Iconen als LeBron James of Neymar beseffen: met één muisklik bereik je miljoenen

Activisme Politiek activisme is sporters door de jaren heen vaak duur komen te staan. Maar sinds de dood van de Amerikaan George Floyd lijkt sprake van een kentering.

Basketbal-ster LeBron James droeg in 2014 als speler van Cleveland Cavaliers een shirt ter ere van geweldsslachtoffer Eric Garner. Foto Getty Images
Basketbal-ster LeBron James droeg in 2014 als speler van Cleveland Cavaliers een shirt ter ere van geweldsslachtoffer Eric Garner.

Foto Getty Images

Als LeBron James zich in december 2014 in de kleedkamer van het Barclays Center in New York klaarmaakt voor de NBA-wedstrijd tegen de Brooklyn Nets, twijfelt hij of het shirt dat een van zijn ploeggenoten bij de Cleveland Cavaliers heeft aangetrokken ook om zijn schouders hoort. Het is een zwart T-shirt met op de borstzijde in witte letters de tekst ‘I can’t breathe’, de zin die de Afro-Amerikaan Eric Garner (43) elf keer herhaalde voor hij op een stoep in het stadsdistrict Staten Island het leven liet. Blanke politieagenten hadden hem minutenlang in een nekgreep gehouden op verdenking van het illegaal verkopen van sigaretten. Als ze vijf maanden later worden vrijgesproken, breken overal in de VS protesten uit.

James’ ster is dan al even rijzende. Hij is twee keer NBA-kampioen geworden en werd vier keer uitgeroepen tot meest waardevolle speler van de league. Wat hij doet en zegt heeft steeds meer impact. Twee jaar eerder heeft hij eindelijk, na aandringen van ploeggenoten en fans, besloten om via sociale media dingen van zichzelf met de wereld te delen. Tot die tijd wilde hij zijn privéleven afschermen. Binnen de kortste keren volgen twintig miljoen mensen zijn verrichtingen.

Boodschap

Bij het betreden van het stadion ritst James zijn trainingsjack open en wordt het shirt zichtbaar, hij heeft het over zijn wedstrijdtenue getrokken. Een journalist van sportzender ESPN vraagt wat de boodschap is die hij de wereld wil meegeven. „Ik weet het niet”, klinkt het eerst nog aarzelend. „Het is niet aan mij om dat te bepalen. Ik doe dit vooral uit respect voor de nabestaanden.” Om er daarna aan toe te voegen: „Als samenleving moeten we elkaar beter behandelen, ongeacht tot welk ras we behoren.”

Hij worstelt met de politieke rol die hij als sportheld in Amerika zou kunnen spelen. In 2008, James is dan pas 23, doneert hij 20.000 dollar aan Barack Obama’s presidentiële campagne, maar hij zegt erbij dat hij sport en politiek graag gescheiden houdt. James weet dat hij zijn carrière en sponsordeals riskeert als zijn uitingen en politieke steunbetuigingen verkeerd vallen. Om die reden laat Michael Jordan zich als actief basketballer nooit tot politieke stellingname verleiden. In 1990 weigert hij zich uit te spreken ten faveure van de zwarte, democratische politicus Harvey Gantt omdat „Republikeinen ook sneakers kopen”. „Ik heb mezelf nooit als activist gezien”, zegt Jordan in de documentaire The Last Dance. „Ik was geen politicus, ik was een basketballer.”

Lees ook de column Carolina Trujillo over politiek activisme onder sporters

Politiek activisme is Amerikaanse topsporters door de jaren heen vaak duur komen te staan. Boksgrootheid Muhammad Ali stond drie jaar aan de kant omdat hij in 1967 weigerde mee te vechten in de Vietnamoorlog. Toen olympisch kampioen op de 200 meter Tommie Smith en bronzen-medaillewinnaar John Carlos – beiden van Afro-Amerikaanse komaf – tijdens de huldiging op de Spelen van 1968 in Mexico een vuist gehuld in een zwarte handschoen in de lucht staken om aandacht te vragen voor wat ze later ‘mensenrechten’ zouden noemen, werden ze van het toernooi verwijderd. Terug in de VS werden de twee en hun families met de dood bedreigd.

