Reportage

Het kan weer: koffie bij Jantje

Hoe beïnvloedt corona het leven in de L-flat in Zeist? Na elf weken lockdown heropent Jantje Paasman de weggeefwinkel. Tekst Ingmar Vriesema, foto’s Daniël Niessen

Foto Daniel Niessen

Lees de online versie van dit artikel op nrc.nl/deflat-corona

Tapestrepen, dranghekken, looppijlen: het is 3 juni, de Weggeefwinkel gaat weer open. Eén winkelvrijwilliger is zelf een lopende coronamaatregel. Met een mondkapje op, een hesje om en handschoenen aan zwaait hij in de rondte met een lat van anderhalve meter lang. „Afstand houden!”, roept hij met de stemkracht van een marktkoopman. „En als u dat niet kunt, kunt u beter vertrekken!” Het is kwart voor elf ’s ochtends, zo’n vijftien klanten staan al klaar voor de start. Er wordt feestelijk afgeteld. Bij nul klinkt gejoel.

De Weggeefwinkel is een groot voormalig schoolpand vol gedoneerde spullen. De winkel, achter de L-flat, wordt gerund door dertig vrijwilligers. Oprichter en gangmaker is Jantje Paasman, een psychiatrisch verpleegkundige van midden vijftig die buiten dienst ook graag opkomt voor de kwetsbare mens. Klanten kunnen gratis meenemen: broeken, shirtjes, schoenen, planten, knuffels, poppen, vazen, lp’s, cd’s, speelgoed, boeken. Zwangere vrouwen die het niet breed hebben gaan erheen op aanraden van hun verloskundige, voor een set rompertjes, een bedje of een kinderwagen.

De winkel is een magneet. Klanten, vaak uit de L-flat of aanpalende hoogbouw, komen niet alleen voor de spullen, maar ook voor de aanspraak. Even koffie bij Jantje. En dat trekt de hulpverleners weer aan, op zoek naar signalen van knellende achterstand en ander onheil. Het Centrum voor Jeugd en Gezin houdt er een maandelijke spreekuur, de welzijnswerker komt er buurten, de wijkagent, het sociaal team. En Jantje, die in 2018 werd geridderd, loodst soms zelf een klant naar de overkant, waar de hulpverleners kantoor houden.

Elf lockdownweken lang was de Weggeefwinkel dicht. De hulpverleners gingen lijden aan ernstige informatiearmoe. Op huisbezoek konden ze ook al niet. En meldingen van problemen kwamen nauwelijks binnen, via telefoon en mail. Dat kàn gewoon niet kloppen, zeggen de hulpverleners stuk voor stuk, met zoveel mensen zo lang opgehokt achter de voordeur. Ze vermoeden huiselijk geweld en ernstige vereenzaming.

Dus zijn bij de heropening van de winkel deze ochtend alle hulpverleners aangerukt. Sociaal teamlid Cilia van Houtum heeft haar notitieblok paraat om namen te noteren van mensen met een hulpvraag. Wijkmanager Wim van Keulen zegt in zijn openingswoord tegen de klanten: „We willen graag het gesprek met jullie voeren, hoe jullie corona hebben ervaren.” Voor een vertrouwelijk onderhoud staat op de stoep een schaftkeet klaar.

Maar nabijheid is ver weg als je afstand moet houden. De winkel binnengaan is verboden: met in de hand een gedesinfecteerd supermarktmandje doorlopen de klanten met maximaal acht tegelijk een circuit van kraampjes op het voorplein. Een DJ draait Village People en de Bee Gees maar toch: dit is winkelen met de doelmatigheid van een Zoom-vergadering. Een man met schuwe oogopslag en een grijs baardje scoort oranje tentharingen en glipt zijn flat in. Een slechtziende vijftiger stopt een stel shirtjes in zijn tas en stapt op zijn scootmobiel. Een Congolese vrouw doet een parfumdoosje in haar fietstas en vertrekt.

Niemand hoeft een vertrouwensgesprek vandaag. De schaftkeet blijft leeg. Net als het notitieblok van Cilia van Houtum. Ze heeft wel „een paar gezichten opgeslagen.” „Het is een begin”, zegt ze.

Signalen opvangen zal beter gaan als ook de huismeester van de L-flat zijn dagelijks spreekuur weer mag aanvangen. Hij wacht op de plexiglaslevering. En het inloophuis in portiek zeven, een ontmoetingsplek voor velen, is ook nog niet open, tot frustratie van coördinator Ina Duit. Drie maanden geen naailes, taalles en bewonerslunch.

Maar het gebrek aan spreekuren en lunches verklaart niet alle radiostilte, zegt Ina Duit. De lockdown zit ook nog in de mensen zelf. Ze belt veel, met bewoners uit de flat. Ze kent tien, vijftien mensen wier coronaregime veel strenger is dan nodig volgens Nederlandse maatstaven. Taalachterstand speelt een rol. „Ze volgen het nieuws op tv-kanalen uit hun land van herkomst, waar de regels strenger zijn.” Ze merkt het aan de beoordelingsgesprekken voor de voedselbank. Die mag ze – kleine versoepeling – sinds vorige week weer in haar inloophuis voeren, zolang men alleen komt. Maar sommige bewoners verkiezen bellen nog steeds boven langskomen, al wonen ze op honderd meter van het inloophuis. „Ze blijven bang dat ze iets oplopen.” Sommige huishoudens – Ina Duit weet het zeker van vijf – zijn nog in totale lockdown. Mensen uit Syrië, Marokko, Afghanistan.

Desiree Erkelens, een vrijwilliger van de Weggeefwinkel uit de naastgelegen flat, maakte het mee van dichtbij. De lockdown was al een maand bezig en haar buurvrouw – „25, 30 jaar”, geboren in Marokko – kwam maar niet buiten. En dus ook haar zoontje van anderhalf niet. Alleen voor boodschappen verliet de vrouw haar huis, met handschoenen aan en een sjaal voor haar gezicht. Op een dag stond Erkelens op de galerij haar ramen te boenen – ze zaten onder het gele stuifmeel van de hazelaars. De buurvrouw opende haar voordeur, liep op Erkelens af en vroeg indringend: „Buurvrouw, dat gele spul, is dat corona?” Desiree Erkelens viel stil. En vertelde over de hazelaars. „Ik heb het wel een paar keer moeten uitleggen.” En toen besloot de buurvrouw mee te boenen, vertelt Erkelens. „We hebben samen de hele voorkant schoongemaakt. ‘O buurvrouw’, zei ze, ‘ik ben zo blij dat ik weer buiten ben!’”

Dit is de slot-aflevering van De Flat seizoen 2, over leven in de lockdown. NRC blijft de flat bezoeken. Zie alle afleveringen op nrc.nl/deflat-corona (seizoen 2) en nrc.nl/deflat (seizoen 1).