Recensie

Recensie Uit eten

Aloha: Nederlandse keuken voor een internationaal publiek

Uit eten Rotterdam Wim de Jong recenseert elke twee weken een restaurant in Rotterdam.

Foto Walter Herfst

De schildpadden scharrelen er nog altijd door het stro in de wildwaterbaan, maar wat blijkt er verder veel veranderd in Aloha (het voormalige zwemparadijs Tropicana) als je er een tijdje niet bent geweest. Kon je er vijf, zes jaar geleden nog de indruk krijgen dat je was beland in een sociëteit van jonge, bevlogen praktisch-idealisten die óók nog wat aan goed en bewust eten deden, inmiddels is het toch echt zo’n restaurant waar je ook je opa’s en oma’s mee naartoe kunt nemen. Het is er met zijn oudroze loungebanken en de royale aanwezigheid van kamerplanten knap deftig, terwijl de ambiance tegelijkertijd net zo vanzelfsprekend eigentijds, om niet te zeggen hip, is gebleven.

Het is op de avond dat wij er aanschuiven nog zo warm dat alle tafels binnen onbezet zijn. Het grote terras van Aloha biedt, geheel corona-proof, plaats aan een vijftigtal gasten die er gezeten aan ‘tweetjes’ en ‘viertjes’ kunnen genieten van het uitzicht over de Nieuwe Maas en de zonsondergang. Voor zover we dat kunnen horen, is de klandizie op deze Tweede Pinksterdag hartstikke internationaal. Best interessant om vast te stellen, gelet op het feit dat het menu juist uitdrukkelijk alleen het beste van de Nederlandse keuken wil bieden. Sterker: alle zeven voor- en hoofdgerechten op de kaart zijn bereid met ‘no waste’-ingrediënten van strikt lokale en regionale herkomst.

Dat betekent onder meer zo veel als dat de zoete tomasu-sojasaus op onze gefrituurde rodekoolbladeren in de Hoeksche Waard wordt vervaardigd. En dat de kimchi op hetzelfde bord is gemaakt van het (afval)blad van bloemkolen uit dezelfde contreien. Wat een lekkere schotel (12,50) is dat trouwens; terecht dat die door Aloha-eigenaresse Femke Snijders enthousiast wordt aanprezen als het pièce-de-résistance van haar keuken. We hebben de kool in één brede armzwaai laten opdienen met natuurwijn en huisgebrouwen Aloha Mana-bier, een op de graat gebakken schol, gesecondeerd door witte bonen in een bruine boter en daslookkappertjes (14,50 euro), gerookte biet in zure room (10,50) en met een (Hollandse) inktvis van de barbecue met droge worst, venkel en aardappeltjes (14,50).

Opgeteld bij dat palet waren onze entrées achteraf gezien wat te veel van het goede. De vier gebakken kaas-dumplings met kimchi en gerookte amandel (6 euro) en de gefrituurde, forse chicken bites met gerookte paprika en een pickle van rode ui (6,50) vergen toch wel erg veel gezonde trek om je daarna nog op de piepers en de amandelpuree bij respectievelijk de vis en de kool te kunnen storten. Dat is dus wel een gevaar als je Femke Snijders zelf in de bediening hebt: ze is dermate enthousiast dat je ze het liefst alles op de kaart zou willen laten proeven. Over elk stukje groente of kruidje dat er in Aloha aan te pas komt, heeft ze bovendien een uitgebreid, aanstekelijk verhaal.

Niet corona-proof, en ook anderszins ongebruikelijk, is dat we alle schaaltjes van het menu met z’n tweeën moeten oplepelen (-prikken), ofwel: ieder zonder eigen bordje. Hoe dat aan de ‘viertjes’ in zijn werk gaat, is vanuit ons deel van het restaurant niet te zien. Maar voorstelbaar in elk geval dat het in het anderhalve-meter-regime van de horeca aan zo’n tafel wat ongemakkelijke rek- en strekoefeningen oplevert, plus wat riskante overdracht van speeksel. Rekken en strekken doe je anderzijds op het Aloha-terras hoe dan ook toch wel: het is een bont gezelschap dat er neerstrijkt en kan worden bewonderd, en op de rivier die een paar meter beneden je naar zee stroomt, is uiteraard doorlopend wat te beleven. Het terras zelf zal er binnenkort ook nog weer wat aantrekkelijker op worden. De waterglijbaan was al dichtgestort, binnenkort volgt ook het buitenzwembad en komen er nog meer zitplaatsen en hangplekken aan het water bij.