Tommie Smith en John Carlos, winnaars van olympisch goud en brons op de 200 meter in Mexico (1968), steken hun vuist omhoog uit protest tegen de behandeling van zwarte Amerikanen. De Australiër Peter Norman is de atleet met zilver. Foto Bettmann

Als de VS in de zomer van 2016 opnieuw worden opgeschrikt door politiegeweld tegen Afro-Amerikaanse burgers, besluit LeBron James samen met drie NBA-collega’s de wereld toe te spreken tijdens de ESPY Awards, een show waar jaarprijzen voor sportprestaties worden uitgereikt. „Enough is enough”, luidt de boodschap van de vier. James, dan uitgegroeid tot internetfenomeen met ruim 100 miljoen volgers op sociale media, roept collega-sporters op hun bekendheid te gebruiken en zich uit te spreken tegen politiegeweld. „Wat gaan wij doen om te zorgen voor verandering?”

Die verandering lijkt zich te voltrekken als een zekere Colin Kaepernick, American football-speler bij de San Francisco 49ers, een maand later besluit te knielen tijdens het Amerikaanse volkslied, voorafgaand aan een NFL-wedstrijd in San Diego. Zijn actie heeft impact, en wordt gesteund door dan nog president Obama. Maar er klinkt ook kritiek van spelers die vinden dat zijn gebaar getuigt van weinig respect voor de Amerikaanse vlag. Kaepernick heeft niet de onaantastbare sterrenstatus van James. Met zijn actie loopt hij het risico uitgesloten te worden.

Footballer Colin Kaepernick (nr. 7) knielt tijdens het Amerikaanse volkslied, voorafgaand aan een wedstrijd in San Diego in 2016. Foto Getty Images

Als Kaepernick na dat seizoen uit San Francisco vertrekt, komt hij als controversiële quarterback nergens meer aan de bak – tot vandaag. Er zijn teams die verwachten significant minder tickets te verkopen als ze Kaepernick een contract aanbieden. Kaepernick klaagt de NFL aan omdat hij vermoedt buiten de league te worden gehouden, en komt uiteindelijk tot een schikking. Hij is dan al het gezicht van een jubileumcampagne van sportmerk Nike en wordt gezien als dé voorvechter voor gelijke rechten in de VS. Zijn carrière is ten einde, maar als activistische figuur is hij des te groter geworden.

Een wereldwijde protestbeweging ontstaat als George Floyd zich op 25 mei van dit jaar in Minneapolis verzet tegen zijn arrestatie. Hij wordt ervan verdacht met een vals briefje van 20 dollar te hebben betaald. Vier agenten werken hem tegen de grond. Een van hen, Derek Chauvin, houdt hem met zijn knie in een nekklem en blokkeert minutenlang de bloedtoevoer. Net als Eric Garner in 2014 roept Floyd dat hij geen lucht krijgt. Hij overlijdt ter plekke.

Momentum

Er ontstaat een momentum als wereldwijd wordt opgeroepen om op te staan tegen racisme, onder aanvoering van beroemdheden, onder hen veel (Amerikaanse) sporters. Ineens durven ze zich massaal uit te spreken. Zelfs blanke NFL-spelers achten de tijd rijp en laten dat weten in online verklaringen.

Bokser Floyd Mayweather biedt aan de begrafenis van George Floyd te betalen. De Amerikaanse wielerfederatie USA Cycling steekt de hand in eigen boezem door te stellen dat de wielersport de afgelopen decennia niet „de meest inclusieve sport” is geweest. Maar ’s werelds bekendste sporter Cristiano Ronaldo – 400 miljoen mensen volgen hem online – vindt het niet nodig zich in deze discussie te mengen. Als massaal gehoor wordt gegeven aan #blackouttuesday – men zet uit solidariteit met de Black Lives Matter-beweging de social media-pagina een dag op zwart – post hij een foto van zijn kinderen. Grootheden als Lionel Messi en Andrés Iniesta doen wel mee, net als veel grote sportorganisaties. Daarop komt dan weer kritiek: een digitale steunbetuiging is nog geen gedragsverandering.

