Niet praten over racisme doet Den Haag niet meer

Racisme Hoe lang is Zwarte Piet nog zwart? Nederlandse politici kunnen het debat over racisme niet langer negeren na alle demonstraties.

Foto ANP/ Bart Maat

Zwarte Piet zal „over een aantal jaar” vermoedelijk niet meer zwart zijn. Nederland heeft een „systemisch probleem” met racisme. En dat probleem is „soms zo diep geworteld dat je kunt spreken over institutioneel racisme”. De Mark Rutte die deze week over racisme en discriminatie sprak, klonk als een volkomen andere premier dan de man die zeven jaar geleden zei dat „Zwarte Piet nou eenmaal zwart” is.

Die tijd ligt ver achter hem, maakte Rutte donderdag in de Tweede Kamer duidelijk. De afgelopen jaren was zijn opvatting over Zwarte Piet al stapsgewijs verschoven. Hij zei vorig jaar dat Piet „de kleur moet hebben die bij die regio het beste past” en stelde een jaar eerder vast dat „tradities over tijd veranderen”. Nu voegde Rutte daar een persoonlijke noot aan toe. „Ik heb zelf ook grote veranderingen doorgemaakt over Zwarte Piet”, zei hij. Die was het gevolg geweest van gesprekken met mensen die zich door de Zwarte Piet-traditie gediscrimineerd voelen.

Rutte was niet de enige die zijn standpunt in het openbaar ververste. In de nasleep van de dood van de zwarte Amerikaan George Floyd en de massale protesten tegen racisme en politiegeweld in de VS sloeg ook politiek en bestuurlijk Nederland een nieuwe toon aan over de aard en ernst van discriminatie.

Henk van Essen, de nieuwe hoogste politiebaas van het land, schreef vrijdag dat ook in Nederland de kans bestaat dat verschillende groepen tegenover elkaar komen te staan. „Dat vraagt dat we naar elkaar luisteren en niet zonder meer vasthouden aan ons eigen standpunt. Dat we openstaan voor andermans mening en rekening houden met gevoelens van anderen.” De korpschef richtte de blik naar zijn eigen organisatie, ook daar ziet hij racisme en discriminatie. En dat moet bestreden worden. „Dat is niet alleen mijn, maar onze grote opgave.”

Een vergelijkbaar geluid was te horen op het Binnenhof. GroenLinks, de PvdA, de Partij voor de Dieren en Denk grepen de Amerikaanse protesten als eerste aan om op de Nederlandse situatie te wijzen. Daarbij keerde steeds hetzelfde begrip terug: ‘institutioneel racisme’.

Lees ook: ‘Witte mensen zien mij als buitenlander’

Systeemfouten

Discriminatie op de arbeidsmarkt en de woningmarkt, het bijhouden van tweede nationaliteiten door de Belastingdienst in het toeslagendossier, etnisch profileren door de politie – het zijn geen gebeurtenissen die je los van elkaar kunt zien, benadrukten de vier partijen één voor één: het zijn systeemfouten in de samenleving.

„Het was nog niet zo heel lang geleden dat ik zelf ook niet over institutioneel racisme had gesproken”, zei GroenLinks-leider Jesse Klaver donderdag tegen Rutte. Maar ook hij was van mening veranderd door gesprekken met ervaringsdeskundigen. „Zij zeiden mij: Jesse, een begrip als institutioneel racisme heeft voor jou misschien een sociologische betekenis, maar het is voor ons belangrijk dat de leiders van dit land deze begrippen wel gebruiken.” Rutte vond die aanduiding, op „sommige unieke gevallen na”, te ver gaan om op heel Nederland toe te passen.

Het gesprek tussen Klaver en Rutte tekende de veranderende discussie over wat racisme en discriminatie eigenlijk inhouden, en wat de rol van de politiek is in de bestrijding ervan. Zolang het onderwerp zich beperkte tot racistische geweld, spreekkoren en andere vormen van openlijk onversneden racisme, konden vrijwel alle partijen eenvoudigweg hun afschuw uitspreken. Dat waren excessen en extremisten.

Derde rail

Dat benoemen en veroordelen valt bij velen moeilijker als het niet gaat om geweld en spreekkoren, maar om vermeende weeffouten, blinde vlekken en eigen tekortkomingen. Dan dreigt, in Ruttes woorden, „dat je een hele grote groep mensen verliest, die in de kern niet zo is.”

Niet voor niets wordt racisme als politiek struikelblok in de VS wel eens vergeleken met de derde rail, de stang die treinen en metro’s van elektriciteit voorziet: raak het aan, hoe subtiel ook, en je bent er geweest.

Een populair thema op het Binnenhof is het dan ook niet. Zolang de optie bestaat, houden partijen zich liever op de vlakte of richten ze de aandacht elders. Het merendeel van de politieke reacties op de toeslagenaffaire spitst zich toe op doorgeslagen bureaucratie en de wantrouwende overheid, niet op de vraag of de Belastingdienst etnisch profileerde. In partijprogramma’s wordt racisme vaak genoemd, maar zelden als systematisch probleem.

Lees ook: ‘Ook Nederland kent genoeg racisme’

De massale aandacht die de dood van Floyd en de demonstraties op Nederlandse bodem opriepen, veegde die optie van tafel. Politici voelden zich genoodzaakt zich in de materie te verdiepen, te reageren, in ieder geval niet niets te zeggen. Het resultaat was vaak een middenweg: racisme is meer dan een incident, maar het zit niet in het beleid.

Zo zei VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff dinsdag in een digitaal interview met zijn achterban dat hij, ondanks zijn kritiek op het crisismanagement van burgemeester Femke Halsema, de zorgen over racisme onder de demonstranten goed begreep. „Onze wetten deugen, maar het komt nog wel voor in de samenleving.’’

Een dag later begon hij volgens zijn profiel op boekenwebsite GoodReads aan De ondergrondse spoorweg van Colson Whitehead, een roman over de diepe wortels van racisme en de slavernijgeschiedenis van de Verenigde Staten.