Sharon Unsworth onderzoekt tweetaligheid en heeft ook zelf tweetalige kinderen. „Af en toe een foutje is niet erg.”

Foto Lars van den Brink

Interview

‘Spreek met je kind de taal die je beheerst’

Sharon Unsworth | Taalontwikkelingsonderzoeker Welke taal kunnen anderstalige ouders het beste thuis spreken? „Mijn zoontje noemt de poot van een tafel nog steeds een been.”

Sharon Unsworth doet onderzoek naar de taalontwikkeling van meertalige kinderen. Het is een onderwerp dat haar ook persoonlijk na aan het hart ligt. Ze heeft twee kinderen, van 7 en 9, die zowel Engels als Nederlands spreken.

Unsworth spreekt Engels als moedertaal, en daarnaast bijna perfect Nederlands. Haar man spreekt Nederlands als moedertaal, maar ook goed Engels. Ze wonen in Utrecht en dus spreken ze met hun kinderen … Engels.

Mensen trekken soms hun wenkbrauwen op als ze dat horen. „Dan zeggen ze: waarom praat je man geen Nederlands met de kinderen? Dat is toch de beste manier: de één-ouder-één-taal-strategie? Dan groeien die kinderen mooi tweetalig op …”

Maar Unsworth denkt dat dat niet per se de beste strategie is.

„Dat blijkt, bijvoorbeeld, uit een onderzoek dat in Vlaanderen gedaan is onder een kleine tweeduizend gezinnen. Dat was best simpel, een A4’tje met vragen als: welke taal spreekt u, welke taal spreekt uw partner, welke taal spreken de kinderen? Nou, als beide ouders thuis een minderheidstaal spreken, dan spreken de kinderen ook bijna altijd die minderheidstaal.

„Maar als de ene ouder de minderheidstaal spreekt en de andere ouder Nederlands, wat best veel voorkomt, dan is de kans kleiner dat het kind die minderheidstaal ook actief gaat gebruiken. Dat zie ik overal.

„Ik geef al jaren lezingen voor ouders. Ik merk dat dit de situatie is die tot de meeste frustratie leidt. ‘Mijn man praat Nederlands met mijn kind, ik praat alleen maar Spaans – of Italiaans of Turks of wat dan ook – maar mijn kind praat alleen maar Nederlands terug.’ Wat logisch is. Als mama Spaans praat tegen jou, maar ook prima Nederlands begrijpt, ja, waarom zou je dan als kind niet ook Nederlands tegen haar praten?

„Dan kun je twee dingen doen als ouder. Je kunt zeggen: ik vind dat prima, ze begrijpen me in ieder geval als ik mijn moedertaal spreek. Maar je kunt ook denken: dat vind ik jammer, wat moet ik doen om voor elkaar te krijgen dat mijn kinderen écht tweetalig worden?

Het maakt echt uit of kinderen een taal iedere dag zelf gebruiken of alleen maar horen

„Als je alleen wat Spaans tegen je kind gebruikt, maar verder niet zoveel met dat Spaans doet, niet voorleest in het Spaans, niet op vakantie gaat naar Spanje, etcetera, dan moet je wel beseffen dat je kind waarschijnlijk een passieve tweetalige wordt. Het maakt echt uit of kinderen een taal iedere dag zelf gebruiken of alleen maar horen. Als je zo’n taal actief gebruikt, verwerk je hem op een andere manier: je krijgt voortdurend feedback, je leert voortdurend van je fouten, je merkt telkens weer of wat je zegt klopt, of het werkt. Zo kun je een veel hoger niveau bereiken in die taal.”

Waarom vind je dat Engels zo belangrijk voor je kinderen?

„Toen ik zwanger werd van ons eerste kind, heeft mijn man erover nagedacht. ‘Wat wil ik? Kan ik Engels tegen mijn kind praten?’ Nou, hij dacht dat het hem goed zou lukken om met zijn kind de relatie te hebben die hij wílde hebben als hij Engels praatte met het kind.