Atlete Dafne Schippers post een zwart scherm omdat ze het belangrijk vindt een signaal af te geven tegen racisme. „Ik maak geen onderscheid en vind dat anderen dat ook niet moeten doen, niet in de sport en niet daar buiten”, zegt ze. Op de vraag of ze bereid is haar bekendheid in te zetten door shirts met activistische leuzen te dragen of mee te doen aan demonstraties, wil ze niet reageren. Voetballers Memphis Depay en Denzel Dumfries stonden deze week tussen de demonstranten in Amsterdam en Rotterdam.

Lewis Hamilton

Wereldkampioen Formule 1 Lewis Hamilton hekelt het uitblijven van reacties bij zijn collega’s, waarop zij stelling nemen tegen racisme. De Fransman Charles Leclerc geeft aan dat eerder niet te hebben gedaan uit ongemak. Sporters lijken niet langer bang voor repuatieschade.

In Brazilië gebeurde iets interessants rond voetballer Neymar, goed voor meer dan 200 miljoen volgers. Hij staat niet bekend om zijn politieke engagement, plaatst vaak foto’s van zichzelf in ludieke kleding. Als de beroemde youtuber Felipe Neto hem daar afgelopen week op aanspreekt, komt Neymar in actie. Hij zet zijn scherm op zwart, en verklaart zich solidair met de Black Lives Matter-beweging.

De draai van Neymar staat symbool voor een verandering in bewustwording bij sporters, al dan niet ontstaan onder druk van een ander. Hun activisme is niet nieuw, maar de effectiviteit ervan is des te groter. Sportsterren kunnen met één muisklik een miljoenenpubliek aanspreken en inspireren.

LeBron James post al een week vrijwel dagelijks activistische berichten op zijn Instagram-pagina, die miljoenen keren worden geliked. Een foto van een knielende Colin Kaepernick heeft hij naast een foto gezet waarop te zien is hoe Derek Chauvin zijn knie in de nek van George Floyd zet. Erboven staat: ‘THIS IS WHY’. ‘Do you understand now?’. Ook hij zette zijn pagina dinsdag op zwart. De vraag is: hebben die acties effect?

Ja, zo lijkt. Uit een recente studie van Cambridge University naar het stemgedrag van 511 Afro-Amerikanen in zes staten tijdens de presidentsverkiezingen in 2016 en de bereidheid te stemmen tijdens de midterm-verkiezingen in 2018, blijkt dat de invloed van Kaepernick op de politieke keuzes van die Afro-Amerikanen niet moet worden onderschat. Degenen die Kaepernicks protest steunen zijn vaker bereid tot politieke acties, zoals het ondertekenen van petities, het meedoen aan een boycot of een demonstratie, en donaties aan een politieke campagne. Een gang naar de stembus dankzij Kaepernick kon echter niet worden aangetoond. Misschien is die rol op een goed moment weggelegd voor de grootste Afro-Amerikaanse atleet van deze tijd, LeBron James, die zijn sport is overstegen.

Ferguson

Sander van Haperen, politiek socioloog aan de Universiteit van Amsterdam, deed onderzoek naar de invloed van sociale media op de protesten in Ferguson, zes jaar geleden. Die laaiden op nadat Michael Brown, een Afro-Amerikaan, door een blanke agent werd doodgeschoten, en verspreidden zich over Amerika, gelijkaardig aan de protesten van nu. „Het doel van zo’n protestbeweging is aandacht voor een bepaalde cause genereren”, zegt Van Haperen, „onder aanvoering van een leider. De beweging wordt groter als zo’n leider groepen met verschillende interesses aan elkaar weet te verbinden.”

The New York Times ging vorig jaar na waar de posts van LeBron James over gaan. Hij blijkt mensen te bedienen die niet alleen geïnteresseerd zijn in basketbal, maar ook in hiphop, voeding, kleding, en de positie van de zwarte gemeenschap. „LeBron toont daarmee inderdaad een vorm van leiderschap”, zegt Van Haperen. Een positie die hij al sinds zijn steun aan Barack Obama, twaalf jaar geleden, parallel aan zijn basketbalcarrière lijkt voor te bereiden. Zijn meest recente post gaat over ‘more than an athlete’. Eronder staat: „I’m louder than EVER.”