Ruimen van nertsen wordt ‘pittig’, maar in de stal sluimert het virus

Nertsenhouderij De nertsen van zeven pelsdierhouders in Noord-Brabant worden geruimd wegens besmetting met het coronavirus. In 2024 is het sowieso gedaan met de sector. Is opnieuw beginnen met nertsen fokken nu nog een optie?

Een nerts in een Nederlandse fokkerij. Zaterdag worden meerdere nertsenfokkerijen in Brabant geruimd.
Een nerts in een Nederlandse fokkerij. Zaterdag worden meerdere nertsenfokkerijen in Brabant geruimd. Foto Merlin Daleman

„De volksgezondheid staat voorop.” Martijn van den Boogaard zegt het enkele keren tijdens het gesprek in de kantine van zijn bedrijf in het Noord-Brabantse Beek en Donk. De nertsenhouder heeft er „begrip” voor dat het kabinet heeft besloten zeven bedrijven te ruimen, waaronder het zijne. „Het zal pittig worden”, zegt hij bij een kop koffie, met zijn moeder naast zich. „Normaal gesproken neem je in november afscheid van je dieren en worden ze pijnloos gedood met koolmonoxide. Dan is de cyclus voltooid. Maar dit is nu juist het begin van alle leven, de mooiste tijd. En dan draai je ineens leeg.”

Hij zucht. „Maar goed, de volksgezondheid staat voorop.”

In de stallen, op vijftig meter afstand van de kantine, zitten de onlangs geboren nertsen en hun 7.500 moeders, samen zo’n 45.000 dieren. Van den Boogaard: „Het virus is alleen in de stallen aangetroffen, niet erbuiten. Het sluimert in de farm. Mensen in de omgeving stellen vragen. Op de kinderdagverblijven en op school. Er zijn mensen die niet meer willen afspreken. Dat begrijp ik wel. Wij staan volop in het leven. Wij gaan naar het dorp. We zitten langs een doorgaande weg. We zitten hier midden in de brandhaard van corona. Stel dat straks de ziekte is uitgedoofd en wij hier nog steeds via de dieren mensen besmetten. Dat wil je niet op je geweten hebben.”

Lees meer over de verspreiding via nertsen: Het virus zat in mensen, nertsen en stof

Omwonenden zijn niet rouwig om de ruimingen. „Minister Schouten heeft veel te laat opgetreden”, zegt Jan van Hoof, voorzitter van de actiegroep Mens, Dier & Peel, die opkomt voor de „leefbaarheid” van het platteland. „Zij heeft daardoor bijgedragen aan het ontstaan van het virusreservoir op de bedrijven.”

Paar weken buikpijn

Van den Boogaard (42) heeft corona doorgemaakt, net als zijn vriendin en zijn moeder die ook op het bedrijf woont. „Jij hebt een paar weken buikpijn gehad, ik heb lichte griepverschijnselen gehad.”

Één van de twee vaste medewerkers van buiten het gezin is „echt goed ziek” geweest. Van den Boogaard heeft zijn drie jonge kinderen niet getest.

Vermoedelijk heeft hij het virus opgelopen tijdens carnaval, en vervolgens hebben hij en zijn mensen de nertsen besmet. „Dat is tijdens de paartijd gebeurd”, vertelt hij. „Dan is er veel en intensief contact. In de paartijd zetten wij drie weken lang de teven bij de reuen en weer terug.”

Het zag er lange tijd niet naar uit dat de overheid maatregelen zou nemen. Van den Boogaard: „De overheid had onderzoek gedaan en was dat aan het afbouwen.”

Toen heeft hij samen met nertsenhouder Huub Kuijpers uit Deurne en drie dierenartsen een brandbrief aan het kabinet geschreven. „We hadden de indruk dat de overheid er luchtig over deed. Men zei: ‘het komt wel goed, het dooft wel uit’. Wij hebben de overheid met de neus op de feiten gedrukt en gezegd dat zich hier een blijvend reservoir van het virus kan vestigen. De jonge dieren die onlangs zijn geboren, krijgen nu nog via de moedermelk antistoffen binnen. Maar als ze straks zelfstandig gaan eten, kunnen ze misschien toch besmet raken. Dat hebben we niet onder de pet willen houden.”

