Recensie

Recensie Theater

‘Ode aan de minnares’ schakelt snel tussen lief, geil, woedend en eenzaam

Theater Linda Lugtenborg toont in haar solo ‘Ode aan de minnares’ vooral haar aanzienlijke speltalent. De voorstelling zelf lijdt onder een teveel aan anekdotes en een tekort aan psychologie.

Actrice Linda Lugtenborg in ‘Ode aan de minnares’.
Actrice Linda Lugtenborg in ‘Ode aan de minnares’. Foto Casper Koster

Het is een spannend contrast: terwijl Linda Lugtenborg op het podium spreekt over haar verlangen om helemaal in haar minnaar te verdwijnen, zitten wij als toeschouwers op meer dan kuise afstand van elkaar naar haar te kijken. In de zaal van Theater Bellevue in Amsterdam is de tribune ingeschoven, op de vloer staan, in met krijt getekende halve cirkels, dertig stoelen geplaatst. Het is even wennen, maar het doet weinig af aan de begoochelende intimiteit van het theater: binnen de kortste keren vergeet je totaal waar je bent.

Dat heeft in Ode aan de minnares vooral te maken met de spelkwaliteiten van de maker/performer. Linda Lugtenborg schakelt razendsnel en vol zelfspot tussen lief en woedend, geil en eenzaam, en laat zo de emotionele chaos van haar positie als de andere vrouw sterk voor het voetlicht komen. Zeker in de eerste helft van het stuk levert dat een boeiend portret op van iemand die verslaafd is aan de spanning van een affaire, aan de pijn van een net niet volledig beantwoorde liefde. Lugtenborg verbindt de amoureuze escapades van haar personage subtiel met diens jeugd en de talloze, conflictueuze liefdesrelaties van haar moeder, die ook al de neiging had om op onbetrouwbare types te vallen.

Linda Lugtenborg in ‘Ode aan de minnares’. Casper Koster

Jammer genoeg verzandt Ode aan de minnares in de tweede helft, als Lugtenborg vrij plotseling overschakelt naar het verhaal van een tweede affaire, in een aaneenschakeling van anekdotes die steeds minder ruimte biedt aan psychologisch inzicht en steeds meer de praktische kant van het minnaressenschap benadrukt. Zo verandert de voorstelling gaandeweg van een pijnlijk grappige karakterstudie naar een matige zedenkomedie.

Ondanks de neergaande lijn in de voorstelling blijft het dynamische en gelaagde begin je bij. De van zelfrelativering doordrenkte zoektocht naar liefde en autonomie van het hoofdpersonage, zo getekend door de littekens van het verleden, is voor iedereen herkenbaar.