„Voor mij lag dat anders. Ik denk niet dat de relatie met mijn kind zo zou zijn als ik zou willen als ik Nederlands zou praten. Engels is een deel van wie ik ben, een deel van mijn cultuur. En ook: ik wil dat mijn kinderen gewoon met hun Engelse nichtjes kunnen praten.

„Dus wilde ik dat mijn kinderen zoveel mogelijk Engels zouden leren, zeker voordat ze naar school gingen. Om ervoor te zorgen dat ze dat Engels ook echt goed zouden leren.”

Wat als je moedertaal Marokkaans Berbers was geweest?

„Ha, die vraag had ik wel verwacht. Dat is hetzelfde. De keuze die mijn man en ik gemaakt hebben, is een keuze die je kunt maken voor alle talen, los van het prestige dat zo’n taal toevallig heeft in Nederland.”

Taal is overal, iedereen heeft een mening over taal. Vrienden, familie, leerkrachten, het consultatiebureau, politici

Dat veronderstelt dat mensen hier heel bewust mee omgaan. Maar dat is niet iedereen gegeven.

„Inderdaad. Daarom is het belangrijk dat mensen in het onderwijs, maar ook mensen die bij de consultatiebureaus werken, kennis van zaken hebben. Dat ontbreekt nog wel eens.

„Taal is overal, iedereen heeft een mening over taal. Vrienden, familie, leerkrachten, het consultatiebureau, politici. Maar die meningen zijn lang niet altijd gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Er zijn nog steeds anderstalige ouders die het advies krijgen: ga maar zoveel mogelijk Nederlands praten met je kind, dat is goed voor het Nederlands van je kind. Maar als het Nederlands van die ouders niet zo goed is, heeft dat niet zoveel effect. Dat is allang bekend. Bovendien ontneem je het kind zo de kans om de taal te leren die jij als ouder wél goed beheerst.”

Hoe pakt dit sociaal uit voor je kinderen? Hun vriendjes en vriendinnetjes praten toch Nederlands?

„Daar praten ze natuurlijk Nederlands mee. Net als met hun Nederlandstalige familie, opa en oma. Maar onder elkaar spreken ze alleen Engels.

„Wij dachten: met het Nederlands komt het sowieso wel goed. Ze kregen Nederlands op de crèche, waar ze vanaf drie maanden drie dagen in de week naartoe zijn gegaan. En ze doen het nu prima op school. Wel is het zo dat ze wat de- en het-fouten maken. Maar de leerkracht weet hoe dat komt.

Weet je, meertalige kinderen zijn gewoon net even anders dan eentalige kinderen

„Mijn zoontje noemt de poot van een tafel nog steeds een been en zijn woordvolgorde is soms niet helemaal zoals een eentalige het zou zeggen. Dan denk ik: ja, weet je, meertalige kinderen zijn gewoon net even ánders dan eentalige kinderen.

„Ik doe onderzoek naar hoe twee talen elkaar in het hoofd van tweetalige kinderen kunnen beïnvloeden, en wat dat zegt over hoe die twee talen opgeslagen liggen in het brein. Een kind dat zowel Engels als Nederlands spreekt zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: „Stop it, you are wobbling all the time the table!” Hou op, je zit de hele tijd met de tafel te wiebelen. Een ééntalig Engelstalig kind zou dat nooit zo zeggen. Die zou zeggen: ‘You are wobbling the table all the time!’ Het tweetalige kind gebruikt hier een iets andere woordvolgorde, onder invloed van het Nederlands. Niet iets om je druk over te maken.

„Ik vind het natuurlijk ook belangrijk dat kinderen goed Nederlands leren. Maar als die kinderen af en toe een foutje maken en dat foutje heeft te maken met hoe je iets in een andere taal zegt, ja, wat is dan eigenlijk het probleem?”