Tegen de ruimingen werd bezwaar gemaakt door twee dierenrechtenorganisaties: Animal Rights en Bont voor Dieren. Zij vroegen de rechter vrijdag de ruimingen op te schorten. In de dagvaarding stelden zij dat ruimen „niet noodzakelijk is voor de volksgezondheid”. Bovendien vrezen ze dat de bedrijven na het ruimen van de dieren later dit jaar opnieuw gaan fokken, met nieuwe teven, zodat uiteindelijk meer dieren „op een ellendige manier aan hun einde zullen komen in de bontindustrie”. De organisaties eisten, om morele redenen, dat de pelsdierhouderij vervroegd wordt verboden, en niet pas vanaf 2024, zoals de politiek eerder heeft bepaald. De rechter wees hun bezwaren vrijdagmiddag van de hand: de ruimingen beginnen zaterdag.

Nieuwe brandhaard

Ook omwonenden van nertsenfokkerijen in Brabant hebben hun twijfels over een eventuele herstart van de bedrijven later dit jaar. Jan van Hoof, van Mens, Dier & Peel: „Even los van de discussie over het dierenwelzijn, vinden wij dat bedrijven alleen opnieuw zouden mogen beginnen als er een vaccin tegen corona beschikbaar is. Zonder zo’n vaccin bestaat opnieuw de kans op een nieuwe brandhaard voor infecties. Als je dat als overheid toestaat, ben je onverantwoord bezig.”

Reactie van een woordvoerder van het ministerie van Landbouw: „Er zijn voorwaarden als nertsenhouders na een periode van schoonmaken hun bedrijf opnieuw willen starten. Maar het is niet verboden.”

De vraag is of betrokken nertsenhouders echt opnieuw zullen beginnen voor de laatste drie jaren. „Ik zou het wel willen, maar ik weet niet of ik genoeg euro’s heb om nieuwe fokdieren te kopen”, zegt Martijn van den Boogaard.

Er komt een vergoeding voor de kosten die de ondernemers hebben gemaakt tijdens het eerste deel van de cyclus, vanaf de verzorging van de nieuwe moederdieren in december tot aan de ruimingen, tijdens het grootbrengen van de puppies. Ook de waarde van de dieren wordt vergoed. Maar dat er straks geen pelzen meer worden verkocht, moeten de nertsenhouders zelf financieel zien op te vangen. De prijzen zijn de laatste vijf jaar sowieso niet hoog. „We schrijven al jaren rode cijfers.” En hoe meer bedrijven worden geruimd, hoe meer vraag er komt naar nieuwe teven, die daardoor ook weer duurder worden. „Dus dat is voor mij één groot vraagteken.”

Minister Schouten maakte deze week gewag van een vrijwillige stoppersregeling voor de ongeveer 150 bedrijven, maar daarover is nog weinig bekend. „Dat zou absoluut een optie zijn”, zegt Van den Boogaard.

Over de bestaande overgangsregeling voor de nertsenhouders die in 2024 moeten stoppen is vrijwel niemand in de sector tevreden. „Wij leven al jaren in onzekerheid”, zegt Martijn Pijnenburg, voorzitter van de vakgroep edelpelsdierhouderij van landbouworganisatie LTO.

Van den Boogaard heeft een plan voor wat hij na het einde van zijn bedrijf in 2024 gaat doen, lang voor zich uitgeschoven. De coronacrisis heeft dat veranderd. „We gaan er binnenkort met z’n allen in de familie over praten.”

De stallen zijn nog maar acht jaar oud en ze zijn hoog en groot. „Dus ik kan er wel iets anders mee gaan doen. Ik zit te denken aan opslag. En wat ook zomaar zou kunnen: een zorgboerderij. Je zou er iets prachtigs van kunnen maken. Kom over een jaar nog maar eens terug.”