Lichtvoetige levenslessen

Veel mensen vinden dit héél erg mooi. Na ruim 20.000 waarderingen bij de internationale online boekencommunity Goodreads is de gemiddelde score 4,64 sterren uit vijf. In Nederland staat De jongen, de mol, de vos en het paard van Charlie Mackesy al drie maanden in de Nederlandse best-verkochte-boeken-top-60, nu op plek 4.

En precies om de redenen waarom je het boek een draak kunt vinden, vonden sommige Goodreads-lezers het prachtig, of „een boekenpareltje”, aldus Caroline (vijf sterren). „Geen boek maar een bloemlezing aan mooie spreuken”, schrijft Ruud (vijf sterren), en Jeroen vond de „zelfhulpwijsheden” ook vijf sterren waard. Velen moesten erom huilen – van ontroering.

Het lijkt misschien een kinderboek, vanwege de illustraties. De stijl, inkttekeningen en soms aquarellen, is een krasserige variatie op de oude Winnie the Pooh-illustraties (door E.M. Shepard). Mackesy trekt uit grove lijnen een knulletje op, waarbij de vlekkerigheid verhindert dat we gezichtsuitdrukkingen zien. Het kind krijgt gezelschap van de pratende dieren uit de titel, die wijsgerige levenslessen debiteren. Voor volwassenen, moet je toch concluderen.

Lichtvoetige en niet erg diepgravende lessen – en de Britse cartoonist Mackesy is geen A.A. Milne of Toon Tellegen. De lessen zijn soms tegelwijsheden, soms inspirational quotes, en ze zijn tamelijk willekeurig achter elkaar gezet. (Ter inleiding schreef Mackesy al, als preemptive strike, dat hij houdt van boeken waarin je middenin kunt beginnen te lezen.) Uit het niets zegt de mol: „Ik vraag me af of er ook een school is waar je kunt afleren”. Of zegt de jongen dat? Het is om het even, allemaal zijn ze even wijs. Verderop: „Lief voor jezelf zijn, is een van de allerliefste dingen die je kunt doen”, weet de mol. „Leven is moeilijk – maar er wordt van jou gehouden”, aldus het paard.

Soms leent Mackesy de receptuur van filmdialogen die je aan het huilen moeten brengen. „Dus je weet alles over me?” vraagt de jongen, en het paard bevestigt – overigens zonder dat wij lezers een diepgravend gesprek tussen man en paard meekregen (Mackesy lijkt ook middenin het boek te zijn begonnen met schrijven). De jongen: „En toch houd je nog steeds van me?” Het paard: „Wij houden daarom des te meer van je.”

Niet voor mij, dacht ik toen ik in de inleiding las dat de schrijver zich vaak afvroeg: „voor wie ter wereld ben ik dit aan het doen?” (Ik dacht dat mede door de lelijke anglicismen in de vertaling van Arthur Japin.)

Maar voor heel veel andere mensen (ter wereld) dus wél. Wankelmoedige mensen, die zich kwetsbaar voelen – die zijn de doelgroep. En zij zijn wellicht gebaat bij het zelfwaarde-verhogende positivisme van de mijmerende dieren, terwijl een ander er platgeslagen platitudes in ziet. Gezegend zijn degenen die, terwijl de wereld brandt, vertrouwen stellen in een sprekend paard dat beweert: „Soms is haat het enige waar je over hoort, maar er is in deze wereld meer liefde dan je je ooit kunt voorstellen”.

Of moet je streng zijn en zeggen: Mackesy’s clichématige troost is een dun, poezelig doekje voor het bloeden?

Op deze plek schrijft NRC over de populairste boeken van dit moment. Reacties: boeken@nrc.nl