eiwitten die betrokken zijn bij de afweer.

Weerstand is niet te meten

Maar daarmee weet je nog niet of de voeding of het supplement werkelijk bescherming biedt tegen infectieziekten. Weerstand is niet te meten en in een getal uit te drukken, het is vooral een woord dat goed voelt. We hebben niet genoeg inzicht in het immuunsysteem om precies te begrijpen welke onderdelen op welke manier moeten veranderen om ons tegen een bepaalde infectie te beschermen. Daarvoor is het noodzakelijk het optreden van de infectieziekte zelf te onderzoeken.

Dat geldt evenzeer bij voeding als bij geneesmiddelen en vaccins. Een vaccin kan veelbelovende effecten vertonen in de reageerbuis en bij proefdieren, het kan bij vrijwilligers de hoeveelheid antistoffen tegen corona in het bloed verhogen en gunstige effecten tonen op witte bloedcellen.

Maar dan is het onderzoek nog maar halverwege; we weten nog niet of het vaccin corona gaat voorkomen. Daar zijn experimenten voor nodig waarin grote groepen mensen het vaccin krijgen of een nepinjectie (placebo). Die experimenten lopen nu; over een aantal maanden of jaren weten we bij welk van de tientallen vaccins die worden onderzocht er in de vaccingroep minder mensen ziek zijn geworden door corona dan in de placebogroep. Dat viel in het verleden bij vaccins en geneesmiddelen tegen andere ziekten vaak tegen, veel daarvan bleken uiteindelijk niet effectief of hadden te veel bijwerkingen. Een strop voor de fabrikant, want dan komt het middel niet op de markt.

Een gunstige uitzondering

Voor de volksgezondheid is het van groot belang om uit te vinden of voeding het risico op infectieziekten beïnvloedt. Toch verschijnen er in de medisch-wetenschappelijke toptijdschriften relatief weinig van dat soort studies. Een gunstige uitzondering was een studie van Judith Graat in de groep van Kok in Wageningen. Zij gaven zeshonderd ouderen een jaar lang vitamines of een neppil en onderzochten hoeveel griep of verkoudheid ze kregen. De uitkomst was dat vitamines niet hielpen. Het onderzoek verscheen in het medische toptijdschrift JAMA. Tien jaar daarvoor had de Canadese onderzoeker Ranjit Chandra in een ander toptijdschrift, The Lancet, gepubliceerd dat vitamines en mineralen juist wel zorgden voor minder luchtweginfecties bij bejaarden. Waarom vond hij iets anders? Omdat hij de boel oplichtte en zijn resultaten verzon. Zijn publicaties werden teruggetrokken en de onderbouwing van het effect van voeding op infecties kreeg een gevoelige klap.

Een mogelijke reden waarom studies naar voeding en infectieziekten zelden in toptijdschriften verschijnen, is dat ze vaak niet gaan over het optreden van de ziekte zelf maar over effecten op witte bloedcellen. Die voorkeur komt misschien omdat ze sneller te doen zijn; een studie naar bloedcellen duurt weken of maanden terwijl een studie met ziekte als uitkomst jaren kost.

Alles in de waagschaal

Er kan ook iets anders spelen. Een onderzoeker kan een wetenschappelijke carrière hebben opgebouwd op grond van veelbelovende werkingen van voeding of supplementen op bloedcellen of eiwitten in de reageerbuis, bij proefdieren of in het bloed van vrijwilligers. Een studie met echte ziekteuitkomsten zou dat alles in de waagschaal stellen; de uitkomst van zo’n definitief experiment is vaak teleurstellend, net als bij geneesmiddelen. Vandaar misschien dat niet alle voedingsonderzoekers staan te trappelen om te testen of gezonder eten werkelijk infectieziekten voorkomt. Daarom weten we het nog steeds niet.

Gezonde voeding verkleint het risico op allerlei ziekten, van beroertes tot tandbederf. Wie jarenlang gezond heeft gegeten en gedronken heeft daarmee zijn conditie versterkt en indirect zijn kans om een coronainfectie te overleven verbeterd. Maar denk niet dat je door voortaan je supermarktkar te vullen met gezond voedsel infectieziekten zoals corona kunt voorkomen.

Martijn Katan is biochemicus en emeritus hoogleraar voedingsleer aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voor bronnen en cijfers zie mkatan.nl.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.